Menu

Op de eerste rij, 19 november 2020

Terug naar Opinie
Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Weg vrij voor Europees herstelfonds voor landbouw

Eindelijk is er witte rook uit de Europese onderhandelingskamers over het Europees meerjarig financieel kader en het daarmee samenhangende Europese herstelfonds. Onderhandelaars van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bereikten vorige week een akkoord. Onder druk van het Parlement kwamen er daarbij nog verschuivingen en nieuwe middelen ten voordele van onder andere onderzoek en ontwikkeling en het EU-gezondheidsprogramma.

Het is positief dat de knopen nu doorgehakt worden, want anders dreigt het Europees herstel vertraging op te lopen. Dit akkoord maakt ook de weg vrij voor de 8 miljard euro uit het herstelfonds die voor landbouw is bestemd en die de komende twee jaar ingezet kan worden via instrumenten uit het Europees plattelandsbeleid. Extra middelen die broodnodig zijn om de landbouwsector richting herstel te leiden, want ondanks de status als vitale sector laat de coronacrisis zich meer dan stevig voelen, ook in onze sector. Wij rekenen dan ook op een ‘stevige’ implementatie van de middelen op maat van de noden van de sector. Wij vragen daarom om de Vlaamse enveloppe vooral in te zetten voor investeringssteun. Het VLIF kan zo met versterkte slagkracht de motor zijn van herstel en verdere verduurzaming en de daarvoor noodzakelijke maar door de crisis uitgestelde investeringen mee terug op de rails zetten. Ook voor jonge boeren, bij wie de crisis zich extra laat voelen, en voor innovatie moeten de nodige middelen voorzien worden. Zij zijn beide cruciaal voor de toekomst van onze Vlaamse land- en tuinbouwsector.

Ondanks de status als vitale sector laat de coronacrisis zich ook in onze sector meer dan stevig voelen.

De extra middelen geven ook wat ruimte om te experimenteren met nieuwe vergroenende maatregelen. Zo kan het herstelfonds de brug slaan tussen het oude en het nieuwe GLB vanaf 2023.

Intussen is er nog een andere schouw waaruit we zo gauw mogelijk witte rook verwachten en dat is die van de brexit-onderhandelingskamer. Daarop is het bij het schrijven van dit stukje nog wachten …

Snel politiek gewin in plaats van doordacht beleid

In het Vlaamse regeerakkoord staan een aantal belangrijke ambities rond natuuruitbreiding en -inrichting. De afgelopen maanden wordt meer en meer duidelijk hoe men die ambities wil realiseren: niet via een wettelijk of reglementair kader – want dan is er parlementaire inspraak en controle – en ook niet via een gecoördineerd en maatschappelijk gedragen beleid dat tot stand komt via overleg tussen de diverse Vlaamse administraties en het middenveld.

Neen, de bevoegde minister van Omgeving kiest prioritair voor realisatiegerichte oplossingen op korte termijn, met een mooi woord ook quickwins genoemd. Op zich is er niks mis mee om beleidsdoelstellingen ook effectief op het terrein te realiseren – wel integendeel – maar de vaststelling is dat dit vandaag gebeurt los van enige visie of doordacht beleid op lange termijn. Bovendien worden die actoren die de negatieve impact ondervinden van dergelijke concrete projecten bewust uitgesloten van het overleg.

Twee concrete voorbeelden. Het Agentschap voor Natuur en Bos schrijft in functie van de realisatie van de Brabantse wouden eigenaars van percelen in agrarisch gebied én in landbouwgebruik gericht aan met concreet becijferde aankoopvoorstellen waarbij zelfs de aankoop van huiskavels gelegen in agrarisch gebied niet wordt geschuwd.

Een tweede voorbeeld situeert zich in de Turnhoutse Kempen waar we via de Gazet van Antwerpen hebben moeten vernemen wat het oppervlaktecriterium is voor de erkenning van een nationaal park. Vlaanderen schuift de concrete uitvoering van nationale parken door naar het lagere bestuursniveau en laat daarbij toe dat de criteria voor erkenning ‘vrij’ bepaald kunnen worden binnen de projectwerking waar opnieuw maar slechts enkele partijen welkom zijn aan de tafel. Landbouw dus niet, voor alle duidelijkheid.

Scoren in de media is blijkbaar belangrijker dan het uitwerken en uitvoeren van gedegen ruimtelijke beleidsvisies. Een slechte evolutie die we aan de kaak zullen blijven stellen! Wij blijven er immers van overtuigd dat gedragen oplossingen met een langetermijnvisie de echte ‘wins’ zijn.