Menu

Op de eerste rij, 26 januari 2017

Terug naar Opinie

De Lijn uit de bocht ... Of hoe het platteland steeds weer als restgebied neergezet wordt

Vorige week bleek dat De Lijn haar meer vervuilende bussen zal inzetten in de plattelandsgemeenten, nu die niet meer in de stad Antwerpen mogen rondrijden. De Lijn verontschuldigde zich voor het gebrek aan communicatie aan de gemeenten. Vervolgens haastte ook de bevoegde minister Ben Weyts zich om te zeggen dat deze bussen wel degelijk uitgerust zijn met een roetfilter en dat dit type bussen in elk geval tegen het einde van dit jaar sowieso uit roulatie genomen zal worden. “Te gek voor woorden”, was de reactie van Gwendolyn Rutten, voorzitter van Open Vld, en dat was en is ook onze reactie. Ook meerdere betrokken burgemeesters reageerden verbolgen. Het platteland is niet de vuilbak van de stad. Properder gezegd: ons Vlaams platteland dient niet om de restjes van de stad, die daar niet goed genoeg meer bevonden worden, op te vangen. Het probleem oplossen door het naar het platteland te verschuiven is al te vaak een oplossingsstrategie, ook van De Lijn. Deze ‘uitschuiver’ van De Lijn is jammer genoeg een symptoom van een stroming in Vlaanderen waarbij men de schuld van alle problemen tracht af te wentelen op het platteland en zijn bewoners. Denken we maar aan de uitspraken dat plattelandsbewoners ‘wegen’ op onze ruimte, dat plattelandsbewoners meer moeten betalen voor infrastructuur, energie, voorzieningen … Het lijkt er steeds meer op dat mensen op het platteland zich moeten schamen omdat ze op het platteland werken en wonen. Voor mij en voor onze Landelijke Gilden is dit onaanvaardbaar. Het Vlaamse platteland verdient erkenning en waardering, net zoals de steden hier in Vlaanderen. Samen moeten we problemen van deze tijd aanpakken. Laat ons niet vervallen tot een debat stad tegen platteland, want daar geraken we geen stap mee verder.

Is de rekenmachine van minister Borsus al defect?

Op Agriflanders deed ik minister Borsus een rekenmachientje cadeau met de vraag om, vooraleer beslissingen te nemen, steeds goed te rekenen wat dit voor onze leden aan kosten meebrengt. Ik vroeg hem daarbij ook om bij beslissingen steeds te kiezen voor de oplossing of de maatregel die voor onze bedrijven het eenvoudigst, het meest efficiënt en het meest kostenbewust is. Blijkbaar is de minister zijn rekenmachine al kwijt, want hij besliste opnieuw dat voor de blauwtongvaccinatie geen delegatie verleend zal worden aan de veehouder. Dat betekent dat de veehouder, zoals ook in 2016, een beroep moet doen op zijn dierenarts om de vaccinatie toe te dienen. De minister negeert hiermee de vraag van alle landbouworganisaties. Onze argumenten dat vaccinatie door de veehouder in Frankrijk wel mogelijk is, dat dit ook de meest efficiënte en kosteneffectieve oplossing is die daarenboven de vaccinatiegraad zal doen toenemen, weegt blijkbaar niet zwaar genoeg … Jammer, zeker als we weten dat onze rundveehouderij zware tijden doormaakt en op elke cent moet letten. Misschien moet ik de minister bij de eerstvolgende gelegenheid een elektrische rekenmachine cadeau doen?

Actieplan Vleesvee 

De rentabiliteit in onze vleesveesector is inderdaad ondermaats. Hoewel de rundvleesmarkt in de eerste plaats een lokaal gebeuren is, neemt het onevenwicht tussen vraag en aanbod verder toe. Er is dus zeker geen behoefte aan import van Amerikaans rundvlees. We steunen minister Borsus dan ook in zijn verzet hiertegen tijdens de Europese Landbouwraad, eerder deze week. Maar daarmee is de zaak natuurlijk niet opgelost. We moeten ook zelf als sector nadenken over welke structurele maatregelen nodig zijn om de uitdagingen waar onze vleesveehouderij voor staat, aan te pakken. De sectorvakgroep Vleesvee en Kalveren zal daarvoor in de komende weken aan een actieplan werken.

Nieuwe stap in duaal leren land- en tuinbouw

Vorig schooljaar zijn de eerste proefprojecten duaal leren gestart. Eén ervan is het project ‘Groenbeheer duaal’ met 5 BuSo-scholen. De eerste ervaringen zijn positief. Zowel de leerlingen, de leerkrachten als de betrokken tuinaannemers zijn enthousiast. De nieuwe leervorm, waarbij de jongeren een belangrijk deel van hun leertijd op de werkvloer doorbrengen, slaat dus duidelijk aan. We hebben dan ook bij minister van Onderwijs Hilde Crevits en minister van Werk Philippe Muyters aangedrongen om dit project volgend schooljaar uit te breiden naar het zevende jaar BSO Groenaanleg en -beheer en naar het deeltijdsonderwijs Groenbeheer. Beiden gingen in op onze vraag. Daardoor zal het duaal leren volgend jaar zijn eerste stappen zetten in het BSO Land- en tuinbouw. We wachten nu nog op de inschaling van de beroepskwalificaties land- en tuinbouw zodat we het duaal leren hopelijk vanaf 2019 volledig kunnen uitrollen in het BSO Land- en tuinbouw. Wij rekenen er daarom op dat minister Crevits haar administratie tot spoed aanzet.