Menu

Terug naar Opinie >Kerstinterview voorzitter Sonja De Becker

Kerstinterview voorzitter Sonja De BeckerTerug naar Opinie >

Alle sectoren
Alle regio's

“Met Boer&Tuinder stappen we op het einde van het jaar ook letterlijk van oud naar nieuw”, zegt Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker in het allerlaatste nummer van Boer&Tuinder op krantenpapier. Na 124 jaargangen wordt het ledenblad van Boerenbond een wekelijks magazine. Dit nieuwe magazine is een belangrijke stap in de communicatiestrategie van Boerenbond. Boerenbond heeft in 2019 nog meer voor zijn leden in petto. Boerenbondvoorzitter Sonja De Becker ziet hiermee enkele van haar beleidsacties verwezenlijkt. Het werk is zeker niet af.

Dit voorjaar werd de bestuursvernieuwing binnen Boerenbond afgerond met de verkiezing van een nieuw Hoofdbestuur en een nieuw Nationaal Bestuur. Sonja De Becker kreeg een nieuw mandaat als voorzitter van Boerenbond en van Landelijke Gilden, ditmaal voor een volledige termijn van vijf jaar. Vorig jaar vroegen we ons in het interview af of we met haar nieuwe mandaat eenzelfde of een andere De Becker te zien zouden krijgen. Voor wie eraan zou twijfelen, Sonja De Becker bleef zichzelf.

“Absoluut! Trouwens je moet niet mijn nieuwe mandaat, maar wel dat van zoveel bestuursleden in de lokale en regionale structuren van onze organisatie in de kijker zetten. We staan allemaal voor dezelfde uitdaging, van hoog tot laag. Wanneer ik op het terrein kom, zie ik veel nieuwe gezichten. De bestuursploegen zijn een gezonde mix geworden van jonge en oudere, van nieuwe en ervaren mensen. Zij hebben gemeen dat ze zich, via onze organisatie, voor onze boeren en tuinders willen inzetten. En ja, ik ben tevreden over het resultaat van mijn oproep tot vernieuwing. Het wordt mij ook met zoveel woorden gezegd: ‘Voorzitter, we hadden het niet verwacht, maar we zijn erin geslaagd om nieuwe bestuursleden aan te trekken.’ Dat is het geval bij Landelijke Gilden zowel als Boerenbond. De vernieuwingsoperatie resulteerde dit voorjaar in een helemaal nieuw Hoofdbestuur. Met het Hoofdbestuur is overeengekomen om verder in te zetten op een goede lokale, regionale en nationale bestuurswerking. Er is afgesproken om ook extra aandacht te besteden aan persoonlijk contact, ook van medewerkers en bestuurders.”

Heeft dat voornemen te maken met problemen bij andere organisaties, waar de kloof tussen medewerkers en bestuurders te groot geworden was, met de onenigheden van dien?

“Nogal wat middenveldorganisaties zitten met een probleem op dat vlak. In een sterk gedigitaliseerde wereld is de neiging groot om persoonlijk contact te verwaarlozen. Wij willen niet in die val trappen. We moeten elkaar kunnen, durven en ook willen aankijken, ook letterlijk face to face. De nieuwe bestuursleden waarderen het enorm dat wij naar hen toegaan. Onlangs deden we dat nog met ons Boerenbondverhaal (‘Boerenbond investeert’). We leggen uit wie we zijn en wat we doen. We leggen uit dat we investeren in mensen, in publieke opinie en in netwerken. Wij zeggen waarom Boerenbond investeert in bedrijven en in onderzoek. Nieuwkomers willen weten hoe alles werkt. Ze zijn soms verrast van het verhaal. We gaan er al te vaak van uit dat iedereen – meer ervaren bestuursleden, maar ook nieuwkomers – weet wat we doen of hoe het er allemaal aan toegaat. Dat is niet zo. Je vraagt of ik een tevreden voorzitter ben? Wat de nieuwe bestuursploegen betreft, ben ik een tevreden voorzitter. Maar je weet dat ik de lat hoog leg. Ik hou graag de druk op de ketel, want het kan altijd beter.”

In een sterk gedigitaliseerde wereld is de neiging groot om persoonlijk contact te verwaarlozen.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Wat kan beter?

