Menu

Op de eerste rij, 19 oktober 2017

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Landbouw in het klimaatdebat: de cijfers

In het Vlaams Parlement is deze week gedebatteerd over het Vlaams klimaatbeleid nadat eind vorige week commotie ontstaan was omdat Vlaanderen de klimaatdoelstellingen voor 2020 niet zou halen. Sommige kranten waren er als de kippen bij om te stellen dat het Vlaamse klimaatbeleid volledig uit koers is. In principe moet de uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen tegen 2020 met 15,7 procent naar beneden in vergelijking met het niveau van 2005, maar zoals het er nu naar uitziet zou men stranden op een reductie van maar 2 procent. Het verrast me allang niet meer dat sommigen dit dan weer aangrijpen om te poneren dat we de doelen nooit zullen halen als we onze Vlaamse veestapel niet drastisch verminderen. ‘Halveer de veestapel’ was weer maar eens één van de oneliners in de kwaliteitskrant van bij ons. En daarmee gaat men nog maar eens voorbij aan de realiteit. De realiteit is dat de Vlaamse land- en tuinbouw verantwoordelijk is voor 8 procent van de uitstoot van de broeikasgassen in Vlaanderen, 5 procent daarvan is op conto van de veehouderij. Daarmee staan we op de vijfde plaats in het rijtje van verantwoordelijken, na transport, energie, industrie en de huishoudens. Dus ja, we zijn een deel van het probleem maar we nemen onze verantwoordelijkheid op én we boeken resultaten, resultaten die mogen gezien worden. Sinds 1990 hebben we al een reductie van 26 procent gerealiseerd, terwijl in Vlaanderen – over alle sectoren heen – slechts een reductie van 16 procent bereikt werd. Deze week nog maakten we samen met de zuivelindustrie de resultaten van de duurzaamheidsmonitor in de zuivelketen bekend. Die gaat ook over andere aspecten van duurzaamheid dan klimaat, maar ook hier mogen we trots zijn op de resultaten. Over de periode 2000 tot 2015 wordt er voor de productie van 1 liter melk maar liefst 26 procent minder broeikasgassen uitgestoten. Wij vragen dat die resultaten erkend worden én dat het stimulerend beleid en ook het onderzoek naar mogelijkheden voor verdere reductie van bijvoorbeeld methaan wordt voortgezet zodat we op de ingeslagen weg verder kunnen gaan en nog meer reducties kunnen realiseren. En vergeet ook niet: in deze discussie is landbouw niet enkel een deel van het probleem, maar ook van de oplossing. Denk maar aan de CO2-opslag in de bodem. Landbouw produceert overigens ook biomassa voor groene energie en chemie en valoriseert nevenstromen uit de voedingsindustrie. Ook dat mag eens gezegd worden, want de waarheid heeft haar rechten …

In de klimaatverandering zijn we een deel van het probleem, maar ook een deel van de oplossing én nemen we onze verantwoordelijkheid op.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Bijsturing onroerend-erfgoedregelgeving nodig

Sinds 2015 is in Vlaanderen een nieuwe regelgeving met betrekking tot onroerend erfgoed van kracht. De implementatie hiervan op het terrein verloopt niet zonder slag of stoot. Vooral de nieuwe bepalingen rond archeologie veroorzaken heel veel moeilijkheden. Er worden veel meer bouwprojecten dan vroeger onderworpen aan een archeologisch voortraject en de kosten hiervoor vallen ook veel hoger uit dan vooraf was aangekondigd.

De toepassing van de nieuwe wetgeving oogst dan ook – heel terecht volgens ons – heel wat kritiek. Dit voorjaar kreeg het Agentschap Onroerend Erfgoed daarom de opdracht om vlugger dan voorzien een evaluatie te maken van de nieuwe regelgeving. Het Hoofdbestuur heeft spontaan een uitgebreide insteek bezorgd aan de agentschap in de hoop dat onze bezorgdheden en opmerkingen dan ook maximaal meegenomen zouden worden in het evaluatierapport. Dit was belangrijk omdat het evaluatierapport de basis vormde van de conceptnota die de Vlaamse regering vlak voor het zomerreces goedkeurde. In deze conceptnota worden de keuzes van de Vlaamse regering vastgelegd voor bijsturing van het decreet op het onroerend erfgoed, dit najaar. Met andere woorden, een soort van politiek voorakkoord dus.

In opvolging van onze insteek in het debat, heb ik vorige week een schrijven ontvangen van Vlaams minister-president Bourgeois waarin hij toelicht op welke manier de conceptnota tegemoetkomt aan de bemerkingen die Boerenbond formuleerde tijdens de evaluatie. En inderdaad, we stellen vast dat er een aantal positieve maatregelen worden genomen, vooral op het vlak van financiering van het archeologisch onderzoek. We stellen echter ook vast dat het agentschap en ook de politiek op heel wat andere punten doof blijven voor de kritiek over de doelmatigheid van het beschermingsbeleid, het ontbreken van een stabiel financieel kader, een duidelijke bevoegdheidsverdeling, rechtszekerheid van inventarissen … En deze kritiek komt niet alleen van Boerenbond maar wordt in talrijke adviezen ook ondersteund door de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening waarin het hele maatschappelijke middenveld én de erfgoedsector zelf vertegenwoordigd zijn. We verwachten dan ook dat er ook over die punten toch nog verder politiek overleg komt en dat er op korte termijn gezocht wordt naar oplossingen voor de problemen die zich op het terrein stellen. Onroerend erfgoed heeft immers alle belang bij een breed gedragen maatschappelijk draagvlak. Ik stel vast dat ook onze land- en tuinbouwers erfgoed belangrijk vinden en best bereid zijn hiervoor inspanningen te leveren. Maar het moet wel mogelijk zijn om de zorg voor erfgoed te combineren met een toekomstgerichte bedrijfsontwikkeling – dat is overigens de beste garantie voor het behoud van waardevol onroerend erfgoed. Gezond boerenverstand langs beide zijden moet ook in deze tot een win-winsituatie kunnen leiden, daarvan ben ik overtuigd.