Menu

Op de eerste rij

Boerendochters, onze toekomst

De rol en de positie van de vrouw in onze land- en tuinbouw is – hoe kan het anders – onderhevig aan maatschappelijke en economische evoluties. Grofweg gesteld was zij tot de jaren 60 van de vorige eeuw essentieel als arbeidskracht op de bedrijven, als meewerkende echtgenote. Vervolgens hebben heel wat vrouwen de stap gezet naar (deels) werk buitenshuis. Door verdergaande mechanisatie, automatisatie en arbeidsrationalisatie was hiervoor ruimte, soms zelfs een noodzaak naar bijkomende inkomensvorming.

Vandaag zien we evenwel een evolutie dat meer en meer vrouwen bedrijfsleidster worden. En deze evolutie is niet alleen toe te juichen, ze is ook essentieel om in de toekomst voldoende overnemers te hebben in land- en tuinbouw. Demografisch gezien worden onze gezinnen immers kleiner en is de kans op een mannelijke opvolger steeds kleiner. Dit, gecombineerd met het feit dat in ons beroep van langsom minder de fysieke capaciteiten essentieel zijn, maakt dat de dochters meer en meer ‘geschikt’ zijn om de bedrijven over te nemen. Naast deze rationele elementen moeten we ook vaststellen dat vrouwen nog andere troeven hebben. Zij hebben het immers meer nog dan mannen in zich om te zorgen, te zorgen voor plant en dier. Ook op het vlak van management hebben ze vele talenten.

De tijd voor een gerichte school- of opleidingskeuze is misschien al gebeurd voor de zomervakantie, maar voor de eventuele twijfelaars : geef deze optie een kans. Geef de dochters, de vrouwen, een kans, ze verdienen het. Ze zijn onze toekomst. Ook binnen onze organisatie staat de poort groot open voor vrouwelijke bestuursleden.

Steeds meer vrouwen worden bedrijfsleidster.

Georges Van Keerberghen, voorzitter Boerenbond

De bodem, onze basis

Met onze mechanisatie en doorgedreven technologische innovaties zoals satellietbeelden en precisielandbouw slagen we erin om in te spelen op wisselende omstandigheden. Maar er blijft een grote afhankelijkheid van weersgrillen (dat hebben we nu weer serieus aan den lijve ondervonden) en de bodem. Een goede bodem is de basis van een duurzame landbouw. Bij krappe inkomensmarges kan een daling van de bruto-opbrengst met 1% leiden tot een netto-inkomensdaling van 10%. En bij steeds extremere weersomstandigheden zien we de gevolgen ervan eerst opduiken op percelen met minder goede bodemstructuur. Het ideaalbeeld kennen we: een goede bodem draineert makkelijk in nattere periodes en houdt het vocht vast in drogere periodes. Stabiele bodemkruimels zorgen voor meer draagkracht en bieden weerstand tegen verslemping en erosie. De gewaswortels kunnen, zonder hinder van verdichte lagen, op zoek naar water en gebufferde voedingsstoffen. De bodem bezit bovendien een actief en divers bodemleven dat helpt om de ziekteweerbaarheid van de planten te bevorderen.

In die zin verdient het meer dan waardering voor het ILVO dat zij zeer prominent de bodem in de picture te zetten. Met langlopende proeven tonen zij het potentieel aan van verschillende maatregelen voor een optimaal onderhouden landbouwbodem. De studies lezen als een pleidooi voor organische bemestingsvormen (dierlijk en plantaardig) en voor meer bodem-stielkennis. Een goede bodem, de grond van de zaak.