“Ik ben niet tevreden over de situatie in de sector. Ik denk dan concreet aan de marktsituatie in meerdere sectoren. Vooral het gebrek aan positieve vooruitzichten weegt zeer zwaar door. Men zegt mij: ‘Sonja, als we nu eens wisten dat de markten over enkele maanden zullen opklaren, zou het gemakkelijker zijn om nu door te bijten.’ Ik denk niet dat er zozeer een negatieve sfeer hangt, maar veeleer een sfeer van gebrek aan positief vooruitzicht. Dat werkt op het gemoed, ook op mijn gemoed.”

Doen wij daar niet aan mee? Onze verhalen over de toekomst van de landbouw, ook mijn verhalen in Boer&Tuinder, staan vol nieuwe problemen en onzekerheden. Er moet bovendien te veel tussen de regels gelezen worden. Wie doet dat?

“Als syndicale organisatie brengen we nu eenmaal de problemen naar buiten. Dat is onze taak. Maar we brengen ook positieve verhalen. Er zijn best veel succesrijke verhalen in de land- en tuinbouw, maar we moeten de goede en de slechte verhalen in hun brede kader plaatsen. Er zijn nu eenmaal in meerdere sectoren moeilijke marktomstandigheden. Die zijn er om velerlei redenen.”

Er zijn toch ook succesverhalen, zoals je zegt. Vanwaar die grote verschillen tussen bedrijven?

“Er is een grote zeer diversiteit in onze sector. Er zijn niet alleen grote verschillen tussen de sectoren, maar ook binnen de sectoren zijn er grote verschillen in gamma, in ondernemersmodel en in snelheid waarmee ondernomen wordt. Wellicht zit ik met dezelfde frustratie waarmee degenen die voor mij op deze voorzittersstoel zaten ook gekampt hebben. Het is de frustratie om de weersomstandigheden en om de markt, twee factoren waar we als organisatie geen invloed op hebben. Het zijn precies deze factoren die het zwaarst doorwegen op het landbouwinkomen.”

Ten tijde van het Europees markt- en prijsbeleid konden je voorgangers wel wegen op de marktprijzen. Zij riepen eenmaal per jaar op om in Brussel te gaan betogen voor hogere landbouwprijzen, en het inkomen steeg. Zelfs de boer die niet mee betoogde ter gelegenheid van de jaarlijkse ‘prijzenmarathon’ kreeg hogere prijzen. Dat is verleden tijd. Wat zou jij als voorzitter van Boerenbond wel kunnen doen?

“Wat wij kunnen doen, is het kader beïnvloeden waarbinnen aan landbouw wordt gedaan, door zelf maatregelen te nemen of het beleid tot maatregelen te dwingen. Denk aan eerlijke handelspraktijken, zelfregulering, een weersverzekering, vormen van risicobeheer, fiscale maatregelen (carry-back), crisismaatregelen als nodig afdwingen … We moeten creatief zijn met de maatregelen en middelen die ons ter beschikking staan binnen het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) of elders.”

Sommigen vinden het te gemakkelijk om de schuld te steken op het weer, op de markt of op Europa. Wat zeg je daarop?

“We moeten eerlijk zijn. We mogen niet beloven wat we niet kunnen waarmaken. Dat wil niet zeggen dat we geen grenzen kunnen verleggen of proberen te verleggen. Dikwijls zet men zich vast met valse beloftes en dan moet men op zoek gaan naar een zondebok – het weer, de markt of Europa. Leden zeggen mij dat ze onze eerlijkheid waarderen. We staan trouwens sterk als organisatie. Dat bewijst ons ledenaantal, dat zeer goed standhoudt.”

Dat brengt ons bij je beleidsplan en zijn verwezenlijkingen. Het beleidsplan dat het Hoofdbestuur goedgekeurd heeft, bestaat uit vijf actiepunten. Die hebben betrekking op de bestuurswerking, bedrijfsopvolging, economie op de bedrijven, interne en externe communicatie. Hoever staat het daarmee vandaag?

