Menu

Medewerker van Prevent Agri

Terug naar Onderwerp
Deel 3 van de zomerreeks: door de bril van een medewerker van Prevent Agri.
Patrick Dieleman

Grote en kleine ongevallen, niemand is er vrij van. We kunnen niet alles voorkomen, maar een gerichte aanpak laat toe om mogelijke gevaren op een bedrijf in kaart te brengen en maatregelen te nemen om ongevallen te voorkomen. Men noemt dat preventie, en dat is waar Robin De Sutter en Mieke Sevenans van Prevent Agri dagelijks mee bezig zijn.

Prevent Agri – toen nog Preventagri – werd in 2001 opgestart als een federale structuur met steun van de EU, om iets te doen aan de hoge ongevallencijfers in land- en tuinbouw. In 2006 verhuisde het initiatief naar het Vlaams niveau en opereerde het vanuit het ILVO. “Ondertussen 5 jaar geleden maakten we een doorstart”, vertelt Robin. “Het initiatief wordt nu gedragen door de sociale partners van de groene sectoren (landbouw, tuinbouw en tuinaanleg). Het voordeel daarvan is dat de perceptie over ons wijzigde. Vroeger werden we door de sector aanzien als een controle-instantie van de overheid. Nu worden we via de sectorfondsen betaald vanuit de sector, wat voor ons een dankbaardere uitgangspositie is om op de bedrijven te komen. Wanneer we na ons bezoek weggaan van een bedrijf willen we dat de mensen weten wat ze allemaal moeten doen om in orde te zijn met de welzijnswetgeving.”

Wat doen jullie precies?

Mieke: “Het grootste pakket bestaat uit bedrijfsbezoeken. Die komen er enkel op vraag van het bedrijf zelf. Dat maakt dat we met een andere insteek op het bedrijf komen dan een controlerende instantie. De bezochte bedrijven hebben vaak nood aan advies, toegespitst op de praktijk. Dat voelen we ook wanneer we met de mensen samenzitten. We maken een momentopname van het bedrijf, hoe ze er voor staan op het gebied van arbeidsveiligheid, aan de hand van een standaardvragenlijst. Het gaat dan zowel over brandveiligheid als het fytolokaal en de veiligheid van machines. In feite overlopen we de hele welzijnswet, maar dan toegespitst op de land- en tuinbouwsectoren.

Nadien volgt een rondgang op het bedrijf, om een duidelijk zicht te krijgen op de situatie. Eerst gaan we rond met de bedrijfsleider, zodat we ons een algemeen beeld van het bedrijf kunnen vormen. Daarna gaan we nog eens helemaal alleen rond, dan met ons fototoestel in de aanslag om verbeterpunten die we opmerken te visualiseren in ons verslag. Het bedrijf krijgt na de verwerking van al deze gegevens van ons een draaiboek met de aan te pakken punten: geordend van ‘meest dringend/gevaarlijk’ tot zaken die ze op termijn kunnen aanpakken. Het is nadien aan hen om te beslissen wat ze ermee doen.”

Robin: “Ze kunnen op dit werkdocument hun preventieplan en jaaractieplan baseren. Elk bedrijf dat personeel tewerkstelt moet zo’n globaal preventieplan opmaken, waarin het aangeeft wat er de komende vijf jaar op het bedrijf moet gerealiseerd worden om arbeidsveiligheid en -welzijn te verbeteren. Uit dit document haal je jaarlijks een aantal punten, die je concreet uitwerkt in het jaaractieplan. Je geeft daarbij aan hoe dat zal uitgewerkt worden, en wie dat tegen wanneer gaat doen. Voor een bedrijfsleider is het soms moeilijk om die verbeterpunten zelf te identificeren, omdat hij dagelijks rondloopt op zijn bedrijf, een aantal zaken niet meer ziet (bedrijfsblindheid) en ook niet van de volledige wetgeving op de hoogte is. Dat stukje nemen wij uit handen, en lossen wij op.”

Vinden bedrijven gemakkelijk de weg?

Robin: “We zien vooral een grotere toestroom in het kader van campagnes. Soms hebben we regionaal een piek naar aanleiding van een ongeval. Je hebt ook vooruitstrevende bedrijven, die mee willen zijn en daarom gemakkelijker de weg vinden naar ons. We zijn er ons van bewust dat er bedrijven zijn die slechter scoren voor arbeidsveiligheid, die niet steeds de weg vinden naar ons.

