Menu

Op de eerste rij, 4 mei 2018

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Boer betaalt mee de Europese rekening!

Woensdag maakte de Europese Commissie haar voorstel voor het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 bekend. Daarmee geeft ze de hoofdlijnen aan waar de centen voor het Europese beleid vandaan moeten komen en waaraan ze besteed zullen worden. Het goede nieuws is dat Europa de lidstaten aanspreekt op hun verantwoordelijkheid en gaat voor een groter budget dat aansluit bij de ambities. De grote ontgoocheling is dat onze boeren en tuinders mee de rekening betalen van de hogere Europese ambities en de matige bereidheid bij de lidstaten om Europa financieel te versterken.

De Europese uitdaging is gekend. Ik heb ze hier vorige week nog neergeschreven. De brexit slaat langs de ene kant een aanzienlijk gat in de begroting. Langs de andere kant wordt Europa geconfronteerd met nieuwe uitdagingen waarop de Europese Unie mee een antwoord moet bieden. Denken we maar veiligheid, migratie, defensie en klimaat.

Maar ook de Europese landbouwsector is geconfronteerd met uitdagingen waarop het Europese beleid onvoldoende antwoord biedt. Prijzen en marges staan onder druk. De wispelturigheid van de markt laat zich ongenadig voelen. Het inkomen van de boer staat daardoor sterk onder druk en de onzekerheid neemt toe. De noodkreten zijn luid en duidelijk, maar de markt en het beleid pikken ze niet of nauwelijks op. En terwijl de marktprijs achterblijft, stellen burger en consument steeds meer en hogere verwachtingen aan de land- en tuinbouw. Een behoorlijke landbouwbegroting, met een sterk gefinancierde eerste pijler en een flankerende tweede pijler, blijft dus meer dan ooit noodzakelijk.

Onze ontgoocheling is dan ook zeer groot dat Europa in haar MFK de uitdagingen waarvoor land- en tuinbouw staat niet in rekening brengt. Integendeel, met een korting van 5% betalen we zelfs mee de rekening! De Vlaamse land- en tuinbouw moet daar bovenop nog een bijkomende korting slikken. De Europese Commissie stelt immers voor om het budget voor rechtstreekse steun evenwichtiger te verdelen tussen de oude en de nieuwe lidstaten. Een billijke verdeling van middelen is verdedigbaar, maar dan moet wel de juiste rekening gemaakt worden. Nu kijkt men voor de herverdeling enkel naar de rechtstreekse steun, maar houdt men geen rekening met de ondersteuning via het plattelandsbeleid en het cohesiebeleid. Twee beleidsdomeinen waarin de nieuwe lidstaten zeer sterk ondersteund worden, in tegenstelling tot de oude lidstaten.

En dan zijn er nog de maatschappelijke eisen en verwachtingen rond landbouw op het vlak van klimaat, milieu, dierenwelzijn … We zijn bereid om ons deel van de verantwoordelijkheid hierin op te nemen, weliswaar binnen de mogelijkheden van het landbouwbeleid, ook budgettair. Maar nu krijgen we vanuit de EU de boodschap dat er voor al deze maatschappelijke vragen en eisen steeds minder geld beschikbaar zal zijn. Met andere woorden: men vraagt meer inspanningen van de boer terwijl men steeds minder geld beschikbaar stelt om de inspanningen van die boer te vergoeden.

Op die manier wordt de Vlaamse land- en tuinbouw dus tot drie keer toe het kind van de rekening: via een algemene korting, via een nadelige herverdeling én via meer eisen voor minder budget.

Onze boodschap aan Europa én aan de lidstaten is dan ook duidelijk. Een korting van het GLB-budget staats haaks op de landbouwrealiteit van toenemende economische druk en stijgende maatschappelijke verwachtingen. Wie snoeit in het budget, zal ook moeten snoeien in de beleidsambities. Dat weten boeren en tuinders al sinds mensenheugenis: zaaien naar de zak. De lidstaten die hoge verwachtingen leggen bij de Europese Unie, ook op het vlak van landbouw, moeten boter bij de vis doen, zowel voor het algemeen als voor het Europees landbouwbudget.

Europa verbiedt neonicotinoïden

Een gekwalificeerde meerderheid van Europese experten heeft vorige week het licht op groen gezet voor een gebruiksverbod van drie neonicotionoïden die schadelijk zijn voor bijen. Deze stoffen zullen enkel nog in afgesloten serres toegepast mogen worden. Dat heeft vooral grote gevolgen voor de voor bijen niet-attractieve bieten- en cichoreiteelt. Daarvoor bestaan er vandaag geen even goed werkende en milieuvriendelijke alternatieven.

Het is dan ook geheel terecht dat federaal minister van Landbouw Ducarme zich onthield in de stemming en aankondigt een afwijking te zullen vragen aan Europa. Het gaat er daarbij niet over dat België daardoor ‘bietjes boven bijtjes’ verkiest, zoals een krant schreef. Het federale bijenplan geeft immers aan dat verschillende factoren aan de basis liggen van de achteruitgang van de bijenpopulatie en dat het momenteel onmogelijk is om algemene conclusies te trekken over de individuele rol van elk van deze factoren. Stelt Europa dan toerisme boven bijtjes, wetende dat toerisme ook zorgt voor de verspreiding van voor bijen schadelijke organismen en invasieve soorten?

Dat bijen een belangrijke functie te vervullen hebben, die ook voor onze sector van groot belang is, leidt geen twijfel. Om het risico voor de bijen uit te sluiten is de sector wel degelijk bereid extra maatregelen te nemen en op zoek te gaan naar alternatieven. Maar dat laatste vergt tijd en middelen. En dus is het belangrijk dat er een overgangsperiode komt waarin gewerkt kan worden aan degelijke alternatieven zodat de bieten- en cichoreiteelt hier in België mogelijk blijft.