“De versterking van de werking van onze nieuwe besturen is op gang getrokken. Deze week werd het vervolgtraject voor het Kenniscentrum Bedrijfsopvolging goedgekeurd (www.kenniscentrumbedrijfsopvolging.be). Dat centrum werd vier jaar geleden op Agriflanders boven de doopvont gehouden. Het kenniscentrum zal in het vervolgtraject nieuwe opdrachten aansnijden. Wat het centrum verwezenlijkt heeft inzake nieuwe instrumenten voor bedrijfsopvolging en vorming, wordt uit handen gegeven en geïntegreerd in de reguliere werking van de partners. Die partners van het project zijn Boerenbond, Groene Kring, SBB en KBC. Het centrum moet nu verdere stappen zetten in de versterking van bedrijfsopvolging en van starters. Het zal zich onder meer toeleggen op nieuwe concepten van bedrijfsopvolging en van bedrijfsvoering. Het zal over het muurtje kijken, naar andere landen maar ook naar andere sectoren. Het derde actiepunt heeft betrekking op de economie van onze bedrijven.”

Dat was een stokpaardje bij je aantreden drie jaar geleden. Je wou dat boeren meer en beter inzicht zouden krijgen in de financiële situatie van hun bedrijven. Zij moesten beter omgaan met cijfers. ‘Slimmer boeren met cijfers’ heeft al heel wat gerealiseerd. We denken hierbij aan de nieuwsbrieven en rentabiliteitsbarometers per sector. Een modernisering van de bestaande financieel-economische bedrijfsboekhouding (Tiber) was nochtans je kers op de taart.

“De nieuwe Tiber – de nieuwe benaming houden we nog even achter de hand – zal voorgesteld worden op Agriflanders (10-13 januari in Gent). Het is een heel nieuw instrument geworden, dat beantwoordt aan de noden van bedrijfsleiders van deze tijd. Het is web based, waardoor de cijfers veel sneller beschikbaar zullen zijn. Het is een open systeem, zodat er allerlei andere toepassingen op aangesloten kunnen worden. Het is modulair, waardoor iedereen zelf kan bepalen over welke toepassingen hij al dan niet wil beschikken, van eenvoudige tot meer complexe toepassingen. Boerenbond investeert 1,5 miljoen euro in dit nieuw financieel managementinstrument. De verwachtingen zijn hooggespannen. Er is een zeer lang proces aan voorafgegaan vooraleer we duidelijk wisten wat het systeem wel en niet moest kunnen. Er is zwaar ingezet op de actualiteit van de gegevens, zodat waar nodig snel ingegrepen kan worden op het bedrijf. Er is zwaar ingezet op gebruiksvriendelijkheid. En er is zwaar op ingezet dat ook Boerenbond zelf over goede cijfers kan beschikken als ondersteuning van onze syndicale werking.”

Het heeft lang geduurd. Ik merk aan je glimlach dat je enthousiast bent.

“Dat ben ik. Kom kijken op Agriflanders, waar we een demoversie zullen tonen. Je zult het ook zien. Onze ambitie is trouwens om over vijf jaar het aantal deelnemers aan deze economische bedrijfsboekhouding te verdubbelen tot ongeveer 2500.”

De nieuwe Tiber is niet het enige waar je enthousiast over bent. Er is ook de nieuwe Boer&Tuinder. Onze leden lezen nu immers het laatste nummer van Boer&Tuinder in de huidige vorm. Boerenbond bestaat 128 jaar, sinds 1890. Er waren 124 jaargangen van Boer&Tuinder, dat oorspronkelijk De Boer heette. Tijdens de oorlogsjaren (WO I) verscheen het blad niet ‘om zich niet te hoeven onderwerpen aan de Duitse censuur’, schrijft Leen Van Molle in de geschiedenis van de Belgische Boerenbond. Wat nu?

“Boer&Tuinder houdt niet op te bestaan, maar jaargang 125 zal in magazineformaat verschijnen. Boer&Tuinder en Management&Techniek versmelten tot één wekelijks ledenblad. We stellen vast dat we zeer veel communiceren met onze leden en bestuursleden, via zeer uiteenlopende kanalen, volgens sommigen zelfs te veel. De hamvraag is: communiceren we de juiste informatie op de juiste manier naar de juiste persoon? Vandaar dat we ons communicatiebeleid bijgesteld hebben. Er komt meer communicatie op maat van de leden. Hierbij staat de vraag naar informatie van het lid centraal. Dat veronderstelt dat we de wensen van de leden afzonderlijk kennen. Daarom zullen we de leden in het voorjaar van 2019 vragen om hun ledenprofiel te actualiseren, zodat we hen elektronische nieuwsbrieven op maat kunnen bezorgen – per sector, per regio en per thema.

