Menu

Op de eerste rij, 1 juni 2018

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Het Europees landbouwbeleid na 2020 …

Algemeen wordt verwacht dat Europees Commissaris voor Landbouw Phil Hogan nu vrijdag (1 juni) de wetgevende voorstellen voor het GLB na 2020 voorstelt. Bij het schrijven van dit stukje waren de officiële teksten nog niet beschikbaar – zodra dat wel het geval is, zullen we jullie per e-nieuwsbrief informeren over wat als voorstel uit de bus is gekomen. De verwachting is echter dat er meer maatwerk mogelijk zal zijn, maar ook meer verantwoordelijkheid voor de lidstaten. Pijler 1 met de rechtstreekse steun en pijler 2 met het plattelandsbeleid zullen overeind blijven, ook al lijken ze in één verordening te worden gevat. Ook qua maatregelen zal er weinig nieuw zijn. Maar de mogelijkheid om middelen tussen de pijlers over te hevelen – de zogenaamde modulatie – lijkt te zullen verruimen. Ten slotte verwacht men dat ook de vrijheid om de middelen over de verschillende instrumenten te spreiden wordt verruimd. Er lijkt dus sprake van een toolbox die vrijer kan worden ingezet. Nieuw is in elk geval dat dit alles zich op het niveau van de lidstaat moet vertalen in één Strategisch Plan GLB.

Voor wat de rechtstreekse steun betreft, lijkt het er ook op dat de vergroening wordt ingekanteld in de randvoorwaarden. De mogelijkheid om gekoppelde steun te voorzien zou behouden kunnen blijven, net als de extra ondersteuning voor jonge boeren. De herverdeling tussen hogere en lagere betalingsrechten zou moeten verder gaan zonder te moeten eindigen in een flatrate. Rond de definitie ‘actieve boer’ zouden lidstaten zaken kunnen uitwerken, maar wel met de zegen van Europa. Het is nog maar de vraag of die zegen er makkelijker zal komen dan nu … En of we dus daar een stap in de juiste richting kunnen zetten.

Wat we tot nu toe opvingen, duidt er wel op dat er op het vlak van aansturing en verantwoordelijkheid sprake is van een totale ommekeer. De Europese Unie zou nog louter het brede kader in termen van doelen, instrumenten en financiering bepalen en toezien op de eerlijke concurrentie en resultaatsgerichtheid. Het is aan de lidstaten om keuzes te maken en resultaten te behalen. Onze vraag naar een toolbox en ruimte voor maatwerk wordt zo ruimschoots – en misschien zelfs wel te ruim – ingevuld. In zo’n context komt het erop aan te bewaken dat het Strategisch Plan GLB dat Vlaanderen en de lidstaten zullen uitwerken niet leidt tot een verstoring van het gelijk speelveld, een goed evenwicht aanhoudt tussen economische en ecologische uitdagingen, blijft inzetten op geleidelijke overgangen van de huidige vormen van ondersteuning naar nieuwe instrumenten en de instrumenten zo uitwerkt dat ze aansluiten bij de landbouwrealiteit en -praktijk. Tenslotte is het Europees landbouwbeleid er toch ter ondersteuning van de actieve boer. Maar die garantie zit onvoldoende ingebouwd in wat we in de wandelgangen over de voorstellen horen.

Zodra de voorstellen van de Commissie gepresenteerd worden – en dat is dus normaal op 1 juni als de commissaris zijn timing respecteert – komen we hier in detail op terug via een nieuwsbrief.

… en zijn centen na 2020

Intussen laait de discussie over de impact van het vorige maand voorgestelde meerjarig financieel kader op het GLB hoog op. De korting van 5% voor de rechtstreekse steun en ietsje meer voor het plattelandsbeleid, die een paar weken geleden werd aangekondigd, lijkt zeer optimistisch voorgesteld te zijn geweest door de Europese Commissie. Rekening houdend met het feit dat het om een gemiddelde korting over 7 jaar gaat en er geen rekening gehouden wordt met koopkrachtverliezen, kan de eindafrekening uiteindelijk oplopen tot een verlies van 20 tot 25% tegen 2027. Samen met het verlies dat we in de vorige GLB-hervorming al moesten slikken, dreigen zo twee opeenvolgende hervormingen van het GLB de Vlaamse land- en tuinbouw in koopkrachttermen uiteindelijk tot de helft minder ondersteuning te bieden. Intussen zijn de economische en ecologische uitdagingen en de maatschappelijke verwachtingen net sterk toegenomen, terwijl de marktprijs niet volgt – integendeel.

Het GLB na 2020 lijkt uit te draaien op veel meer vereisten voor veel minder centen.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Het GLB na 2020 lijkt zo uit te draaien op veel meer vereisten voor veel minder centen. We zullen onze Vlaamse en Belgische beleidsmakers in de Raad en het Europees Parlement meer dan aanspreken om werk te maken van een sterker gefinancierd GLB dan wat nu op tafel ligt én een GLB-kader dat in hoofdzaak inzet op de economische uitdagingen waar de sector voor staat, waaronder het op een haalbare en betaalbare manier beantwoorden van de ecologische uitdagingen en maatschappelijke verwachtingen. En onze Vlaamse beleidsmakers roepen we op in te zetten op een Vlaams Strategisch Plan GLB dat volop werk maakt van de ondersteuning van de actieve Vlaamse land- en tuinbouwer in het aanpakken van de uitdagingen waar hij voor staat. Wordt dus vervolgd …