Menu

Op de eerste rij, 1 juni 2017

Terug naar Opinie

Elke week bespreekt voorzitter Sonja De Becker de landbouwactualiteit in ons ledenblad Boer&Tuinder.

Uitstel digitale omgevingsvergunning

Eind vorige week besliste het Vlaams Parlement om het verplicht gebruik van het digitale omgevingsloket voor omgevingsvergunningsaanvragen bij de gemeenten uit te stellen tot 1 januari 2018. De omgevingsvergunning is de samenvoeging van de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning. Het digitaal loket voor de indiening ervan had normaal gezien volledig operationeel moeten worden op 1 juni zodat omgevingsvergunningsaanvragen vanaf dan in alle gemeenten via het omgevingsloket ingediend zouden moeten worden. Aanhoudende problemen met het digitaal platform leidden al eens eerder tot uitstel van invoering voor die gemeenten die erom verzocht hadden, maar dit digitaal platform blijft dus haperen. Daarom is dan ook beslist om het geheel uit te stellen tot 1 januari. Gegeven de omstandigheden is dit de enige logische beslissing. Het uitstel geldt echter enkel voor aanvragen bij de gemeenten. Wat aanvragen bij de provincie betreft – en dan gaat het over aanvragen voor dossiers klasse 1 – blijft het intussen aanmodderen. Dagelijks krijg ik signalen over dossiers die niet ingediend geraken, bijvoorbeeld wegens de handtekeningenprocedure. Zelfs eenvoudige meldingen van overdracht van een bedrijf klasse 1 zijn voor de adviesbureaus een ware nachtmerrie. Ik wil er bij de bevoegde minister dan ook op aandringen om voor klasse 1-bedrijven de indiening op drager mogelijk te maken, zonder voorwaarden. Vandaag is dit al mogelijk wanneer hoogdringendheid kan bewezen worden, maar ik verneem dat sommige provincies een zeer strikte interpretatie van ‘hoogdringendheid’ toepassen. Gegeven de toch wel zeer grote problemen met het digitaal loket vind ik dit eigenlijk ongepast. Het kan ook niet dat kleinere projecten een oplossing kennen en de problemen van klasse 1-projecten niet opgelost geraken.

Start nieuw departement Omgeving

Het uitstel van de omgevingsvergunning belet niet dat op 1 april het nieuwe Vlaams departement Omgeving het licht zag. Het is het samengaan van het departement Ruimte Vlaanderen en het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE). Ter gelegenheid van een strategiemeeting met de leiding van het nieuwe departement heb ik vanuit Boerenbond twee heel concrete verwachtingen naar de werking geformuleerd. De eerste gaat over de afstemming van plannen en projecten; de tweede heeft te maken met de relatie departement-sector/ondernemingen.

Wij verwachten van het nieuwe Vlaamse departement Omgeving heel uitdrukkelijk een oplossingsgerichte ingesteldheid.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

De oprichting van het departement Omgeving is volgens mij een opportuniteit om de bestaande verkokering tussen departementen te doorbreken. Vanuit de landbouw worstelen wij allang met Vlaamse administraties die elk op zich projecten en plannen ontwikkelen met impact op agrarisch gebied. Denken we maar aan bekkenbeheerplannen, Agnas-processen, natuurcompensatiedossiers, claims vanuit de agentschappen Onroerend erfgoed en Infrastructuur. Daardoor worden bedrijven in bepaalde regio’s geconfronteerd met ruimtelijke en andere grondclaims waarvan de samenhang onduidelijk of zelfs onbestaand is, maar die gecombineerd wel een heel zware last leggen op de bedrijfsontwikkeling. Dat gebrek aan afstemming en coƶrdinatie zien we ook in de vergunningverlening. Hoe vaak zien we niet dat in een vergunningsdossier tegenstrijdige adviezen en beslissingen voorkomen omdat een goede ruimtelijke ordening en de beperking van hinder of milieu-impact niet altijd samengaan, soms zelfs haaks op mekaar staan? De integratie van het vroegere LNE en Ruimte Vlaanderen is een kans om alvast tussen die twee entiteiten tot betere afstemming te komen. Daarnaast verwachten we dat ook over beleidsdomeinen heen wordt ingezet op structurele samenwerking om gebiedsgerichte programma’s op te stellen van plannen en projecten die de druk op landbouwgebied en op individuele bedrijven verkleint.

Ten tweede heb ik erop gewezen dat wij van het nieuwe departement heel uitdrukkelijk een oplossingsgerichte ingesteldheid verwachten. Dat betekent dat wij verwachten dat het departement tijdig vooroverleg pleegt met de sector over het opstellen en implementeren van nieuwe regels of nieuwe processen. Dat het departement ook proactief mee op zoek gaat naar oplossingen in vergunningsdossiers. Dat het departement actief communiceert en sensibiliseert rond milieudoelstellingen en nieuwe regels en bedrijven concreet betrekt en begeleidt in de wijze waarop die op bedrijfsniveau moeten worden aangepakt. Dat is voor Boerenbond een echte invulling van het partnerschapsmodel dat door de Vlaamse overheid vooropgesteld wordt. Er is dus in elk geval werk aan de winkel voor het nieuwe departement!