Waarom er elk jaar iets anders op het veld staat
Door af te wisselen met planten uit een andere familie krijgen onkruiden, ziekten en plagen op het veld minder kans. Bijvoorbeeld: wanneer er aardappelen geteeld worden, kunnen er aaltjes of coloradokevers in het veld zitten. Door daarna minstens drie jaar te wachten voordat er weer aardappelen op dat perceel geteeld worden, sterven deze schadelijke insecten af en hoeft de landbouwer minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
Een rotatie kan bijvoorbeeld zijn:
Jaar 1: aardappelen
Jaar 2: tarwe
Jaar 3: suikerbieten
Jaar 4: gerst
Jaar 5: veldbonen of erwten
Dit beperkt niet alleen het risico op ziekten en plagen, maar is ook positief voor de bodem. Door af te wisselen tussen gewassen met diepe en ondiepe wortels verbetert immers de bodemstructuur.
Puzzelen met velden
Dat wil niet zeggen dat een boer het ene jaar alleen maar aardappelen teelt en het volgende jaar enkel tarwe. Landbouwers hebben meestal meerdere percelen en bekijken elk jaar welke teelt waar kan staan. Zo kunnen ze elk jaar ongeveer dezelfde hoeveelheid van elk gewas telen. Daar komt soms wel wat puzzelwerk bij kijken.
Variatie op één veld
Door verschillende gewassen door elkaar te planten of te zaaien, geeft de boer een boost aan de biodiversiteit. Dat is niet altijd makkelijk uit te voeren, maar het kan. Voorbeelden van deze mengteelten zijn tarwe met veldbonen, gras met klaver of gerst met erwten.
Beheerovereenkomsten voor meer biodiversiteit
Meer biodiversiteit zonder teelten te mengen? Ook dat kan! Landbouwers kunnen vrijwillig een afspraak maken met de overheid om bloemenranden of grasstroken aan te leggen langs hun akkers. Zo krijgen ze een vergoeding voor hun inspanningen en voorzien ze extra voedsel voor insecten, vogels en andere dieren. Bovendien is zo’n strook, die niet bemest of besproeid wordt, ideaal om de waterkwaliteit te beschermen.
Akkerranden: biodiversiteit zonder mengen
Boeren kunnen vrijwillig bloemenranden of grasstroken aanleggen langs hun akkers. Vaak krijgen ze daar een vergoeding voor van de overheid via een beheerovereenkomst.
Zo’n strook, niet bemest en niet besproeid, is ideaal voor insecten, vogels en de waterkwaliteit. Het is een kleine strook voor de boer, maar een groot verschil voor de natuur.
Verandering van spijs doet eten. Ook op een akker.
Veelgestelde vragen
Waarom plant een boer niet elk jaar hetzelfde?
Omdat elk gewas andere ziekten en plagen aantrekt. Na een paar jaar stapelen de problemen zich op. Afwisselen voorkomt dat en helpt de bodem gezond te houden.
Hoe lang duurt een gewasrotatie?
Vaak vier tot vijf jaar. Voor aardappelen wacht een boer meestal minstens vier jaar voor hij ze opnieuw op hetzelfde veld plant.
Kan een boer vrijelijk kiezen wat hij plant?
Ja, maar hij houdt rekening met de rotatie, de bodem, wat er vorig jaar stond, en met contracten of marktprijzen. Het is puzzelwerk.
Wat zijn beheerovereenkomsten?
Vrijwillige afspraken tussen boer en overheid om biodiversiteit en landschap te verbeteren – bijvoorbeeld door bloemenranden of grasstroken aan te leggen. De boer krijgt daar een vergoeding voor.