Het digitale aanbod op onze website zal sterk verbeterd en verbreed worden, en vooral gebruiksvriendelijker én op maat gemaakt worden. Ook dat is in het voorjaar van 2019 aan de orde.”

Er komt meer communicatie op maat van de leden. Hierbij staat de vraag naar informatie van het lid centraal.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

De belangrijkste nieuwigheid vanaf januari wordt het nieuwe magazine Boer&Tuinder.

“Zeer zeker. De naam blijft behouden! Het magazine komt wekelijks in de bus, met kortere artikels in een mooiere lay-out, opgebouwd vanuit de lezer – dus op de eerste plaats onze leden. Het worden verhalen van en over mensen. Die mensen kunnen leden, medewerkers of stakeholders zijn. Dat onderscheidt ons van andere landbouwbladen.

We zijn niet over een nacht ijs gegaan. Er ging een grondig marktonderzoek aan vooraf. De beslissing werd genomen door het Hoofdbestuur, dat eensgezind en enthousiast reageerde. En ja, ook ik ben alweer enthousiast, zeker omdat het hele concept in eigen huis gemaakt is. Ik zeg een dikke ‘merci’ aan alle medewerkers die er de afgelopen maanden hard aan gewerkt hebben. Ze mogen er trots op zijn. De uitdaging ligt nu ook bij hen om er het beste van te maken, week na week. Er moeten nog veel jaargangen volgen. Ik wil onze leden wel geruststellen: ook in de nieuwe Boer&Tuinder schrijf ik mijn wekelijkse ‘Op de eerste rij’, maar die zal korter zijn en dus meer gebald en krachtdadig.”

Ook met de externe communicatie heeft Boerenbond grootse plannen. Welke?

“We gaan ook zwaar investeren in onze communicatie naar buiten. Wanneer we in de media komen, is dat meestal reactief. We spelen steeds op verdediging. We zullen dat moeten blijven doen, maar daarnaast willen we ook dat onze positieve boodschappen aan bod komen. Dat gebeurt vandaag niet of te weinig. De reden daarvoor moet gezocht worden in onze stijl van communiceren. Wij zijn te zakelijk. We willen volledig en juist zijn. We communiceren op niveau van experts, niet van de lezer, kijker of luisteraar. Er is een uitdrukkelijke vraag van onze leden om de landbouw positief in de media te brengen, niet alleen naar aanleiding van imago-events zoals een Dag van de Landbouw. Vandaar dat we positief realistische verhalen over de sector in de media willen brengen. Maar dat nieuws krijgt geen plaats of het wordt besloten met een of andere sneer van de journalist, zoals bij de duurzaamheidsmonitor in de zuivelsector. Positieve berichtgeving moet de sector draagvlak geven en tegelijk ook aantrekkelijk maken voor starters. Het zal onze boeren en tuinders eveneens een hart onder de riem steken. Het worden verhalen van mensen over mensen (storytelling). Het is geen geheim dat we hiervoor in zee gaan met een externe partner (Hotel Hungaria). We hebben die kennis niet zelf in huis. Meer zeg ik (nog) niet, want er wordt nog druk aan gewerkt..”

Boerenbond zit ook in VILT, het Vlaams infocentrum land- en tuinbouw. Nemen wij hun taak over?

“Zeker niet! VILT doet zijn werk trouwens goed, dat mag ook eens gezegd worden. Maar wat mij betreft, blijft VILT nog te veel binnen de sector. VILT moet met zijn informatie uitbreken en zou zich nog meer moeten toeleggen op correcte informatie over de land- en tuinbouw bij het grote publiek. Dat sluit perfect aan op onze strategie.”

Bij anderen staat een naamsverandering voorop wanneer het om een nieuwe communicatiestrategie gaat. Boerenbond verandert niet van naam.

“Er is geen haar op mijn hoofd dat daaraan denkt. Boerenbond is een sterke naam! We investeren precies vanuit de sterkte van onze naam. Organisaties die van naam veranderen, doen dat meestal vanuit een probleemsituatie, of om het verleden achter zich te laten. Wij zijn trots op ons verleden en onze principes blijven trouwens overeind! Het is niet dat wij opeens totaal andere dingen gaan doen dan voorheen. We zullen de dingen wel anders doen.”