We lichten geregeld ons initiatief toe, maar organiseren zelf geen cursussen. Hiervoor hebben we een lesgeverspool opgericht en lesgevers opgeleid. Het voordeel is dat die allemaal dezelfde termen gebruiken en de deelnemers aan cursussen niet steeds van iedere lesgever andere termen rond het hoofd geslingerd krijgen, wat verwarrend werkt.”

Mieke: “We doen ook wel wat inspanningen naar scholen toe, vooral voor stagebegeleiders en ook wel eens voor stagebedrijven. Verder zijn we ook wel aanwezig op beurzen.”

Heeft de coronacrisis jullie manier van werken fel veranderd?

Robin: “De eerste weken zijn we weggebleven van bedrijven, maar ondertussen hebben we onze bezoeken opnieuw gestart. Ik ondervind dat we tijdens de audit minder aan tafel zitten. Nu overlopen we de vragenlijst nogal eens in de loods, in plaats van in het bureau. Het is anders, maar daarom niet slechter. Er is meer wisselwerking tijdens de rondgang. Vroeger had je ‘het papieren stuk’ en ‘de rondgang’. Nu zijn die twee meer vervlochten.”

Mieke: “Ik heb nog geen audits in de loods gedaan, maar er wordt sowieso een zekere afstand gehouden. Ik zet mijn mondmasker op voor de rondgang. We stellen ook niet rechtstreeks vragen aan het personeel en we raken geen dingen aan, nu nog minder dan vroeger.”

Robin: Wanneer we de afspraak maken, geven we ook mee dat we een mondmasker dragen, afstand bewaren, en dergelijke. Tot nu toe maakte niemand daar problemen over.”

Krijgen jullie nu minder vragen?

Robin: “Het is sowieso kalmer, nu, maar dat is seizoensgebonden. Dat is alle jaren zo, maar maart en april hadden veel beter moeten zijn. De bedrijven hadden toen andere zorgen, zoals zorgen dat hun verkoopbare producten buiten geraakten, en over voldoende (tijdelijk) personeel beschikken. Arbeidsveiligheid was toen zeker niet prioritair.”

Mieke: “De audits vielen stil, maar we bleven wel advies geven bij telefonische vragen. En we hebben – ik denk zoals iedereen – geskypet, gezoomd en geteamst. We hebben ook wat zaken aangepakt die anders bleven liggen. We hebben in die periode onder andere behoorlijk wat bijkomende veiligheidsinstructiekaarten gemaakt.”

Robin: “Dat zijn documenten die ieder bedrijf zou moeten opmaken op basis van de handleiding van die specifieke machine om de medewerkers te instrueren. Maar wij zijn van mening dat de instructiekaart voor bijvoorbeeld een bosmaaier voor meer dan 90% dezelfde kan zijn voor bedrijf X en voor bedrijf Y. Daarom hebben we voor een aantal machines voorbeeldinstructiekaarten, die de mensen kunnen gebruiken als basis voor hun eigen instructiekaart. Die zijn beschikbaar op onze site. Iedereen kan die daar vrij ‘plukken’.”

Hadden jullie speciale acties rond coronaveiligheid in de sector?

Mieke: “We stelden een aantal checklists op per subsector: landbouw, tuinbouw, tuinaanleg, ook voor tewerkstelling van seizoenarbeiders en voor huisvesting. We werkten daarvoor samen met onze Waalse collega’s, zodat de fiches gelijklopen. Eerstdaags komen die ook op de website van de federale overheidsdienst, als aanvulling bij de generieke gids voor alle sectoren.”

Welke kwaliteit of vaardigheid is de belangrijkste voor een medewerker van Prevent Agri?

Robin: “Voor mij is dat het bewaren van de objectiviteit. We mogen niet afgaan op onze eerste indruk, maar moeten alle aspecten van een bedrijf één voor één aftoetsen aan de wettelijke eisen. Pas op het einde van het bezoek, wanneer je gezien hebt wat er effectief is en niet is en je alle vragen gesteld hebt, kan je je een oordeel vormen.”

Mieke: “Ik dacht spontaan aan hetzelfde. Soms is het oordeel op het einde van het bezoek totaal anders dan die eerste indruk. Het is ook belangrijk dat we niet met ‘het vermanende vingertje’ bij de mensen komen. Aan een bedrijf met werkpunten worden steeds praktisch en financieel haalbare oplossingen aangeboden, ook de positieve waarnemingen krijgen de nodige aandacht.”

Robin: “Dat klopt: we moeten zeggen waar het op staat, maar we moeten daarbij de taal van de sector spreken. Veel van wat we in ons verslag schrijven berust op wetgeving, maar de mensen zien een probleemstelling en een duidelijk antwoord daarop, waarmee ze ook effectief aan de slag kunnen.”