Menu

De koe als gemakkelijke klimaatboeman

Terug naar Opinie

N-VA en Bond Beter Leefmilieu opperden in De Standaard dat een reductie van de veestapel een oplossing is voor het behalen van de klimaatdoelstellingen.  Minder koeien en meer grasland zijn de voorstellen die ter tafel komen.  Een bizarre combinatie die recht heeft op een diepere analyse …. en een al te gemakkelijk alibi biedt om de echte klimaatdiscussie uit de weg te gaan!

Veehouderij en klimaat: de correcte cijfers

De landbouw wordt dikwijls met de vinger gewezen vanwege zijn rol in de klimaatverandering. Wij willen de rol van de landbouw in dit kader zeker niet onder de mat vegen, want hij heeft – net als elke andere menselijke activiteit – een impact op ons leefmilieu en ons klimaat. Wereldwijd vertegenwoordigt de landbouwactiviteit (inclusief landverandering en bosbouw) zelfs 24% van de broeikasgasuitstoot. 14,5% van de mondiale broeikasgasuitstoot wordt veroorzaakt door de veeteelt.  Dat is veel.

Specifiek voor Vlaanderen is de impact van de veeteelt echter veel kleiner. Volgens de recentste cijfers (2016) in het rapport ‘Lozingen in de lucht’ van de Vlaamse Milieumaatschappij ligt het aandeel van de totale landbouwsector op 9% in Vlaanderen. De Vlaamse veeteeltsector is verantwoordelijk voor 5% van de Vlaamse broeikasuitstoot. De uitstoot van methaan (CH4) en lachgas (N2O), een gevolg van de dierlijke spijsverteringsprocessen en mestopslag en -gebruik, is respectievelijk 18% en 34% lager dan in 1990. Lopend onderzoek toont aan dat nog lagere emissies realistisch zijn.

Indien we de rundveestapel halveren betekent dit een vermindering van de Vlaamse broeikasgassen met slechts 1,5%! 

Wordt de koe dan niet al te gemakkelijk naar voor geschoven als klimaatboeman? Is bv de impact van mobiliteit geen veel grotere uitdaging in dit debat?

Koeien doen het met gras

Tegelijk met de afbouw van de rundveestapel, wordt er een pleidooi gevoerd voor behoud van het Vlaamse areaal grasland.  Zijn het niet net de koeien, die als herkauwers er in slagen om aan dat grasland een toegevoegde waarde te realiseren?  Wie zal straks het gras opeten als er geen koeien meer zijn?  Grasland verplicht doen aanhouden, zonder dat het gebruikt wordt als voeder voor herkauwers is geen optie!  Grasland is niet alleen een goede eiwitbron voor herkauwers –alleen zij kunnen dit valoriseren door de werking van de pens-, maar grasland heeft ook een belangrijk opslagpotentieel op vlak van CO2. En daar wil landbouw zijn taak opnemen om mee een deel van de oplossing te zijn in het klimaatdebat. Wie kiest voor behoud van grasland, kiest onrechtstreeks ook voor koeien.  Wij boeren, wij willen voedsel produceren.  Dat is de basisopdracht van ons beroep. Grasland en koeien zijn hiervoor een ideale combinatie. 

Vlaamse veehouderij als voorbeeld

Wij mogen terecht stellen dat de Vlaamse veehouderij heel wat ’properder’ is dan onze mondiale collega’s. Dit is het resultaat van een volgehouden inspanning van de Vlaamse landbouwsector de voorbije decennia. Daar mogen we trots op zijn,. Als boeren en tuinders zijn wij het aan onszelf verplicht om zorg te dragen voor ons leefmilieu, het klimaat en het voedsel voor de wereldbevolking. Het is een cruciale plicht van onze sector. Enkele voorbeelden spreken voor zich …

De Vlaamse land- en tuinbouw verminderde sinds 1990 zijn bijdrage aan de -broeikasgasuitstoot  met 24%, terwijl de bijdrage van de transportsector alleen maar verder steeg. Dat is niet alleen het gevolg van steeds beter ingerichte emissiearme stallen voor de veehouderij, maar ook van het inzetten op energie-efficiëntie en het omschakelen naar schonere energietoepassingen: Met dank aan de vele zonnepanelen op staldaken, micro-vergisters of CO2-neutralere energiesystemen zoals warmtekrachtkoppeling. De Vlaamse tuinbouwers produceren op dit ogenblik niet alleen lekkere en gezonde groenten, maar ze doen dat met veel minder input van grondstoffen voor een even grote productie, terwijl ze tegelijkertijd duizenden gezinnen van elektriciteit voorzien. Een voorbeeld van duurzame intensivering: meer produceren op een beperkte oppervlakte terwijl men rekening houdt met het beperken van de input van grondstoffen zoals water, nutriënten en energie.

De veehouderij kent dezelfde evolutie. Zo daalde de koolstofvoetafdruk van onze melkveehouderij dankzij een betere voederconversie en betere stalsystemen tussen 2000 en 2015 met 26%.  Koeien zorgen er daarenboven ook nog eens voor dat gras en andere restproducten omgezet worden in dierlijk eiwit. Dit is niet alleen een toonbeeld van circulaire economie maar door het behoud van grasland draagt dit ook bij aan de opslag van C02 in de bodem wat een effectieve en positieve bijdrage aan de klimaatproblematiek oplevert.

Wij zijn deel van de oplossing en zeker niet het enige probleem

Op klimaatvlak is de landbouwsector niet alleen een deel van het probleem, maar zeker ook een belangrijk deel van de oplossing, door een klimaatvriendelijke plantaardige en dierlijke productie (als bron van broodnodige eiwitten, mineralen en vitaminen), het omzetten van nevenstromen uit de voedings- en bio-industrie tot waardevolle voeders voor de dieren, als leverancier van grondstoffen voor een groene chemie, de productie van hernieuwbare en duurzame energie, een duurzaam bodembeheer en een aangepast waterbeheer.

Hiervoor willen wij ons engageren. Wij zijn er immers van overtuigd dat landbouw wel degelijk een oplossing kan bieden voor het voeden van de stijgende wereldbevolking zowel als voor de klimaatproblematiek. Voor ons ligt de uitdaging in het bewuster omgaan met voedsel.  Dit is een verhaal van zowel de consument als de producent. Een verhaal van voedselproductie, duurzaamheid en respect voor het klimaat. Wij willen de uitdaging om die drie elementen samen te brengen gerust aangaan. Want duurzaam, klimaatvriendelijk en intensief boeren zal echt de toekomst zijn!

Sonja De Becker, Voorzitter Boerenbond