Elk jaar in je kerstinterview heb je het over een van de buurpercelen van Boerenbond. Vorig jaar waren dat de bedrijven van de Groep Boerenbond (Arvesta, SBB, Acerta …). Wie of wat wordt het dit jaar?

“Vooreerst, Arvesta heette toen nog Aveve en voor alle duidelijkheid: de Groep Aveve is niet van naam veranderd om van een probleemsituatie of een verleden af te komen, wel om de kracht van de groep zelf beter naar buiten te brengen. Aveve blijft overigens als een sterke merknaam behouden. Maar laat ons het dit jaar over Cera hebben. Op mijn provinciale ronde langs de nieuwe bestuursleden merkte een van de aanwezigen op dat ik Cera was vergeten bij de opsomming van de bedrijven van de Groep Boerenbond. Dat hoor ik wel vaker. Cera behoort niet tot de Groep Boerenbond, Cera staat naast Boerenbond. Cera staat wel dicht bij Boerenbond, omdat we dezelfde geschiedenis en visie delen. We hebben hetzelfde DNA. Juridisch en structureel gezien hebben we echter niets met elkaar te maken, in tegenstelling tot de bedrijven van de Groep Boerenbond. Cera is vandaag een coöperatie met 400.000 leden-vennoten, die samen met de holding van Boerenbond (MRBB) en de ‘families-aandeelhouders’ als aandeelhouderssyndicaat instaan voor de verankering en aandeelhoudersstabiliteit van KBC Bank&Verzekeringen. Samen hebben deze 3 partners 40% van de aandelen. De overige aandelen zitten verspreid op de beurs.

Het verhaal van Cera gaat terug tot de Raiffeisenkassen en de coöperatieve Cera-banken van weleer. De grondslag van de eerste coöperatieve Raiffeisenkas in ons land (1892) is dezelfde als die van Boerenbond, vandaar ook onze sterke verwantschap, ook wat de structuur betreft. Sinds de KBC-fusie heeft Cera haar focus verlegd, zonder afbreuk te doen aan haar coöperatieve roeping. Cera is een belangrijke spil in de verankering van KBC en put hieruit de middelen voor haar coöperatieve werking. Wat doet Cera nog? Cera investeert in maatschappelijke projecten als een heuse mecenas. Zij doet dit in vijf specifiek afgebakende domeinen: armoedebestrijding en sociale inclusie, kunst en cultuur, zorg en samenleving, coöperatief ondernemen en land- en tuinbouw. Dat zijn overigens terreinen waar ook wij als Boerenbond en Landelijke Gilden actief zijn. Vandaar ook onze nauwe samenwerking. Denk bijvoorbeeld aan het Innovatiesteunpunt van Boerenbond en Landelijke Gilden, de leerstoel Coöperatief Ondernemen aan de KU Leuven, de Warme Tuinen van Landelijke Gilden. Er zijn heel wat raakvlakken. Tot slot zorgt Cera ervoor dat de vennoten naast een dividend ook nog extra voordelen genieten. Ik verwacht dat we een goede tandem blijven voor allerhande maatschappelijke projecten en in goede verstandhouding ons aandeelhouderschap van KBC Bank&Verzekeringen invullen. Noteer trouwens dat veel leden van Boerenbond en Landelijke Gilden vennoot zijn bij Cera.”

Cera staat dicht bij Boerenbond, omdat wij dezelfde geschiedenis en visie delen.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond

Een kerstinterview eindigt traditioneel met een kerstboodschap.

“Vooreerst een welgemeende ‘Zalige kerst’. Dat we deze woorden trouwens nog lang mogen gebruiken. Maak tijd voor familie en vrienden. Maak het gezellig, maar denk ook aan degenen die dit jaar iemand moeten missen aan de kersttafel, omdat die iemand hen ontvallen is. Voor sommigen zijn het dan ook zware dagen. Heb daar oog voor en sta hen bij. Geniet tot slot van de feestdis en kies voor gezonde producten en een kerstboom van bij ons. We zien elkaar terug op Agriflanders, voor de nieuwe Tiber of voor een gewone babbel.”