Menu

Op de eerste rij, 27 april 2017

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

De vorst was in het land

De late nachtvorst van vorige week heeft lelijk huisgehouden. Heel wat bedrijven in de fruitsector en in de sierteeltsector zijn getroffen. Voor de fruitsector zal de volledige omvang van de schade pas echt duidelijk worden binnen een paar weken. Vooral de appelaanplant en de laatbloeiende kersenaanplant zijn, afhankelijk van de regio en de ligging van de percelen, getroffen. Ook de aardbeien in de openlucht hebben het hard te verduren gekregen. In sommige gevallen lijkt de schade eerder beperkt, voor bepaalde percelen ziet het er slechter uit. Voor de Conferencepeer is er hoop dat de uiteindelijke schade beperkt zal blijven doordat de ontwikkeling van de vrucht zich kan herstellen. Maar ook de sierteeltsector is getroffen. Hier gaat het vooral, ook afhankelijk van regio tot regio, over schade aan boomkwekerijgewassen, verkoopklare planten en bloemen. Voor akkerbouw lijkt de schade al bij al zeer beperkt. Het is in elk geval belangrijk dat de getroffen telers de schade zo goed mogelijk documenteren. Ik heb minister Schauvliege gevraagd om na te gaan of het volgens het KMI om een uitzonderlijk weerfenomeen gaat en of de schadedrempels voor een mogelijke tussenkomst van het Rampenfonds bereikt zijn. Het feit dat het zo laat op het seizoen nog vriest, is niet uitzonderlijk. Al moet het gezegd dat vooral de combinatie van een uitzonderlijk vroeg bloeiseizoen en late nachtvorst ons parten spelen, een combinatie waar het Rampenfonds abstractie van maakt. In elk geval is de late nachtvorst een tegenvaller voor heel wat fruittelers en siertelers, zeker ook voor hen die vorig jaar al getroffen werden door noodweer … En het vorstgevaar is nog niet geweken. Ook deze week wordt nog nachtvorst voorspeld. De enige troost op dit moment is dat de vorst ook elders in Europa huisgehouden heeft en dat dit misschien leidt tot betere prijzen in de markt. Het inkomen van onze land- en tuinbouwers ligt buiten, in weer en wind … En dat maakt ons kwetsbaar, het is nog maar eens gebleken.

Onze eigen producten bevatten alle stoffen voor een gezond dieet, alleen weten we het niet meer.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Wat is er mis met prei en witloof?

In de Campuskrant, een uitgave van de KU Leuven, verscheen deze week een interview met een voedingsexpert van de KU Leuven. Daarin een pleidooi voor de terugkeer van rust als het gaat over gezonde voeding én een pleidooi voor het herontdekken van de rijkdom die traditioneel ook in ons eigen Belgisch dieet met producten van eigen bodem zit. Een verademing om te lezen doorheen de vele voedingshypes die mekaar opvolgen, met voedselgoeroes die elk hun eigen waarheid poneren of die onder het mom van gezonde voeding andere doelstellingen nastreven. Resultaat is dat de consument inderdaad op de duur niet meer weet wat hij nu nog wel of niet mag eten en dus maar grijpt naar allerlei exotische ingrediënten, zogenaamde superfoods zoals chiazaad en gojibessen en voedingssupplementen allerhande. En dat terwijl onze eigen producten inderdaad alle stoffen bevatten voor een gezond dieet, alleen weten we het niet meer … Wat dat betreft is het voorbeeld van de probiotica treffend: razend hip, maar niemand weet nog dat die gewoon in prei, witloof en uien zitten. Gewoon in lekkere basisproducten van bij ons. Back to basics dus als het gaat over gezonde voeding. Een gezond en evenwichtig voedingspatroon met veel groenten en fruit en een verantwoorde hoeveelheid vlees, liefst alles van eigen bodem. Het is wachten op een campagne van de Vlaamse overheid om die boodschap ook voor eens en altijd duidelijk in de verf te zetten.

Groep van Tien ontmoet Marianne Thyssen

Vorige week had de Groep van Tien een onderhoud met eurocommissaris Thyssen om in het kader van het Europese semester het economisch en sociaal beleid op mekaar af te stemmen. Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om aan de eurocommissaris te vragen dat ook bij het debat rond het nieuwe GLB 2020 de concurrentiekracht en de competitiviteit van onze land- en tuinbouwbedrijven centraal zou staan. Daarnaast heb ik de onwerkbare regeling op het vlak van de betaling van sociale bijdragen voor bedrijven die werken met seizoenpersoneel uit andere EU-landen aangekaart en gevraagd naar een meer werkbare regeling. Ook voor bedrijven die net over de grens gronden bewerken en daardoor voor hun medewerkers zowel de Belgische als de buitenlandse regels op het vlak van arbeidsvoorwaarden moeten toepassen, is een meer pragmatische oplossing absoluut noodzakelijk. Wordt vervolgd in bilateraal overleg dat toegezegd werd door de commissaris.