Menu

Op de eerste rij, 2 februari 2018

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

ILVO-onderzoek ammoniakemissie vleesvee biedt perspectief

Sinds deze zomer geldt een nieuw significantiekader voor de vergunningverlening in het kader van het IHD/PAS-beleid. Oranje bedrijven kunnen hun activiteiten verder zetten, maar hun ammoniakemissies mogen niet toenemen. Dit betekent vaak dat technologische oplossingen moeten worden ingezet om de ammoniakemissies op de bestaande stallen te verminderen en zo bijvoorbeeld ruimte te creëren voor een uitbreiding.

Uit onze analyse bleek dat er voor de meeste Vlaamse veehouderijsectoren oplossingen voorhanden waren, of op komst zijn, maar niet zo voor de typische Vlaamse vleesveehouderij waar de bedrijven vaak in valleigebieden liggen en dus nauw verweven zijn met de natuur, denk maar aan de bedrijven in de Vlaamse Ardennen.

Daarom heeft Boerenbond zelf middelen uitgetrokken voor het onderzoek naar mogelijkheden voor ammoniakreductie in de vleesveehouderij. ILVO heeft dit onderzoek uitgevoerd. Er werd daarbij speciaal een stal verbouwd voor het praktijkonderzoek. Onze sectorvakgroep Vleesvee en Kalveren werd nauw betrokken bij het onderzoeksopzet en regelmatig geïnformeerd over de vorderingen. Op die manier zorgden we ervoor dat het onderzoek voldoende praktijkrelevant was. Het onderzoek zette in op managementmaatregelen die vooral betrekking hadden op het strooisel. Daarnaast werd ook onderzocht hoe rantsoenaanpassingen ammoniakemissies kunnen reduceren. We komen hier volgende week op terug. Ook in Management&Techniek 3 van 12 februari brengen we een uitgebreid dossier over dit onderzoek. Het is in elk geval positief dat dit onderzoek opnieuw perspectief biedt voor onze vleesveehouders, die het zo al moeilijk genoeg hebben. We hopen dat de PAS-lijst nu snel zal worden uitgebreid met enkele maatregelen voor de vleesveehouderij.

Het is positief dat het onderzoek over ammoniakemmissie bij vleesvee onze vleesveehouders opnieuw perspectief biedt.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Landbouwbescherming poldergraslanden houdt stand

De drie natuurverenigingen die in 2016 naar de rechter stapten omdat ze de beschermingsregeling voor de poldergraslanden halfslachtig en vals vonden, hebben ongelijk gekregen van de rechter. In 2016 werd na meer dan 20 jaar discussie een regeling uitgewerkt waarbij 8000 ha poldergrasland beschermd werd: 5000 ha via natuurwetgeving en 3000 ha via landbouwwetgeving. Tegen die laatste bescherming stapten de natuurverenigingen naar de rechter. Maar dus zonder gevolg: de rechter noemt de twee beschermingsregimes elk een vooruitgang op het vlak van de bescherming van natuur en landschap en oordeelt dat het verschil in bescherming tussen graslanden gelegen binnen natuurgebied en daarbuiten geen schending van het gelijkheidsbeginsel is. Met deze uitspraak heeft het gezond verstand het gehaald. Laat ons hopen dat dit nu ook het geval is bij de natuurverenigingen en dat ze afzien van verder hoger beroep …

Het oordeel van de rechter in deze zaak is trouwens ook dienstig om nu eindelijk werk te maken van een apart statuut voor natuur in agrarisch gebied waar we al zo lang om vragen.

Welke richting uit met de GMO?

Nog voor de grote GLB-discussie beslecht wordt, moeten er ook voor de toekomstige gemeenschappelijke marktordening voor groenten en fruit (GMO) keuzes gemaakt worden.

De Vlaamse overheid start deze week een overlegtraject op. In de sectorvakgroepen Groenten en Fruit werd de voorbije week daarom een eerste evaluatie van de huidige GMO-periode gemaakt.

En ook al was de verleiding af en toe groot, de opdracht was wel degelijk de GMO evalueren en niet de producentenorganisaties die uitvoering geven aan de GMO. De GMO heeft de afgelopen jaren ongetwijfeld heel wat bijgedragen aan het realiseren van een sterkere afzetstructuur voor de interne en exportmarkt. Heel wat van de Europese middelen kwamen hierdoor op een of andere manier ten gunste van de producent.

Tijdens de vakgroepevaluatie werden ook een aantal pijnpunten blootgelegd. Is er voldoende ruimte voor het individuele ondernemerschap op onze fruit- en groentebedrijven binnen het plaatje om samen naar de markt te gaan? Heeft de GMO bijgedragen om onze bedrijven meer crisisbestendig te maken? Is er voldoende transparantie geweest in de uitvoering en hoe kan de GMO de toenemende diversiteit en specialisatie waar de Vlaamse fruitteelt- en tuinbouwsector voor staat mee opvangen? Allemaal zeer relevante zaken. In elk geval zal de toekomstige invulling van de GMO ervoor moeten zorgen dat er verder ingezet wordt op de uitbouw van voldoende slagkrachtige en flexibele structuren waarbij een maximale betrokkenheid van de leden wordt nagestreefd! Vanuit de vakgroep werden een aantal duidelijke standpunten ingenomen. Die standpunten zullen in de komende maanden ook verdedigd worden op het overleg in Brussel. Tegen de zomer moeten dan de contouren voor de komende periode van GMO in de fruitteelt en tuinbouw duidelijk zijn.