Menu

Op de eerste rij, 1 oktober 2020

Terug naar Opinie
Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Vlaams plan van aanpak everzwijnen

Nadat we vanuit Boerenbond herhaaldelijk aandrongen op een doortastende aanpak van de everzwijnenproblematiek heeft Vlaams minister van Omgeving Demir vorige week het eerste Vlaamse everzwijnplan wereldkundig gemaakt. Het bevat een heel aantal positieve elementen, bijvoorbeeld een neutrale coördinator wildschade die de acties op het terrein zal trekken, een nieuwe én afdwingbare jachtstrategie, een rapid response team om snel te kunnen optreden op plaatsen waar zich nog geen everzwijnen hebben gevestigd en meer mogelijkheden voor lokale besturen om in te grijpen. Het plan voorziet ook in een verdere uitwerking van het Vlaams draaiboek voor preventie en bestrijding van de Afrikaanse varkenspest, waarbij dit najaar de meest kritische processen in detail en in nauw overleg met de stakeholders uitgewerkt worden. Dit plan komt geen minuut te laat. Everzwijnen vormen immers een hoog risico voor de overdracht van de zeer besmettelijke Afrikaanse varkenspest. Landbouwers nemen uiterst strenge maatregelen om deze ziekte buiten de varkensstallen te houden, maar ook het lokale faunabeheer is een belangrijke factor in de risicobeperking.

Het is nu zaak om dit plan van aanpak verder te concretiseren en daadkrachtig op het terrein uit te voeren zodat ook effectief resultaten kunnen worden geboekt. Daarbij is het cruciaal om niet enkel de jacht- maar ook de landbouwsector te betrekken.

We blijven nog wel op onze honger zitten wat de schaderegeling betreft. Het plan spreekt over een wildschadeverzekering maar blijft op dat punt onduidelijk. Voor ons is en blijft een effectieve en volledige vergoeding van wildschade noodzakelijk, ook als die wordt veroorzaakt door everzwijnen in mais-, tarwe- en andere velden. We kijken alvast uit naar de verdere uitrol van het plan en naar de acties die de everzwijncoördinator zal ondernemen.

De intenties van Colruyt zijn misschien goed, de consequenties zijn dat in geen geval.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Colruyt gaat de grondmarkt op, een brug te ver

Colruyt pioniert al een tijdje met nieuwe vormen van samenwerking. Dat is op zich positief want er is absoluut nood aan meer samenwerking, afspraken op langere termijn en een betere verdeling van kosten en baten die komen kijken bij marktgericht produceren. Het laatste initiatief in de rij is de oprichting van Agripartners, waarmee Colruyt zich positioneert als een actieve en ambitieuze speler op de markt voor landbouwgrond. Met dit initiatief riskeert Colruyt net een brug te ver te gaan. Een bijkomende ambitieuze speler is geen goed nieuws voor de zo al oververhitte landbouwgrondmarkt. Het is nu al een uitdaging om de dure Vlaamse landbouwgrond op een rendabele manier uit te baten. Bijkomende uitdaging voor de actieve boer en tuinder die in dit initiatief stapt, is het vrijwaren van zijn vrij ondernemerschap. Grondeigenaren die niet enkel een financieel rendement voor ogen hebben, maar ook productie- en andere doelstellingen, zullen de bedrijfsvoering en het teeltplan hoe dan ook in hun richting duwen. De dubbele rol van de grondeigenaar zorgt in elk geval voor onevenwicht in elk gesprek met de gebruiker-boer, hoe open, constructief en goedbedoeld dat ook mag zijn. Een evenwichtige win-win ligt in zo’n tekening helemaal niet voor de hand. Colruyt begeeft zich met dit model eigenlijk op het pad van de integratie, een bedrijfsmodel waar in onze sector toch vragen bij zijn.

De intenties van Colruyt zijn misschien goed, de consequenties zijn dat in geen geval. Door structureel te veel rollen tegelijk op te nemen in de keten dreigt Colruyt het ondernemerschap doorheen de keten te breken. In elk geval vergroot het het al grote onevenwicht in de keten verder. Op langere termijn wordt (bijna) niemand daar beter van.

Onze oproep aan Colruyt: schoenmaker, blijf bij je leest. Experimenteer zeker verder met nieuwe vormen van samenwerking op langere termijn. Maar veranker ze niet eenzijdig structureel. En raak niet aan het vrij ondernemerschap van onze boeren.

Zomerstages politici

De voorbije zomer nodigden we ministers en parlementsleden uit om een stage te volgen op een land- of tuinbouwbedrijf. Dat deden we niet zomaar. Politici zijn bezig met heel veel dossiers met directe impact op onze sector. Hen in contact brengen met de bedrijfsrealiteit via een direct gesprek met individuele bedrijfsleiders moet er mee voor zorgen dat beleidsmakers beleidsbeslissingen nemen die beter afgestemd zijn op de realiteit op het terrein. Praten mét boeren in plaats van over hen ... Zowel de deelnemende bedrijven als de politici blikken met een goed gevoel terug op de stages. Een sfeerbeeld vind je hier.

Meer informatie