Menu

Op de eerste rij, 16 november 2017

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Inspiratiefiches voor stembusgang 2018

In 2018 trekken we naar de stembus voor de verkiezing van nieuwe gemeentelijke en provinciale mandatarissen. Traditiegetrouw bundelen wij vanuit de Landelijke Beweging onze wensen voor een degelijk gemeentelijk en provinciaal beleid. De Landelijke Beweging is het samenwerkingsverband tussen Boerenbond, Landelijke Gilden, KVLV-Vrouwen met vaart, KVLV-Agra, Groene Kring, KLJ en LRV. Samen vertegenwoordigen we bijna 200.000 leden.

Vandaag, 333 dagen voor de lokale verkiezingen van 2018, lanceren we 16 inspiratiefiches onder de titel ‘Gemeend Landelijk – inspiratie door het platteland’. Voor elk thema dat van belang is voor onze organisatie wordt op een A4’tje aangegeven wat het probleem is, hoe wij het zien en geven we ook een aantal suggesties van concrete acties mee die gemeenten en provincies kunnen ondernemen. Voor wie meer wil, wordt er nog gelinkt naar meer uitvoerige achtergrondinformatie. We kiezen er bewust voor om geen lijvig ‘memorandum’ te verspreiden, maar houden het beknopt en dus vooral actiegericht. De fiches komen niet uit de lucht gevallen. Ze kwamen tot stand van onderuit, via een voortraject waar leden, bestuursleden, politici en beroepskrachten hun suggesties konden geven. Eind oktober kwam onze Algemene Raad, ons hoogste bestuursorgaan, samen en keurde de fiches goed.

De rode draad doorheen onze inspiratiefiches voor de stembusgang 2018 is het respect dat we vragen voor het Vlaamse platteland en zijn bewoners.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Het is de bedoeling dat onze bestuursleden, met de fiches in de hand, de komende maanden kandidaat-mandatarissen aanspreken en hen overtuigen acties die voor hun gemeente en/of provincie belangrijk zijn, mee op te nemen in hun verkiezingsprogramma en nadien ook in de beleidsplannen.

Dat betekent natuurlijk niet dat er met de realisatie van onze voorgestelde acties tot na de verkiezingen moet worden gewacht of dat de acties enkele maanden na de verkiezingen weer in de koelkast mogen. We willen dat onze voorstellen weerklank krijgen in het gevoerde beleid in dorpen, gemeenten, steden en provincies. En daarmee kunnen we nu al starten.

De rode draad doorheen onze inspiratiefiches voor de stembusgang 2018 is het respect dat we vragen voor het Vlaamse platteland en zijn bewoners. Voor ons speelt de land- en tuinbouw een onvervangbare rol als economische drager en beheerder van het landschap en de leefomgeving. We leggen in onze fiches ook de link naar onze verstedelijkte context. Ons pleidooi is meer dan ooit: Vlaanderen is stad én platteland, laat er ons samen werk van maken!

Nood aan een effectief wildbeheer

Al jaren wijzen wij op de groeiende wildpopulatie in Vlaanderen en op de schade die dat wild veroorzaakt. Vooral het zogenaamde groot wild is een toenemend probleem. In Limburg, bijvoorbeeld, is de populatie everzwijnen de voorbije jaren gigantisch toegenomen. Een drijfjacht, een paar weken geleden, leverde meer dan 50 stuks geschoten evers op. Maar de everzwijnen vermenigvuldigen zich ook elders razendsnel. Ook reeën, bevers enzovoort duiken opnieuw op in grote delen van Vlaanderen. Met de groeiende populatie, neemt ook de schade aan gewassen zienderogen toe. Gronden worden omgeploegd, fruitplantages beschadigd, dieren opgejaagd en landbouwgronden onder water gezet door beverdammen. Meer en meer wordt ook schade veroorzaakt bij particulieren. Vossen en steenmarters richten ravages aan in kippenrennen en aan leidingen. Terwijl wij vanuit de landbouwsector al jaren waarschuwen voor de gevolgen van het te snel toenemende grootwildbestand in Vlaanderen, is pas de laatste jaren algemeen het besef gegroeid dat er effectief nood is aan indijking van al te snel groeiende populaties. In 2014 is zo eindelijk het begrip ‘faunabeheerzones’ in de Vlaamse jachtwetgeving geïntroduceerd. Bedoeling daarbij is om in 10 faunabeheerzones verspreid over Vlaanderen afspraken te maken tussen jagers, landbouw en natuurbeheerders over de populatiedoelstelling voor everzwijnen én over de aanpak om die doelstelling dan te bereiken. Concreet gaat het dus over hoeveel everzwijnen in een zone toelaatbaar zijn en hoe men de populatie zal beheersen (door preventie en door jacht). Drie jaar later is er nog steeds geen consensus in alle faunabeheerzones; laat staan dat er overal een effectieve aanpak op het terrein zou zijn. Discussiepunten zijn steeds dezelfde: te zwak geformuleerde maatregelen en een njet vanwege natuur als het gaat over bejaging van percelen in beheer door Natuurpunt … En dus blijven de incidenten en de schade toenemen. Afgelopen zomer was er zo nog een incident in de Dijlevallei in Vlaams-Brabant waar everzwijnen de koeien in de wei opjoegen totdat ze in de beek terechtkwamen … Spectaculaire beelden voor de regionale tv, maar tonnen frustratie en miserie voor de betrokken boer. Om van het dierenleed maar te zwijgen.

Het is dan ook hoognodig dat minister Schauvliege het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) – dat het hele proces trekt – nog maar eens opdracht geeft meer dan een tand bij te steken om ook in die zones waar nog steeds geen consensus is, op korte termijn tot een deftig akkoord te komen. Net zoals het nodig is dat ook een coördinator wordt aangesteld die de uitvoering van de afspraken op het terrein nauwgezet opvolgt, want er moet op het terrein ook effectief werk gemaakt worden van de gemaakte afspraken. Met mooie teksten waar dan uiteindelijk niets van komt, zijn we niets. Ik heb alvast de minister uitgenodigd om de situatie op het terrein te komen verkennen.