Menu

Verweer tegen schommelend inkomen

Terug naar Onderwerp

In de periode 2007-217 steeg de omzet van de Vlaamse land- en tuinbouw met 11%, terwijl de directe kosten (dus exclusief eigen arbeid en vaste kosten) toenamen met 19% (zie tabel 1). Dit betekent dat de marges in de land- en tuinbouw globaal gevoelig daalden. In 2007 bedroeg de verhouding bruto-omzet/directe kosten nog 1,41. In 2017 is die verhouding gedaald tot 1,32. Dit betekent dat er in 2007 per 100 euro directe kosten een omzet gerealiseerd werd van 141 euro, terwijl er in 2017 per 100 euro directe kosten slechts een omzet van 132 euro behaald werd (figuur 12 en 13). Bovendien stellen we vast dat de marges de voorbije 10 jaar uitzonderlijk schommelden. Het is ook duidelijk dat de Vlaamse land- en tuinbouw er niet in slaagt om de stijgende kosten snel door te rekenen naar de volgende schakels in de keten.

Tabel 1. Bruto-omzet en directe kosten (in miljoen euro)

  2007 2013 2014 2015 2016 2017 2017/2007
Omzet plant 2.078 2.089 1.959 2.134 2.028 2.033 -2,2%
Omzet dier 2.875 3.696 3.551 3.252 3.080 3.464 +20,4%
Bruto-omzet 4.953 5.785 5.510 5.386 5.109 5.497 +10,9%
Directe kosten 3.501 4.564 4.382 4.282 4.173 4.164 +18,9%

Figuur 12. Omzet en directe kosten

 

Figuur 13. Verhouding omzet/directe kosten

Ontvangen en betaalde prijzen

Aan de hand van officiële Belgische prijsnoteringen, voor aangekochte productiemiddelen zowel als verkochte producten, berekenden we een index van de betaalde en ontvangen prijzen.

We rekenden met de prijzen ontvangen voor de volgende producten:

  • akkerbouw: granen (tarwe, gerst), aardappelen, suikerbieten;
  • tuinbouw: witloof, prei, bloemkolen, kropsla, tomaten, appelen (jonagold, golden), peren (conference, doyenné) en sierteeltproducten (snijbloemen en andere);
  • dierlijke productie: volwassen runderen, kalveren, varkens, gevogelte (braadkippen, soepkippen), melk en eieren.

Door wegingscoëfficiënten (omzetcijfers, zoals vastgesteld in de landbouwrekeningen) toe te passen, komen we tot een index van prijzen ontvangen voor land- en tuinbouwproducten.

Naar analogie met de ontvangen prijzen, worden ook de betaalde prijzen weergegeven. Hiervoor verzamelden we gegevens in verband met de volgende directe aankopen: zaai- en pootgoed, fokvee, energie, bestrijdingsmiddelen, meststoffen, veevoeders en landbouwmaterieel. Ook hier gebruiken we wegingscoëfficiënten uit de nationale landbouwrekeningen om te komen tot een index van de betaalde prijzen.

Figuur 14. Index van verkoop- en aankoopprijzen

Figuur 14 toont dat de land- en tuinbouwsector er niet in slaagt om stijgende kosten op korte termijn door te rekenen in zijn verkoopprijzen. De in- en outputprijzen lopen niet synchroon. Doordat de sector te kampen heeft met zeer schommelende marges, hebben land- en tuinbouwers het zeer moeilijk om een sterke toekomststrategie uit te bouwen. Algemeen is de marge afgenomen, wat voornamelijk te maken heeft met het vertraagd en uiteindelijk nooit volledig kunnen doorrekenen van de kosten.

Figuur 15. Index van aankoopprijzen (2007 = 100)


Aankoopprijzen. Aan de inputzijde stellen we vast dat de grootste schommelingen zich de voorbije jaren voordeden bij de energieprijzen en de prijzen van de meststoffen (zie figuur 15). De kleinste schommelingen deden zich voor bij de prijzen van zaai- en pootgoed. Veevoeders nemen op dat vlak een tussenpositie in. Voor energie en meststoffen ligt de prijsindex in de eerste 7 maanden van 2017 zo’n 30% hoger dan in 2007.

Figuur 16. Index van verkoopprijzen (2007 = 100)
 

Verkoopprijzen. Op het vlak van de verkoopprijzen stellen we vast dat de grootste prijsschommelingen zich voordoen bij de akkerbouwproducten (zie figuur 16). In figuur 17 zien we vooral zeer sterke schommelingen voor aardappelen (vrije markt). Verder stellen we vast dat het prijsverloop bij granen in bepaalde mate gerelateerd is aan dat van de energieprijzen. De bietenprijs kent een weinig schommelend verloop, dat houdt verband met het Europese suikerbeleid, waarin tot vorig jaar een gegarandeerde suikerprijs van toepassing was. Weliswaar stellen we vast dat de suikerbietprijs over de jaren heen wel geleidelijk daalde. In de eerste 7 maanden van 2017 ligt de index van de akkerbouwproducten op het gemiddelde van 2007.

Figuur 17. Index van verkoopprijzen akkerbouwproducten (2007 = 100)
 

De index van de globaal ontvangen prijzen in de tuinbouw ligt in de eerste 7 maanden van 2017 ongeveer 20% lager dan in 2007 (zie figuur 18). De prijsschommelingen doen zich voor bij groenten zowel als fruit, maar zijn meer uitgesproken bij fruit. In de sierteelt zijn de prijsschommelingen algemeen beperkter, maar de sector werd de voorbije jaren duidelijk geconfronteerd met een slechte prijsvorming.

Figuur 18. Index van verkoopprijzen tuinbouwproducten (2007 = 100)

 

De index van de verkoopprijzen van de dierlijke producten (zie figuur 19) ligt in de eerste 7 maanden van 2017 zo’n 10% hoger dan in 2007. Opvallend is dat in deze periode de grootste schommelingen zich voordoen bij de melkprijs. Tegelijk stellen we vast dat de melkprijsindex in 2017 nog steeds 10% lager ligt dan 2007, ondanks de sterke prijsstijging in 2017.

Figuur 19. Index van de verkoopprijzen dierlijke producten (2007 = 100)