Menu

Op de eerste rij, 30 maart 2018

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Bestuursvernieuwingen afgerond met installatie nieuw Hoofdbestuur

Maandag heeft het Hoofdbestuur, met de verkiezing van een voorzitter en een eerste en tweede ondervoorzitter, de bestuursvernieuwingen afgerond die een jaar lang in onze organisatie hebben gelopen. We mogen fier zijn op het resultaat van die bestuurshernieuwingen. Op alle niveaus zijn we erin geslaagd nieuwe jonge bestuursleden in onze ploegen op te nemen. Zo blijft ook de volgende vijf jaar de democratische standpuntvorming in onze organisatie gegarandeerd. Want het zijn onze besturen, bevolkt door actieve boeren en tuinders, die onze standpunten – onze richting – bepalen. Ook in het Hoofdbestuur is er heel wat nieuw jong bloed. Een engagement op dit niveau als actieve boer of tuinder is niet te onderschatten, dus dank je wel daarvoor! En ook dank aan de uittredende leden met wie ik de voorbije 2,5 jaar – sinds ik voorzitter werd – in volle openheid en vertrouwen heb kunnen werken.

Tijdens de eerste bijeenkomst van het nieuw samengestelde Hoofdbestuur worden, zoals dat hoort, ook de voorzitter, de eerste ondervoorzitter en de tweede ondervoorzitter verkozen voor de nieuwe bestuursperiode van 5 jaar. Als eerste ondervoorzitter – de vertegenwoordiger van de actieve boeren en tuinders bij de leiding van Boerenbond – werd Eric Van Meervenne verkozen. Hij is ook voorzitter van de sectorvakgroep Pluimvee. Georges Van Keerberghen werd verkozen tot tweede ondervoorzitter. Beiden worden, samen met de andere collega’s van de leiding, mijn ‘rechterhanden’. Ikzelf kreeg opnieuw het vertrouwen van het Hoofdbestuur om de ploeg te mogen leiden. Samen zullen we de belangen van jullie – onze leden – de volgende jaren met veel goesting en energie verdedigen. Daar mogen jullie op rekenen.

Ik heb voor mijn (her)verkiezing aan de collega’s van het Hoofdbestuur een aantal speerpunten meegegeven waarvan ik vind dat ze, naast de syndicale thema’s en dossiers, in de volgende bestuursperiode extra aandacht, opvolging en inzet van middelen verdienen. Het zijn als het ware mijn inhoudelijke accenten voor de volgende 5 jaar. Ik overloop ze even. 

1. De versterking van de economie op onze bedrijven

De economische duurzaamheid van onze bedrijven is cruciaal. Naast de blijvende aandacht voor de versterking van de positie van de boer in de keten, willen we met het actieplan ‘Slimmer boeren met cijfers’ en met initiatieven zoals ‘Uitzicht door Inzicht’ en het Kenniscentrum Bedrijfsopvolging ook de bedrijfseconomische inzichten en de ondernemerscapaciteiten van onze bedrijfsleiders verder versterken. Het actieplan ‘Slimmer boeren met cijfers’ wordt dus verder uitgerold, maar ook aangevuld met nieuwe initiatieven.

2. Bedrijfsopvolging en versterking starters

Een bedrijfsopvolging of de start van een nieuw project moet een weldoordachte en eigen keuze zijn van de overnemer/starter. Daarbij is zowel de economische context (uitzicht op een degelijk inkomen) als de sociale context (ruimte voor een deftig gezins- en sociaal leven) belangrijk. Het is onze taak om overnemers/starters op beide vlakken te ondersteunen. Met het Kenniscentrum Bedrijfsopvolging bundelen we alle expertise rond de zakelijke kant van de overname/start van een bedrijf. En de voorbije jaren hebben we dit aanbod ook uitgebreid met een uitgebreid aanbod aan vorming, advies en tools rond de sociale dimensie van een overname.

Een werkpunt blijft de overneembaarheid van onze bedrijven. Door de omvang, complexiteit en het stijgend risico is het niet meer evident om een overname in familiale context te realiseren. Daarvoor moeten we op zoek naar nieuwe mechanismen en structuren. Hiervan moeten we werk maken in de komende jaren.

3. Verder investeren in goede bestuurswerking

In de vorige bestuursperiode zijn onze vrijwilligersstructuren hervormd met de bedoeling te komen tot een nog betere en meer gedragen besluitvorming. Dit werkt. 

Nu de nieuwe bestuursploegen opnieuw aan de slag zijn, en er ook heel wat nieuw bloed in de besturen is aangetrokken, moeten we onze bestuursleden maximaal ondersteunen en betrekken bij de besluitvorming. En persoonlijk contact blijft – ook in een digitale wereld – daarbij van bijzonder groot belang. Het is dé manier om mensen echt te betrekken bij je organisatie, bij het beleid.

