Menu

Op de eerste rij, 4 april 2019

Terug naar Opinie
Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Met Trias naar Guinee

Vorige week bezocht ik een aantal projecten van Trias in Guinee. Dit land in West-Afrika telt 12 miljoen inwoners, is 8 keer groter dan België, heeft enorme natuurlijke rijkdommen en is een van de armste landen ter wereld. 60% van de bevolking is er jonger dan 30 en slechts 35% kan lezen en schrijven. De landbouw in Guinee is – enkele uitzonderingen niet te na gesproken – vooral overlevingslandbouw. De productie is vooral bestemd voor de lokale markt, opslag- en bewaarcapaciteit zijn afwezig en het wegennet is beperkt tot enkele hoofdwegen. De infrastructuur nodig voor economische ontwikkeling is dus nagenoeg onbestaande. Ook financiering is een probleem. Leningen voor maximaal 3 maanden tegen rentevoeten van meer dan 20% zijn de regel.

Het is geen toeval dat ik deze reis maakte samen met Danny Van Assche van Unizo. Landbouwers en zelfstandige ondernemers zijn immers uit hetzelfde hout gesneden. Onze organisaties zijn beide stichtende leden van Trias, onze ngo. Via Trias organiseren wij onze internationale solidariteit met familiale boeren en kleine ondernemers in het Zuiden. We doen dat vanuit ons DNA: boeren en ondernemers sterker maken door krachten te bundelen, in sterke ledenorganisaties die hun belangen verdedigen en vorming en dienstverlening bieden, en in sterke coöperaties. Dat is ook wat Trias doet. Ze leren boeren en ondernemers in het Zuiden zich te organiseren in sterke boerenorganisaties en begeleiden hen bij de uitbouw van coöperaties om marktmacht te verwerven. In Guinee zagen we hoe Trias dit op het terrein realiseert. We bezochten een groep mannen én vrouwen die samenwerken en samen met Trias investeerden in de aankoop van een rijstpelmachine, waardoor meer rijst aan een betere kwaliteit verwerkt kan worden en vrouwen niet langer manueel moeten pellen. De machine wordt tegen betaling ook gebruikt door niet-leden waardoor ze rendabel wordt en de groep nu al luidop denkt aan de aankoop van een grotere machine. Door Trias is er dus een rendabele en duurzame economische activiteit gecreëerd. Niet op basis van giften, maar wel door samen te investeren.

We ontmoetten ook een vrouwenorganisatie die verschillende lokale organisaties overkoepelt, een aantal jonge ondernemers die geloven in hun eigen toekomst én in die van hun land, een coöperatie en een microfinancieringsorganisatie die door Trias begeleid wordt in kredietverlening voor hun leden. Hun verhaal illustreert perfect de Trias-strategie. Zij zijn Trias dankbaar, niet voor de materiële steun, maar wel voor de begeleiding om hun organisatie te versterken. Trias leerde hen het belang van het verenigen en hoe je een sterke organisatie uitbouwt met een goede structuur en duidelijke regels. Een algemene vergadering, raad van bestuur, comités, stemrecht, lidgeld betalen … ze kennen er dankzij Trias intussen alles van en zijn er – door Trias – sterker van geworden. Telkens weer was de boodschap: dankzij Trias zien we hoe we vooruit kunnen geraken.

Mensen bijeen brengen vanuit de overtuiging dat je hen door samenwerking vooruit brengt en het verschil maakt. Het is de basisgedachte van Boerenbond, en die basisgedachte heb ik de voorbije week ook toegepast gezien door Trias in Guinee. Het was een unieke beleving. Trias maakt een echt verschil in het leven van mensen. Dat alleen al maakt het de moeite dat wij vanuit Boerenbond en de Landelijke Beweging blijvend de schouders zetten onder onze ngo.

Trias maakt een echt verschil in het leven van mensen. Dat blijft onze steun verdienen.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

 

Zurigheid ten top

In het Vlaams Parlement vinden deze week hoorzittingen plaats over MAP 6. We hebben er duidelijk gemaakt dat dit MAP zwaar op de maag ligt. In tegenstelling tot wat de milieubeweging er vertelde, is het geen ‘doorslagje’ van MAP 5 maar een meer dan serieuze verstrenging. Zeker het feit dat Vlaanderen verder gaat dan het akkoord met Europa – dat op zich al een pak verstrengingen met zich meebrengt – is en blijft voor ons onbegrijpelijk. Het nieuwe MAP 6 zal opnieuw enorme inspanningen van onze boeren vergen. Inspanningen die bovenop al de rest komen. Een beetje waardering daarvoor zou geen kwaad kunnen. Maar dat is buiten Bond Beter Leefmilieu (BBL) gerekend. Hun meer dan zure oprisping naar aanleiding van de ondertekening van het convenant enterische emissies toont hoe minachtend zij naar onze sector kijken. In het convenant verbindt de rundveesector zich ertoe om de komende jaren actie te ondernemen om de broeikasgasemissies die vrijkomen bij verteringsprocessen van runderen te verminderen en om met de volledige keten te zoeken naar onderbouwde, haalbare én betaalbare oplossingen en maatregelen. De ondertekening ervan betekent dat wij al starten met de concretisering nog voor het Vlaams klimaatbeleidplan definitief goedgekeurd is! We beseffen immers als sector dat we tegen 2025 op schema moeten zitten. En dan nog ... De enterische emissies van de hele rundveehouderij in Vlaanderen dragen net geen 3% bij aan de broeikasgasemissies in Vlaanderen. De koolstofvoetafdruk van de melkveehouderij daalt. Onze vleesveehouderij produceert op een hyperefficiënte manier smakelijk en gezond vlees. Maar dat alles is voor ons geen reden om verantwoordelijkheden van ons af te schuiven, we vragen enkel realistische doelstellingen en willen mee zoeken naar haalbare en betaalbare maatregelen.

En dan van de Bond Beter Leefmilieu moeten lezen dat dit voor hen het convenant van de stilstand is ... Om daarbij nog maar eens te suggereren dat de enterische emissies van onze rundveehouderij het grootste klimaatprobleem zijn in Vlaanderen en te stellen dat de sector – die bij uitstek grondgebonden is – afgebouwd moet worden. Zulke stellingen kunnen enkel onderbouwd worden als men elk, maar dan ook werkelijk elk dossier aangrijpt om een eigen ideologische agenda te realiseren die altijd op dezelfde mantra neerkomt: de afbouw van de veestapel. Met niet meer of minder de achterliggende bedoeling om de landbouwgrond in Vlaanderen in eigen handen te krijgen, want daar komt het uiteindelijk op neer!

In plaats van draagvlak te helpen creëren, de grote diversiteit binnen onze sector – met plaats voor gangbare en biologische, intensieve en extensieve bedrijven – te aanvaarden en vandaaruit te zoeken naar oplossingen, draagt de reactie van BBL enkel bij aan de verzuring in Vlaanderen (waarschijnlijk ook een milieuprobleem waarvoor enkel de afbouw van de veestapel een oplossing kan bieden) en vergroot ze de tegenstellingen. Denkt men bij de Bond Beter Leefmilieu echt dat men op die manier bouwt aan een draagvlak voor het klimaatbeleid?