Menu

Op de eerste rij, 22 juni 2017

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Droogtezorgen

Niemand kan er intussen nog naast kijken. En ook het droogterapport van de VMM bevestigt het. Het is zeer tot extreem droog in Vlaanderen. De grondwaterstanden zijn historisch laag en ook voor de komende dagen wordt er, behalve misschien een buitje hier en daar, weinig neerslag verwacht. De droogte is het meest extreem in delen van West-Vlaanderen en ook de gevolgen zijn daar op dit moment al het meest zichtbaar. Vooral groenten, maïs, vlas, granen en (vroege) aardappelen zijn getroffen. Ook heel wat graslanden beginnen er steeds schraler bij te liggen. De extreme situatie heeft in West-Vlaanderen, intussen geleid tot een verbod op het capteren van water uit oppervlaktewater voor beregening van gewassen. Er wordt een uitzondering gemaakt voor wateronttrekking voor het drenken van het vee. Beregening van gewassen is dus nog wel mogelijk met water uit eigen waterputten.

Deze week breng ik samen met minister Schauvliege een bezoek aan de regio. De minister heeft intussen het KMI gevraagd te onderzoeken of het gaat om een uitzonderlijke situatie waarvoor de procedure voor het Landbouwrampenfonds kan worden opgestart. Ik heb intussen ook aan federaal minister van Landbouw Borsus gevraagd om de mogelijkheid te voorzien van een uitstel van betaling van sociale bijdragen voor de getroffen bedrijven. We leggen ook contacten met administraties, maar ook met afnemers om te bepleiten dat deze omstandigheden beschouwd worden als overmacht. In elk geval is het aangewezen om problemen snel en proactief al te melden bij de afnemers. Bij onze consulenten en op het ledengedeelte van de website zijn daarvoor modelbrieven beschikbaar. Ook een overleg met Aquafin, dat aanbiedt om gezuiverd afvalwater als alternatieve waterbron te gebruiken, ligt intussen vast. Er zal wel rekening moeten gehouden worden met sanitaire en kwaliteitsvoorwaarden vooraleer we dit water kunnen gebruiken in de land- en tuinbouw. Ook logistiek is dit een hele uitdaging.

Mijn boodschap en vraag aan de minister zal zijn om samen met alle bevoegde overheden en waterbeheerders na te denken over de wijze waarop we de land- en tuinbouwsector beter kunnen beschermen tegen deze weersextremen. Gezien ook de middelen van het Rampenfonds niet onuitputtelijk zijn, moeten we zelf actief werken aan een meersporenbeleid. We moeten dit probleem met vereende krachten en via verschillende pistes toekomstgericht aanpakken.

Enkel een combinatie van maatregelen zal onze Vlaamse land- en tuinbouw weerbaarder kunnen maken tegen weersextremen.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Concreet zie ik drie verschillende pistes, sporen. We moeten nog meer inzetten op en investeren in efficiënt watergebruik. Doorgedreven wateraudits, maar ook praktijkproeven op dit vlak, zijn nodig. Misschien kan het systeem van druppeldarmen, dat bijvoorbeeld gebruikt wordt voor bevloeiing van vollegrondsaardbeien, wel veralgemeend worden naar andere intensieve teelten. Oppervlakkig sproeien is nu eenmaal weinig effectief … Ook water efficiënter bijhouden is belangrijk. Ik denk dan aan irrigatieprojecten en/of bufferbekkens op bedrijfsniveau, door clusters van bedrijven in landbouwgebied, al dan niet in samenwerking met bijvoorbeeld de groenteverwerkende industrie. Infrastructurele maatregelen dus ... niet evident, dat besef ik, maar wellicht noodzakelijk. Samenwerking met alle waterbeheerders, met de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), Waterwegen & Zeekanaal (W&Z) en de Vlaamse Landmaatschapppij (VLM), met de praktijkcentra en ondersteuning vanuit het VLIF is daarbij nodig.

Het tweede spoor waar nu echt dringend werk van moet worden gemaakt, is dat van de private weersverzekering voor bepaalde risicoteelten. De Vlaamse overheid kan de ontwikkeling hiervan, en vooral de betaalbaarheid ervan, ondersteunen via het Vlaams Plattelandsbeleid dat de mogelijkheid voorziet om 65% van de premie te subsidiëren. Dat vergt inzet van extra Vlaamse middelen, maar het lijkt me een meer dan zinvolle investering om het systeem van de grond te krijgen. Producentenorganisaties kunnen bovenop zulke basisverzekering dan een extra dekking voorzien voor hun producenten tegen specifieke risico’s; sommige sectoren kunnen daarvoor GMO-middelen aanwenden. Ik stel vast dat bijvoorbeeld REO en Ingro vandaag al op die manier een hagelverzekering aan hun producenten aanbieden. Die kan verruimd worden naar bijvoorbeeld droogteschade. Ten slotte het derde spoor: het Rampenfonds blijft ook in zo’n meersporenbeleid een essentieel onderdeel. Zeker zolang er geen degelijk verzekeringsinstrumentarium voorhanden is … Maar ook nadien blijft het functioneren van het Rampenfonds noodzakelijk voor niet-verzekerbare risico’s maar ook als herverzekeraar. Ook dat laatste moet helpen om de verzekeringspremie betaalbaar te maken.

Enkel een combinatie van maatregelen zal onze Vlaamse land- en tuinbouw weerbaarder kunnen maken tegen weersextremen. Het is tijd dat er initiatief genomen wordt om de koppen bij mekaar te steken en samen – Vlaamse overheid, waterbeheerders, praktijkcentra en verzekeraars – te werken aan een coherent plan voor een klimaatrobuustere Vlaamse land- en tuinbouw.

Intussen wacht ik samen met jullie op een aantal dagen met malse regenbuien …