Menu

Op de eerste rij, 27 april 2018

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Hoofdbestuur concretiseert toetsingskader GLB

Volgende week, op 2 mei om precies te zijn, zal de Europese Commissie haar voorstel voor het meerjarig financieel kader voor de Europese Unie voorstellen – zeg maar haar budgetvoorstel voor de komende jaren. Dit zal het eerste echte schot voor de boeg zijn waarbij ook duidelijk zal worden hoe men vanuit de Europese Commissie aankijkt tegen het landbouwbudget dat vanaf 2020 ter beschikking zal zijn voor het nieuwe Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB).

We kennen intussen allemaal het probleem. De brexit slaat een gat in de Europese begroting en er zijn tal van nieuwe belangrijke uitdagingen op Europees niveau. Denken we maar aan thema’s zoals veiligheid, migratie, defensie en digitalisering waarvoor (terecht) ook budget wordt gezocht. De voorbije maanden heeft commissievoorzitter Juncker een duidelijk signaal gegeven: meer verwachten van Europa zonder het financieel te versterken, zal niet lukken. De vraag is dus of de lidstaten bereid zullen zijn om meer bij te dragen aan Europa dan de huidige 1% van het BNI (bruto nationaal inkomen). Daar lijkt de Europese Commissie op in te zetten. Maar Oettinger, de commissaris bevoegd voor Begroting heeft steeds benadrukt dat hij ook zal snijden in het budget om de rekening te doen kloppen. Een korting op het GLB-budget zit er dan ook aan te komen. Als we dan ook nog weten dat er gevraagd wordt naar een herverdeling van GLB-middelen tussen West- en Oost-Europa en dat de verwachtingen naar landbouw toenemen, dreigt de Vlaamse land- en tuinbouw tot drie keer toe het kind van de rekening te worden: een algemene korting, een nadelige herverdeling én meer voor minder. De verwachte openingszet vanuit de Europese Commissie ziet er dus helemaal niet goed uit. De inzet van de Europese discussie over het budget is dan ook groot: een GLB-budget dat aansluit bij de noden van de sector én de ambities van het beleid én een billijke herverdeling tussen de lidstaten.

En het beleid moet wel weten: wie snoeit in het budget, zal ook moeten snoeien in de ambities.

Aanstaande woensdag weten we meer …

De Vlaamse land- en tuinbouw dreigt tot drie keer toe het kind van de rekening te worden.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Begin juni zullen de wetgevende voorstellen komen voor het GLB na 2020. Vorig jaar al heeft het Hoofdbestuur, na een uitgebreide consultatie van de vakgroepen, de werkgroep Bio en de provinciale besturen, een toetsingskader uitgewerkt. Dat toetsingskader is onze leidraad voor onze reacties op de voorstellen rond het nieuwe GLB. Het zijn ook de handvaten die we bij beleidsmakers en stakeholders uitdragen als de voor ons essentiële elementen in het nieuwe beleid.

Deze week hebben we dat toetsingskader, na opnieuw een uitgebreide consultatie van onze besturen, verder geconcretiseerd en aangevuld. De huidige marktwerking faalt met te lage en sterk schommelende prijzen tot gevolg. Anderzijds blijven de verwachtingen naar land- en tuinbouw wel verder toenemen. Een krachtig economisch landbouwbeleid vanuit Europa – ondersteund door een sterk landbouwbudget – is dus meer dan ooit op zijn plaats!

En daarbij leggen wij volgende accenten. Voor ons is en blijft de vertrekbasis de rechtstreekse steun. Een gedeeltelijke en geleidelijke evolutie naar instrumenten zoals investerings- en overnamesteun, risicobeheer en slagkrachtige producentenorganisaties is daarbij wel aangewezen. Dat versterkt ook de mogelijkheden om ook de grondarme sectoren mee in rekening te nemen. Het Hoofdbestuur is ook duidelijk over de zogenaamde ‘flatrate’. Een vaste hectarepremie, of het nu op Vlaams of Europees niveau is, kan in geen geval de finaliteit van een herverdeling van de rechtstreekse steun zijn. Er moet ook bij de rechtstreekse steun beleidsruimte blijven om de juiste accenten te leggen zodat de diversiteit van en tussen sectoren erkend wordt. Om concurrentieverstoring in de eengemaakte markt te vermijden, moet de rechtstreekse steun trouwens ook gebaseerd blijven op Europese financiering, zonder bijkomende cofinanciering vanuit de lidstaten.

Onze focus op het economisch landbouwbeleid belet trouwens niet dat het GLB de sector ook verder en beter ondersteunt in het opnemen van onze verantwoordelijkheid op het vlak van milieu, klimaat en dierenwelzijn. Wel integendeel. Maar daarbij is het wel cruciaal dat er een flexibel kader is dat maatwerk toelaat, aangepast aan onze Vlaamse landbouw- en bedrijfsrealiteit. Een doelgericht en positief kader bovendien dat vertrekt vanuit het stimuleren van goede, betere en beste praktijken in plaats van een sanctionerend beleid gebaseerd op beklemmende administratieve verplichtingen.

De kern is dat het GLB via al zijn instrumenten de actieve boer moet ondersteunen en versterken in het aangaan van de uitdagingen die voor hem liggen, met daarbij specifieke aandacht voor jonge boeren en hun specifieke noden.

Dit zijn onze handvaten en rode lijnen waaraan het nieuwe GLB moet beantwoorden. We volgen de ontwikkelingen de volgende dagen op de voet en houden jullie op de hoogte.