Menu

Op de eerste rij, 13 juni 2019

Terug naar Opinie
Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Boerenbond bij de informateurs

Koning Filip heeft met het oog op de federale regeringsvorming twee informateurs aangeduid die het terrein moeten verkennen en dezer dagen contacten leggen met de verantwoordelijken in de gemeenschappen en gewesten. Informateurs Reynders en Vande Lanotte nodigden in dit kader ook de sociale partners van de Groep van Tien uit. Samen met de andere werkgeversorganisaties hadden we vorige week een onderhoud met hen waarin we benadrukten dat de vorming van een nieuwe regering – gezien de politieke en economische realiteit – best snel gebeurt. We hebben in dit onderhoud ook duidelijk gemaakt welk soort beleid we de volgende vijf jaar verwachten van een nieuwe federale regering en welke voor ons de daarin belangrijke accenten zijn. Samen met de andere werkgeversorganisaties hebben we gepleit voor een beleid dat de concurrentiekracht en -positie van onze bedrijven vrijwaart en verder versterkt, voor een beleid dat erover waakt dat onze bedrijven kunnen ondernemen in een gelijk speelveld (no gold plating), dat de loonlasten vooral voor lagere looncategorieën in arbeidsintensieve sectoren verder verlaagd worden en dat wordt ingezet op het benutten van het volledige arbeidspotentieel. Administratieve vereenvoudiging blijft ook hoog op de agenda staan. Specifiek voor onze land- en tuinbouwsector heb ik aanvullend gewezen op de noodzaak om verder werk te maken van mechanismen die onze bedrijven minder kwetsbaar maken voor inkomens- en marktschommelingen veroorzaakt door externe factoren. Voorts moet men verder werken aan  eerlijkere en correctere verhoudingen in de keten en moet de markttransparantie omhoog. Ik heb ook ons standpunt herhaald dat België in de Europese context moet inzetten op het behoud van een sterk EU-budget voor landbouw én het behoud van het Belgische aandeel daarin én dat landbouw geen pasmunt mag vormen in internationale akkoorden.

We hebben gepleit voor een beleid dat de concurrentiekracht en -positie van onze bedrijven vrijwaart.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Mercosurakkoord op til

Over internationale akkoorden en landbouw als pasmunt gesproken … Het op til zijnde Mercosurakkoord is er zo eentje. Het is een akkoord waarover de Europese Unie en de Mercosurlanden Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay nu al bijna twintig jaar onderhandelen. Nu lijken de kaarten gunstig te liggen voor een akkoord op korte termijn. In dit akkoord zien we een groot onevenwicht in het belang van landbouw en industrie tussen de twee blokken – een onevenwicht dat maar tot één antwoord kan leiden: de EU die toegevingen doet op het vlak van landbouw om extra industriële producten te kunnen slijten aan de Mercosur. Een koude strategie van landbouw als pasmunt dus, net dat waar ik de informateurs op gewezen heb. De Europese landbouwsector dringt al geruime tijd aan bij de Europese onderhandelaars om de markttoegang voor gevoelige producten zoals vlees, maar ook suiker, zo beperkt mogelijk te houden. Het Europese aanbod van 99.000 ton rundvlees is in dat opzicht alvast veel te genereus. Zeker in het licht van de brexit, waarbij een grote hoeveelheid Iers rundvlees ook nog eens zijn weg op de markt zal moeten zien te vinden. Bovendien wordt ook te weinig in rekening gebracht dat ook in andere handelsakkoorden, zoals met Canada en Mexico, al grote toegevingen zijn gedaan en er nog onderhandelingen met bijvoorbeeld Australië en Nieuw-Zeeland lopen waarin nog eens toezeggingen rond rundvlees worden verwacht. Ook de productieomstandigheden en de normen op sociaal, ecologisch, sanitair, voedselveiligheids- en dierenwelzijnsvlak zijn in de Mercosurlanden van een heel andere orde. Het blijft onbegrijpelijk dat de ngo’s die storm liepen tegen het handelsakkoord met Canada (Ceta) en de onderhandelingen met de VS (TTIP) nu niet van zich laten horen. Ze onderschatten de destructieve kracht van de marktwerking: de haalbaarheid van het Europese productiemodel kan snel ondermijnd worden door concurrentie van buitenaf op basis van andere standaarden. Het is duidelijk: elk akkoord moet de impact tot een minimum beperken en maximaal respect voor het Europese lastenboek garanderen. Maar eigenlijk moet een handelsakkoord met dergelijke desastreuze gevolgen voor onze landbouw gewoonweg met alle mogelijke middelen tegengehouden worden.