Menu

Op de eerste rij, 16 maart 2018

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Wij zijn het grondig beu!

Vorige week werden we nog maar eens geconfronteerd met een voedselschandaal. Ditmaal gaat het over grootschalige vleesfraude in vleesbedrijf Veviba in Bastogne. Het was onmiddellijk voorpaginanieuws in alle media. Warenhuizen haalden alle vlees afkomstig van de betrokken groep uit de rekken, ook al is er met het overgrote deel ervan helemaal niks mis.

En daarmee is het kwaad weer eens geschied. Fraudeurs slagen er keer op keer in, louter uit winstbejag, het imago en de reputatie van onze vleessector om zeep te helpen. Dat onze vleesveehouders hun dieren met veel toewijding verzorgen, stipt de regels inzake voedselveiligheid naleven, alle mogelijke inspanningen leveren om de milieu-impact van hun productie te beperken enzovoort – kortom, zich opstellen als verantwoordelijke producenten van kwaliteitsvol en lekker vlees – al die inspanningen worden door zulk fraudegeval gewoon weggeveegd. En dat zijn we grondig beu! Wij zijn het meer dan beu dat onze landbouwers voor de zoveelste keer op rij de rekening gepresenteerd dreigen te krijgen voor de wantoestanden in bepaalde slachthuizen. Dat moet stoppen! Als signaal dat deze praktijken voor ons compleet onaanvaardbaar zijn, hebben we ons trouwens ook burgerlijke partij gesteld in dit dossier.

Na het bericht van de intrekking van de vergunning van Veviba heb ik onmiddellijk contact genomen met minister Ducarme en hem gevraagd krachtdadig op te treden en samen met het FAVV en het gerecht deze zaak tot op het bot uit te spitten. Een krachtdadig optreden is noodzakelijk, niet enkel om het vertrouwen van de consument in Belgisch rundvlees te behouden, maar ook om voor eens en voor altijd duidelijk te maken dat het meer dan dringend tijd is dat de slachthuis- en vleesverwerkende sector zich ernstig bezint en maatregelen neemt om de malafide praktijken in bepaalde slachthuizen en vleesbedrijven een halt toe te roepen. Op onze vraag heeft de minister ook het Agrofront ontvangen. Tijdens dat overleg heb ik gevraagd dat de minister een maatregelenpakket ter ondersteuning van de sector zou uitwerken. We hebben intussen onze voorstellen ter ondersteuning van de sector, maar ook onze voorstellen voor structurele maatregelen, al aan de minister bezorgd. Want het is hoog tijd dat er verandering komt en dat er ingegrepen wordt op minstens vier vlakken:

1. Voedsel naar waarde schatten. Het is ten eerste hoog tijd dat we de consument leren om voedsel opnieuw naar waarde te schatten en er dus een correcte prijs voor betalen. Zolang de consument niet wil betalen voor kwaliteit, riskeer je gesjoemel op je bord te krijgen, zoals voedselbiotechnoloog prof. Leroy terecht opmerkt.

2. Distributie heeft verantwoordelijkheid. Hoog tijd ook dat ook de grootdistributie wakker wordt geschud. De race naar de laagste prijs die door de supermarkten wordt gelopen, is een race die voor iedereen in de voedingsketen eindigt in de afgrond. Eindelijk stoppen met het braderen met voedsel en met de eindeloze druk op toeleveranciers om toch maar tegen de laagste prijs te kunnen verkopen – dat zou een belangrijke stap voorwaarts zijn. De politiek van de beste kwaliteit tegen de laagste prijs is niet duurzaam, niet vol te houden. Die politiek levert enkel verliezers op. De boer, de verwerkende industrie, de retail zelf en uiteindelijk ook de consument. Dus: retail, stop met de race naar de laagste prijs en met het braderen met voedsel! Neem jullie verantwoordelijkheid naar producent en naar consument en leer samen met ons de consument zijn voedsel opnieuw te waarderen, in de letterlijke zin. Leer de consument dat kwaliteit een prijs heeft en dat ook veilig voedsel een prijs heeft!

3. Betere coördinatie controle-instanties. Ten derde is het ook hoog tijd voor een oefening rond betere controlemechanismen in de voedselketen. Vandaag zijn verschillende controle-instanties belast met controles rond voedsel. Elk op zich leveren ze goed werk, maar doordat de controle zo versnipperd is en er geen overkoepelende eindcontrole is in het hele proces, glippen fraudeurs makkelijker door de mazen van het net. De mazen van het net sluiten, dat is de opdracht. En dat kan enkel door de controle sluitend te maken.

4. Volledige transparantie in vleesketen. En ten slotte moet er dringend volledige transparantie komen binnen de keten zelf. Met het interprofessioneel akkoord transparantie dat we een tijdje geleden afsloten met de slachthuissector werd na jarenlang gebakkelei een eerste stap gezet naar transparantie. We weten echter allemaal dat er nog een aantal heikele punten onbespreekbaar bleven. Wel, de tijd is op. Er moet hier en nu vanuit de slachthuis- en vleessector volledige transparantie gecreëerd worden. Dus onmiddellijk werk maken van de uitvoering van de gemaakte afspraken, daarvoor ook de organismen aanpassen en onmiddellijk overleg over de losse eindjes! En wat we interprofessioneel niet kunnen regelen, daar moet de overheid dan maar de handhaving garanderen.

Fraudeurs slagen er keer op keer in, louter uit winstbejag, het imago en de reputatie van onze vleessector om zeep te helpen.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Dit schandaal is er één te veel – het is genoeg geweest! Tijd voor alle verantwoordelijken en stakeholders om samen te werken aan de noodzakelijke veranderingen die onze vleesketen fraudebestendiger moeten maken. Want met voedsel sjoemel je niet!

In de werkgroep Rundvlees van het Ketenoverleg, deze week, waren de verschillende ketenactoren het er alvast over eens dat we er samen met de overheid alles aan moeten doen om het vertrouwen van consument en producent zo snel mogelijk te herstellen.

Daarbij horen versterkte, gecoördineerde en slimmere controles die de mazen in het net dichten, en meer transparantie zowel richting consument als producent. Volgende week komen de ketenactoren opnieuw samen om met concrete acties tot een uitgewerkt actieplan te komen.