Menu

Wordt het landbouwbeleid na 2020 van zelfde laken een pak?

Terug naar Onderwerpen

In dit onderwerp

Wordt het landbouwbeleid na 2020 van zelfde laken een pak?
Minder uit dit onderwerp

Volgende week brengt de Europese Commissie haar mededeling uit over de toekomst van het Europees landbouwbeleid (GLB). Deze mededeling bevat nog geen concrete voorstellen. Die worden tegen de zomer verwacht. Op het eerste gezicht wordt het GLB 2020 een pak dat uit hetzelfde laken gesneden is, maar niemand weet welke maat het zal zijn.

Er hangen twee donkere wolken boven de herziening van het GLB. Beide zijn bovendien met elkaar verbonden, met name de Europese begroting en de toekomstige relatie van de EU met het Verenigd Koninkrijk (VK). Volgens sommigen heeft de toekomst van het GLB er nooit zo onzeker uitgezien. Maar Europa is rampscenario’s gewend. Het is te vroeg om in paniek te slaan, maar we moeten wel bij de les blijven.

De Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) en de Belgische Vereniging voor Landbouweconomie (BVLE-ABER) organiseerden vorige week samen een voorbeschouwing op het Europese debat over de toekomst van het GLB, met Frank van Tongeren (OESO) en Tassos Haniotis (Europese Commissie).

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO – beter bekend onder zijn Engelstalige afkorting OECD en vanwege zijn gewezen adjunct-secretaris-generaal Yves Leterme) is vrijhandel genegen. Ze is gekant tegen prijsondersteuning en directe inkomenssteun in de landbouw. De organisatie telt 35 lidstaten, voornamelijk rijke geïndustrialiseerde landen, maar ook Mexico, Chili en Turkije. Ze heeft als opdracht een beleid te stimuleren dat de economie en de welvaart in de wereld doet toenemen. De organisatie vergelijkt onder meer het beleid dat in landen gevoerd wordt, zoals het landbouwbeleid. Je zal in de wereld geen land vinden zonder enig landbouwbeleid. De OESO onderzocht 52 landen in de wereld, waaronder de eigen OESO-landen en meerdere ontwikkelingslanden. Zij produceren twee derde van het wereldvoedsel en spenderen gezamenlijk 500 miljard dollar aan de ondersteuning van hun landbouwers. Dat is gemiddeld per landbouwbedrijf 16% van hun bruto-ontvangsten of omzet (gross farm receipts). Opgelet, het gaat niet alleen om mogelijke rechtstreekse steun. De OESO zet alle steunmaatregelen op een rij en vervolgens op eenzelfde noemer. Hiervoor worden alle financiële middelen opgeteld die per jaar van belastingbetalers en van consumenten – als gevolg van allerhande overheidsingrepen – rechtstreeks of onrechtstreeks bij de boer belanden. Deze indicator op bedrijfsniveau wordt Producer Support Estimate (PSE) genoemd. Aan de hand van deze indicator kan de OESO de landbouwsteun tussen landen, tussen sectoren en in de tijd vergelijken.

Lees meer in dit onderwerp:

Deel deze pagina: 

Meer informatie

Thema's: