Menu

Einde van de voorjaarsklassiekers, niet van onrust bij de Vlaamse boeren. Waarom al die acties?

Terug naar Opinie

Met de Brabantse Pijl ronden de wielrenners de voorjaarsklassiekers op Vlaamse bodem af. Na de Omloop Het Nieuwsblad, Gent-Wevelgem, de driedaagse van De Panne, de Ronde van Vlaanderen en de Scheldeprijs voeren de boeren ook nu actie. Langs alle parcours stonden de voorbije weken honderden tractoren, wapperden zwarte vlaggen, waren heel wat slogans te lezen en lieten de boeren van zich horen. Ondertussen staan op heel wat Vlaamse akkers affiches met de slogan ‘Stop de waanzin, boeren eisen volwaardige toekomst’. Hiermee drukken de Vlaamse boeren de ongerustheid uit die te voelen is op elk landbouwbedrijf. 

2015 is het jaar waarin heel wat nieuwe wetgeving in het kader van milieu- en natuurmaatregelen opgelegd wordt aan de boeren. Zo wil Vlaanderen erosie bestrijden door boeren verplichtingen en beperkingen op te leggen op die landbouwgronden met een bepaalde hellingsgraad. Boeren erkennen de problematiek van de grond die bij hevige regenval de straten op stroomt. Ze hebben er zelf alle belang bij om hun vruchtbare grond op hun akkers te houden. De nieuwe regelgeving rond erosiebestrijding houdt echter te weinig rekening met de realiteit. Zo zouden teelten voor ze rijp zijn, geoogst moeten worden. Dat betekent naast kwaliteitsverlies ook waardeverlies, wat zeer zware gevolgen heeft voor het inkomen van de boer.

Europa voert sinds 1958 een Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) dat als doel heeft de eigen bevolking te voeden. Ooit was het ook de bedoeling om de boeren een leefbaar loon te garanderen. Europa legt de Europese, dus ook de Vlaamse boeren spelregels op. Die zijn enorm toegenomen sinds er geen voedseltekort meer is in Europa. Meer regels, minder garantie op een leefbaar inkomen, dat is waar de Vlaamse boeren mee geconfronteerd worden. Veel van die regels houden ook te weinig rekening met de typisch Vlaamse situatie. Hier boer je in sterk verstedelijkt gebied, waar weinig open ruimte is en de verwachtingen op vlak van natuurontwikkeling buiten natuurgebied dus vooral door boeren moeten ingewilligd worden. Beperkingen op vlak van bemesting, gebruik van gewasbescherming, uitstoot van ammoniak, meer vruchtafwisseling en aanleggen van akkerranden en hagen om de biodiversiteit van fauna en flora te verhogen. Men legt de boeren heel veel regels op, maar zet er geen enkele prijsgarantie tegenover.    

In 2015 start een nieuwe beleidsperiode voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en voor het Mestactieprogramma (MAP 5). Bij aanvang van het seizoen zijn alle spelregels nog niet gekend of vertaald naar het Vlaamse niveau. Alsof je een gezelschapsspel begint en spelenderwijs de spelregels te horen krijgt. Alsof je huis in de Nieuwsstraat halverwege het Monopolyspel maar de helft opbrengt. Moeilijk om je toekomst te plannen, niet?  Dat zorgt voor heel veel onzekerheid bij de boeren. De enige zekerheid die ze hebben is dat beleidsperiode na beleidsperiode de productiebeperkingen toenemen, wat zorgt voor minder opbrengst per hectare, kwaliteits- en dus inkomenverlies. Weet wel, zonder voldoende hoog inkomen, geen middelen om te investeren in machines en stallen die beter zijn voor het milieu en de natuur.

