Menu

Op de eerste rij, 22 mei 2020

Terug naar Opinie
Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Landbouwers in landschappelijk waardevol agrarisch gebied vogelvrij?

Bijna 44% van de oppervlakte van het agrarisch gebied is op het gewestplan ingekleurd als landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Dit zijn gebieden waar bepaalde beperkingen gelden om het landschap te beschermen, maar waar volgens de wet alle handelingen en werken die overeenstemmen met de grondkleur (landbouw dus) mogen worden uitgevoerd voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen. Daaruit kan dus geen bouwverbod afgeleid worden, dat was ook nooit de bedoeling van de wetgever.

De zeer strikte interpretatie van de bestuursrechters de voorbije jaren zorgde er evenwel voor dat vergunningen van land- en tuinbouwbedrijven  –nieuwe of bestaande, klein of groot, gangbaar of biologisch – bijna stelselmatig werden vernietigd. Vaak werden de procedures dan nog eens ingeleid door een buurman die zelf zonevreemd in het agrarisch gebied woont en graag geniet van de lusten, maar het moeilijker heeft met de lasten.

De vorige Vlaamse regering probeerde daarvoor een evenwichtige oplossing uit te werken. Die oplossing werd echter – op vraag van Natuurpunt – vorig jaar vernietigd door het Grondwettelijk Hof. Begin dit jaar vroeg ik aan bevoegd minister Zuhal Demir of zij bereid was een oplossing uit te werken om tegemoet te komen aan de bezwaren van het grondwettelijk hof en tegelijk meer rechtszekerheid te creëren voor landbouwers in zulk gebied. Wij zijn er immers van overtuigd dat dit kan en, voor alle duidelijkheid: mét respect voor het landschap. Minister Demir liet ons recent weten dat zij daar niet toe bereid is. Dit antwoord stelt me erg teleur. Het feit dat er geen oplossing komt, heeft niet alleen gevolgen voor nieuwe inplantingen, maar ook voor bestaande bedrijven. Iedereen verwacht dat landbouwbedrijven mee evolueren met de tijd, innoveren, inspelen op maatschappelijke verwachtingen, performanter worden op milieuvlak, rekening houden met dierenwelzijn ... Om dat te realiseren zijn vaak aanpassingen vereist, soms ook uitbreidingen, en nu kan één persoon of één vereniging dit allemaal hypothekeren. Onbegrijpelijk dat er hiervoor geen oplossing komt, zeker als je in het regeerakkoord leest dat men inzet op een rechtszeker vergunningenbeleid dat gewapend is tegen gerechtelijke beroepsprocedures en waarbij het maatschappelijk belang primeert boven individuele belangen.

Ik hoop alleszins dat dit niet een eerste van een reeks beslissingen is met een zware impact op landbouw zonder rekening te houden met de realiteit van onze bedrijven.

Rechtsonzekerheid voor landbouwers in landschappelijk waardevol agrarisch gebied blijft duren.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Van-boer-tot-bordstrategie dreigt de boer zelf te vergeten

Deze week verwachten we de lancering van de in december aangekondigde van-boer-tot-bordstrategie (‘Farm to Fork’) en de Europese biodiversiteitsstrategie 2030. Beide kaderen in de Europese Green Deal. De ‘van-boer-tot-bordstrategie heeft tot doel lijnen uit te zetten om de Europese voedselproductie te verduurzamen. De biodiversiteitsstrategie wil het verlies aan Europese biodiversiteit tegengaan. Beide moeten uiteindelijk vertaald worden in Europese wetgeving.

’Farm to Fork’ heeft het potentieel om onze sector te ondersteunen om de uitdagingen van vandaag en morgen aan te pakken door oplossingen aan te reiken. Zo zou de strategie moeten zoeken naar duurzame innovatie in de sector door onderzoek en ontwikkeling, ruimte geven aan ondernemerschap, de coherentie van het beleid waarborgen, inzetten op een fair handelsbeleid en vooral … de strategie moet de draagkracht van de individuele boer vergroten door een evenredige verdeling van de kosten en baten van boer tot bord te voorzien. Als deze draagkracht niet mee groeit, heeft het geen zin om de lat steeds hoger te leggen.

Op basis van gelekte versies en uitspraken van de bevoegde commissarissen zijn we echter realistisch. Zowel in de van-boer-tot-bordstrategie als de biodiversiteitsstrategie houdt men vast aan eenzijdige reductiedoelstellingen en grote ambities alsof het niets is. Geen enkele commissaris die de Europese voedselzekerheid en het inkomen van onze landbouwbedrijven zou mogen riskeren door zonder enige impactmeting of flankerend beleid zijn ambities door te drukken. Het zullen de Europese Raad en het Europees Parlement moeten zijn die het gezond boerenverstand in beide strategieën zullen moeten brengen. Voor hen ligt er werk op de plank.

Meer informatie