Menu

Op de eerste rij, 5 oktober 2017

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

2017 gemiddeld productiejaar voor onze land- en tuinbouw

Vorige week hebben we onze raming voor het lopende productiejaar bekendgemaakt. Sinds vorig jaar zijn we afgestapt van het berekenen van een gemiddeld landbouwinkomen omdat ‘dé Vlaamse boerderij’ niet bestaat. De verschillen tussen de acht deelsectoren van onze land- en tuinbouw én de brede diversiteit van bedrijfsvormen daarbinnen zijn immers niet meer samen te vatten in één cijfer. De evoluties van sectorspecifieke omzetcijfers geven een beter beeld en via rentabiliteitsbarometers per sector krijgen we ook een scherper zicht op hoe de marges evolueren. Want die marges bepalen het inkomen en de ruimte voor investeringen op onze bedrijven.

2017 wordt globaal genomen een gemiddeld productiejaar als we het vergelijken met het vijfjarig gemiddelde. Het wordt in elk geval een beter jaar dan 2016, waarin zowel de oogstopbrengsten als de prijsvorming stevig tegenvielen. We ramen voor 2017 een omzetstijging van 8% tot 5,5 miljard euro bij stabiel blijvende kosten. Daardoor komt er eindelijk wat zuurstof in het systeem en gaat de marge in de sector globaal in de plus. Dat is meer dan hoog tijd, want de voorbije 10 jaar stegen de kosten met 19% terwijl de omzet maar met 10% toenam. Daardoor kwamen de marges systematisch onder druk. Die trend wordt in 2017 dus doorbroken. Dit jaar wordt een gemiddeld productiejaar. Natuurlijk is dat de algemene trend. Ieder van jullie weet dat gemiddelden eigenlijk niets zeggen. Net zoals de term ‘gemiddelde neerslag’ niets zegt – je zal maar net daar zijn waar de bui losbarst of net niet ... Dat is ook wat we zien in onze landbouw: grote verschillen qua marge dus tussen de acht deelsectoren. Globaal kunnen we zeggen dat de marges in akkerbouw, vleesvee en fruit (vooral appelen dan) negatief evolueren, terwijl zuivel en varkens na een diepe min eindelijk een sterke plus vertonen. De prijsdalingen van de voorbije weken in de varkenshouderij geven dan weer aan hoe snel het opnieuw kan keren. Meer uitleg en toelichting over de ramingen voor 2017 lees je hier.

Weersverzekering in zicht?

Twee weken geleden besliste de Vlaamse regering om de late nachtvorst en de droogte als ramp te erkennen. Toen al schreef ik dat we hier zeer dankbaar voor zijn, maar dat dit dossier daarmee voor ons niet gesloten is. En dat we moeten werken aan een meersporenbeleid om onze teelten weersbestendiger te maken en zo onze bedrijven risicobestendiger te maken. Dat moet ervoor zorgen dat in de toekomst niet meer het volledige risico bij het Rampenfonds wordt gelegd, want dat is niet duurzaam. Eén van die sporen is ook werk maken van een betaalbare weersverzekering.

Ik ben blij dat het overleg daarover op Vlaams niveau, dat al enkele jaren bezig is, nu in een stroomversnelling komt. Er liggen nu concrete voorstellen van de Vlaamse administratie op tafel die we de komende weken samen met de administratie en de verzekeringssector verder moeten vorm geven. Daarna zal ook de politiek hierover nog zijn zegen moeten geven. Ook de verzekeringssector zal nog een concreet aanbod van verzekeringsproducten moeten uitwerken. Er is dus nog heel wat werk aan de winkel vooraleer een betaalbare weersverzekering een feit zal zijn. Maar er wordt nu volop aan gewerkt, en dat is positief.

Maar toch nog even dit voor alle duidelijkheid: het bestaan van een weersverzekering wil niet zeggen dat het Rampenfonds in de toekomst overbodig zou worden! Helemaal niet! Er zullen immers altijd teelten en risico’s zijn die onverzekerbaar blijven. En daarvoor blijft het Rampenfonds, ook in de toekomst, van cruciaal belang. Het Rampenfonds zal bovendien ook moeten optreden als herverzekeraar of waarborgfonds, wil men de verzekeringspremies voor verzekerbare risico’s haalbaar en betaalbaar houden. Het is en blijft dus een ‘en-enverhaal’!

Weersverzekering en Rampenfonds zijn een en-enverhaal.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Trans-Atlantisch landbouwoverleg

Ik was deze week enkele dagen in Washington voor de North American and European Agricultural Conference. Daar wordt van gedachten gewisseld tussen Noord-Amerikaanse en Europese landbouworganisaties over landbouw en landbouwontwikkeling. Het is dé gelegenheid om rechtstreekse contacten te leggen met de grootste landbouworganisaties in Mexico, de VS en Canada. Om te leren van hun ervaringen (bijvoorbeeld inzake verzekeringssystemen), maar ook om te horen hoe zij kijken naar een aantal maatschappelijke discussies die hier in Europa gevoerd worden (zoals gewasbeschermingsmiddelen, ggo’s, hormonen, vrijhandel en handelsakkoorden, enzovoort). We hebben tevens van de gelegenheid gebruik gemaakt om te overleggen met de Belgische ambassadeur in Washington en meer te vernemen over de recente evoluties binnen de VS en de impact daarvan op de relaties met Europa en op onze Europese landbouw. Zo wordt op korte termijn een doorbraak verwacht in de export van hardfruit naar de VS. Luc Vanoirbeek, adviseur internationaal beleid van onze Studiedienst, zal er volgende week verder over berichten in Boer&Tuinder.