Bij aanvang van het nieuwe seizoen zijn er nog heel wat onduidelijkheden over de bemestingsregels, de ‘vergroeningsmaatregelen’ van het GLB en over de erosiemaatregelen. Maar de grootste ongerustheid is er rond de instandhoudingsdoelstellingen (IHD). Zij zijn de vertaling van Natura 2000, een initiatief waarmee Europa de natuurwaarde in de Europese Unie wil verbeteren. Ook Vlaanderen heeft doelstellingen en wil zo bepaalde plant- en diersoorten in aantal versterken. Naast industrie, mobiliteit en huishoudens drukt landbouw op de natuurontwikkeling, in hoofdzaak door het neerslaan van stikstof. Raar, maar voorlopig moet enkel de landbouw hier iets aan doen. De stikstof die de landbouwsector produceert, komt vooral door de veeteelt. Dieren maken mest, mest bevat  stikstof en die mest komt op het land terecht en drukt zo op nabijgelegen zones waar men de natuurwaarde wil creëren. Ook komt stikstof in de lucht terecht via de schouwen van de stallen maar ook grazende koeien zorgen voor stikstofneerslag. Daarom legt Vlaanderen beperkingen op aan bepaalde veeteeltbedrijven, gelegen in de buurt van natuurgebieden. Sommige van die bedrijven zullen zelfs het verbod krijgen nog dieren te houden. Die bedrijven moeten verdwijnen. Maar ook hier is nog niks zeker, de zones waar natuur moet gerealiseerd worden zijn nog niet definitief afgebakend. Boeren stellen zich ook vragen bij het feit dat zij hun veehouderij moeten afbouwen of stopzetten, terwijl de auto’s op de autosnelweg vlak langs het bedrijf, zonder probleem mogen verder razen. De logica ontbreekt totaal, net zoals de garantie dat er voldoende financiële middelen zullen zijn om bedrijven die moeten stoppen, voor het algemeen goed, voldoende te vergoeden. 

Milieu- en natuurregelgeving zetten een rem op de opbrengst en op de kwaliteit van de productie. Wat een boer op dat vlak moet inboeten, zou hij kunnen terugwinnen via de prijs die hij voor zijn product krijgt (per kilo of per liter), liever dan door de subsidie die Europa bijpast. Maar noch van de prijs, noch van de Europese toeslagrechten is de boer zeker. En dat betekent dat hij niet zeker is van een leefbaar inkomen. In tegendeel, de prijs aan boer wordt voortdurend naar beneden gedrukt, door de macht van afnemers, door de concurrentie uit die landen waar men veel minder belang hecht aan natuur, milieu, dierenwelzijn of arbeidsvergoeding en –veiligheid. De productiekost is er veel lager dan bij ons.
’t Is al die onzekerheid die aan de basis ligt van de boerenacties. Boeren staan aan het begin van een nieuw seizoen. Ze willen bemesten, planten en zaaien, maar kennen alle spelregels nog niet. Niet op korte termijn, ook niet op lange termijn. Ze willen investeren, innoveren, ondernemen. Maar ze zijn niet zeker over hun toekomst. Ze hebben opgroeiende kinderen, de volgende generatie staat klaar. Maar wie durft zijn bedrijf nu over te laten als niet duidelijk is of er binnen enkele jaren nog mag en kan geboerd worden op die grond.
’t Zijn een paar duizend tractoren en vlaggen geweest die de voorbije weken die onzekerheid uitdrukten. De voorjaarsklassiekers, die zich tussen akkers en weiden slingeren, waren het decor waarin de onrust en het ongenoegen in beeld werd gebracht. Nu de wielrenners de Vlaamse veldwegen verlaten blijven de boeren achter met de vraag hoe hun toekomst er uit ziet. Het is nu aan de beleidsmakers om van zich te laten horen, om hun verantwoordelijkheid op te nemen, een beleid uit te stippelen dat leefbare landbouw garandeert, met respect voor milieu en natuur. Maar ook met het volle besef dat onze Vlaamse landbouw zorgt voor voldoende, veilig, kwaliteitsvol en betaalbaar voedsel. Dat de boeren daarbij de open ruimte toegankelijk houden is mooi meegenomen, en dat niet alleen voor de vele liefhebbers van het wielrennen.
Dat is wat de boeren wilden duidelijk maken.