Menu

Terug naar Opinie >Conclusies Greenpeace uit UCL-studie: eenzijdig en onvolledig

Conclusies Greenpeace uit UCL-studie: eenzijdig en onvolledigTerug naar Opinie >


Volgens Greenpeace moet de veehouderij in België drastisch (met 83%) afgebouwd worden om de impact op het klimaat te verminderen en de omslag te maken naar ‘duurzame’ vleesproductie. Ze baseert zich hiervoor op een studie van de UCL.

We hebben geen dure wetenschappelijke studies nodig om tot de conclusie te komen dat als de veestapel daalt de broeikasgasemisssies in verhouding ook zullen dalen … Maar de conclusie die Greenpeace aan de UCL-studie verbindt, is minstens kort door de bocht en negeert een aantal realiteiten.

De studie focust eenzijdig op de impact van de veehouderij en plaatst dit niet in het ruimere klimaatdebat waarbinnen de veehouderij slechts een beperkt aandeel voor zijn rekening neemt. De veehouderij is vandaag verantwoordelijk voor nauwelijks 7% van de uitstoot van broeikasgassen in België. Daarmee komt ze op de vijfde plaats, na mobiliteit, energie, huishoudens en industrie.

Greenpeace stelt in haar communicatie dat de uitstoot die op rekening van de veehouderij moet worden geschreven dubbel zo groot is omdat volgens Greenpeace ook moet rekening gehouden worden met de klimaatimpact van de productie van veevoeder. In dat geval moet men deze werkwijze ook consequent toepassen op de andere sectoren die uitstoot veroorzaken, en ook bij deze laatsten dus de klimaatimpact van de toegeleverde grondstoffen verrekenen. Concreet betekent dit bijvoorbeeld bij mobiliteit dat er niet enkel rekening gehouden wordt met de uitstoot van de wagens op zich maar ook met de uitstoot die gepaard gaat met de productie van de wagen en van de brandstof. Dan zal opnieuw blijken dat veehouderij slechts een beperkt aandeel heeft in de uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen en dat een afbouw van de veestapel ook in dat geval slechts tot een minieme vermindering van de totale uitstoot leidt. De afbouw van onze veestapel is dus niet dé oplossing voor het klimaatprobleem!

Dat betekent niet dat de landbouwsector zich niet bewust is van haar klimaatimpact en zich niet zou engageren om die impact (nog) verder te reduceren. In de voorbije 30 jaar heeft de sector al een reductie van 20% gerealiseerd en het Vlaams Klimaatsbeleidsplan legt een verdere reductie met 26% tegen 2030 op. Ambitieus, maar de sector is bereid zich hiertoe te engageren. Deze reductie veronderstelt echter – in tegenstelling tot wat Greenpeace poneert – niet noodzakelijk een reductie van de veestapel, maar kan ook gerealiseerd worden via technologie en innovatie (aangepast voederrantsoen, management …). Recente studies tonen dit potentieel ook aan. Boerenbond meent dat het stimuleren van onderzoek en innovatie inherent deel uitmaakt van klimaatbeleid, ook voor land- en tuinbouw.

Verder wijst Boerenbond op een aantal aannames en onvolledigheden in de Greenpeace-communicatie die haar stelling sterk nuanceren.

Greenpeace poneert de afbouw van de veestapel als een noodzakelijke voorwaarde voor een duurzame vleesproductie. Men interpreteert hierbij het begrip duurzaamheid dan wel op een heel eenzijdige en onvolledige wijze. Terwijl duurzaamheid zowel een ecologische, sociale als economische component inhoudt, wordt in de UCL-studie – en men erkent dit ook in de studie – enkel en alleen rekening gehouden met één aspect, namelijk de ecologische impact. De socio-economische impact wordt volledig buiten beschouwing gelaten, laat staan doorgerekend in de verschillende scenario’s of in de conclusie. Benieuwd wat de reactie van andere sectoren zoals luchtvaart of industrie zou zijn indien zij het voorwerp zouden uitmaken van een gelijkaardige studie waarbij enkel de ecologische impact van het verdwijnen of inperken van hun activiteit zou worden berekend maar de socio-econmische impact ervan genegeerd wordt …

Bovendien gaat Greenpeace ervan uit dat men de import van buitenlands vlees kan verbieden – daarbij gaat men voorbij aan de Europese en internationale handelsregels en het gegeven dat we hier in België in een open economie leven en consumeren, die maakt dat de import van vlees, ook al is het in meer klimaatongunstige omstandigheden gekweekt, niet kan worden verhinderd. De studie gaat er – ook ietwat naïef – van uit dat de Belgische consument niet meer dan 23 gram vlees per dag zal verorberen, spontaan enkel Belgisch vlees uit de (duurdere) bioketen zal consumeren en ander (buitenlands) vlees links zal laten liggen. Theoretische aannames in een studie zijn één zaak, hieraan beleidsconclusies verbinden die geen rekening houden met de realiteit is een andere. 

De studie stelt ook dat conventionele landbouwsytemen klimaatgewijs beter scoren dan extensieve landbouwsystemen. En toch gooit Greenpeace in haar conclusies de conventionele landbouwsystemen zonder meer overboord ... Waar is hier de ratio en de wetenschap?

Ten slotte wordt slechts in een kleine voetnoot vermeld dat de cijfers geen rekening houden met de stijging van de uitstoot door een verhoogde plantaardige productie/consumptie.

Kortom, de conclusie die Greenpeace trekt uit de UCL-studie is heel eenzijdig, houdt geen rekening met de socio-economische realiteit en verdient dus meer dan één nuance.

Indien Greenpeace oprecht bekommerd is over het inkomen van onze Vlaamse veehouders en met ons het debat wil aangaan over een echt duurzaam landbouwmodel, waarbij ook de uitstroom uit de sector stopt, dan moeten ze ophouden met het culpabiliseren en stigmatiseren van onze Vlaamse veehouders. Want onze veehouders bewijzen wel degelijk dat zij in staat zijn om via technologie en innovatie hun klimaatimpact stelselmatig te verminderen. Boerenbond nodigt Greenpeace hierbij uit om samen met ons te zoeken naar haalbare, efficiënte en realistische oplossingen in plaats van telkens en elke keer opnieuw enkel de afbouw van de veestapel als mirakeloplossing naar voren te schuiven.