4. Externe communicatie anders

We moeten met onze externe communicatie andere wegen bewandelen. We stellen immers vast dat positieve boodschappen over de sector niet of nauwelijks door de media worden opgepikt.

Willen we met een positieve boodschap mensen bereiken, dan moeten we onze manier van communiceren over de sector over een radicaal andere boeg gooien. We moeten het verhaal van onze sector brengen en mensen in beeld brengen. Hardwerkende boeren en tuinders met liefde voor hun stiel en passie voor hun product. Zo moeten we de onderbuik van de Vlaming aanspreken die nog steeds veel respect heeft voor land- en tuinbouwers. We moeten Jan Modaal terug aan onze kant krijgen om op het maatschappelijk debat te blijven wegen.

Door de menselijke en mooie kanten van onze sector in beeld te brengen, houden we de sector trouwens ook aantrekkelijk voor starters. Dat vereist een andersoortige communicatie en het bespelen van andere communicatiekanalen. Hiervan willen we deze bestuursperiode werk maken en er middelen in investeren.

5. Ledenreflex

Ten slotte willen we de volgende jaren ook werk maken van een betere ledencommunicatie. Ervoor zorgen dat jullie – onze leden – weten wat we allemaal voor jullie doen, dat de boodschap bij jullie ‘binnenkomt’, dat jullie weten hoeveel we voor jullie ‘opbrengen’. Dat jullie ook goed weten wie je aanspreekpunt is in de regio of in je sector waarbij je terechtkan.

En bij alles wat we doen, moeten we ons één vraag stellen: wat brengt dit op voor onze leden? Dat betekent ook luisteren en vragen naar de verwachtingen en bedenkingen van leden, vragen of ze tevreden zijn van onze dienstverlening, om eruit te leren en het nog beter te doen.

Van deze vijf speerpunten gaan we de volgende vijf jaar extra werk maken. Ik ben bijzonder blij dat ook de collega’s van het Hoofdbestuur deze punten voluit mee ondersteunen. Dank voor het vertrouwen!

Bij alles wat we doen, moeten we ons één vraag stellen: wat brengt dit op voor onze leden?

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Voor de slachthuizen is er geen ‘voor en na Veviba’?

Twee weken geleden – in het heetst van de Veviba-affaire – was iedereen in en buiten de sector het erover eens dat uit de Veviba-affaire lessen moeten worden getrokken. Ook vanuit het Ketenoverleg – met de landbouworganisaties, retail en de vleessector aan tafel – werd unaniem gepleit voor versterkte controles en voor meer transparantie. Transparantie richting de consument over de herkomst van zijn vlees en over de uitkomst van controles. Maar ook meer transparantie richting de producent over de verdere correcte behandeling van zijn product. Heel de sector engageerde zich om de afspraken rond transparantie in de rundvleesketen versneld uit te voeren én te versterken. Het was de afspraak om die principes ook om te zetten in concrete acties.

Nu blijkt echter dat Febev, de federatie van slachthuizen, zich verzet tegen verdere stappen inzake de transparantie in de vleesketen. Elk bijkomend voorstel in die richting botst op een ferme njet. Vreemd. Wie niets te verbergen heeft, heeft toch geen problemen met transparantie?

Moeten we hieruit besluiten dat, nu de mediastorm rond Veviba een beetje is gaan liggen, de slachthuissector zich terugplooit op ‘business as usual’? Hoeveel voedselschandalen moeten we nog over ons heen krijgen vooraleer deze sector eindelijk maatregelen neemt om de malafide praktijken in een deel van zijn bedrijven een halt toe te roepen? Minister van Landbouw Ducarme was eerder fors in zijn uitspraken: er is een periode voor en na Veviba. Wat ons betreft, geldt dit ook voor de slachthuissector.

Regering maakt eindelijk werk van carry-backregeling

Om deze week toch positief te besluiten: de federale regering heeft naar aanleiding van de begrotingscontrole – op voorstel van vicepremier Peeters – beslist om tegen juni een regeling rond carry-back uit te werken. Dat betekent dat landbouwers de mogelijkheid krijgen om het fiscaal verlies bij het afsluiten van een boekjaar, ten gevolge van weersomstandigheden, te verrekenen met de winst van de drie boekjaren die aan het verliesgevende jaar voorafgegaan zijn.

De carry-backregeling staat al jaren op ons verlanglijstje als middel om onze sector weerbaarder te maken tegen inkomensschommelingen. Het eerste wetsvoorstel hierover van de hand van Nathalie Muylle dateert van 12 jaar geleden … Dat de federale regering nu deze beslissing heeft genomen, is meer dan een belangrijke stap in de goede richting! Wij zijn er dan ook bijzonder tevreden mee.