Menu

Op de eerste rij, 14 maart 2019

Terug naar Opinie
Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

De boer op … naar de partijvoorzitters

Vanaf deze week brengen ondervoorzitter Eric Van Meervenne en ikzelf een bezoek aan de voorzitters van alle democratische Vlaamse politieke partijen. We gaan er onze verwachtingen en boodschappen toelichten voor de Vlaamse, federale en Europese verkiezingen van 26 mei. Dat doen we aan de hand van 31 inspiratiefiches, gebundeld onder het motto: ‘Kleur landelijk, voor een ondernemend platteland’. Voor land- en tuinbouw zitten er drie grote lijnen in: onze boeren verdienen een eerlijke prijs, ze hebben recht op meer zekerheid en hebben letterlijk en figuurlijk nood aan ruimte.

De vraag naar een eerlijke prijs hoeft – jammer genoeg – geen verdere uitleg. De moeilijke situatie in een aantal van onze sectoren zegt genoeg. Onze boeren vragen ook meer zekerheid. De natuurlijke omgeving waarin we werken brengt al genoeg onzekerheid met zich mee. Van het beleid verwachten we instrumenten die de weerbaarheid en de veerkracht van het bedrijf versterken.

Ook een vlottere vergunningverlening biedt zekerheid. Boeren en tuinders investeren op lange termijn. De sector moet dus voldoende tijd krijgen om zich aan te passen aan nieuw beleid. Principes van best beschikbare technieken, een gelijk speelveld en no gold plating zijn daarbij essentieel.

En ten slotte is ook de toegang tot grond cruciaal. De modernisering van de pachtwet blijft een vraag. Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) zet weliswaar de juiste accenten met principes rond een betere bescherming van de open ruimte, inzetten op een verhoogd ruimtelijk rendement en het vrijwaren van het landbouwgebied voor de beroepslandbouw, maar met het uitstel van de betonstop lijken de instrumenten die nodig zijn om die mooie principes ook hard te maken verder weg dan ooit … Ze zijn in elk geval voer voor een volgend regeerakkoord en een volgende Vlaamse regering.

We brengen de partijvoorzitters een boodschap van een ondernemende land- en tuinbouw op een ondernemend platteland.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Als voorzitter van de Landelijke Beweging zal ik de partijvoorzitters ook wijzen op de nood aan een volwaardig plattelandsbeleid, inbegrepen een sociaal beleid, dat evenwaardig is aan het stedelijk beleid. Want Vlaanderen is stad én platteland. Een echt plattelandsbeleid zet in op een robuust dorpenbeleid waar op een gedragen en verstandige manier omgesprongen wordt met de ruimte en waar gewerkt wordt aan verdichting via een echt dorpsvernieuwingsbeleid. Maar om dit mogelijk te maken is een herziening van het gemeentefonds noodzakelijk, opdat gemeenten die open ruimte vrijwaren daarvoor ook financieel beloond worden. Een volwaardig plattelandsbeleid omhelst ook een aangepaste en bereikbare dienstverlening op het platteland op het vlak van kinderopvang, zorg, onderwijs en mobiliteit.

Kortom, we brengen de partijvoorzitters een boodschap van een ondernemende land- en tuinbouw op een ondernemend platteland, die beiden alle ondersteuning en waardering van de toekomstige beleidsmakers verdienen. Los van deze boodschap ontvangen de partijvoorzitters een vragenlijst met een aantal pertinente vragen. Hun antwoord daarop zal je net voor de verkiezingen hier kunnen lezen.

Fruitneuzen in dezelfde richting 

Onze hardfruittelers gaan door een diepe crisis. De sector werd de voorbije jaren geconfronteerd met opeenvolgende catastrofes en met de Ruslandboycot, maar kampt ook met een aantal structurele problemen die dringend aangepakt moeten worden. En daar moet de hele sector aan meewerken. Zo moeten we er bijvoorbeeld in slagen om via een sectoroverkoepelend kwaliteitssysteem ons kwaliteitsfruit beter te valoriseren. Ook een gezond kritische benadering van de huidige verkoopssystemen is wenselijk. Het interview hierover met de voorzitter van de sectorvakgroep Fruit twee weken geleden was glashelder. Na een aantal moeizame overlegmomenten is de sector het vorige week eens geraakt over de contouren van een toekomstgerichte aanpak. In vier werkgroepen zal nu verder gewerkt worden aan de praktische invulling. De neuzen staan nu dus in dezelfde richting. Hopelijk blijft dat ook zo, want om het met de woorden van de voorzitter van de sectorvakgroep Fruit te zeggen: “We zetten stappen vooruit, niet meer achteruit, want elke stap achteruit is een probleem voor de toekomst van de fruitsector.”