Menu

Directe kosten blijven gelijk

Terug naar Onderwerp

Figuur 6. Voornaamste directe kosten

De Vlaamse land- en tuinbouwer heeft in 2017 naar schatting globaal evenveel directe kosten als in 2016 (zie figuur 6 en 7).

Veevoeder. Aangekochte veevoeders maken 47% uit van de totale uitgaven (incl. betaalde lonen) van de Vlaamse land- en tuinbouw. De veevoederprijzen bleven in de eerste 8 maanden van 2017 gemiddeld gelijk aan de prijzen in dezelfde periode van 2016. Door de prijsdaling van de granen en de veevoedergrondstoffen op de internationale markten, wordt voor de komende maanden wel een prijsdaling verwacht. Dat is positief voor de veehouders, maar zwaar voor de akkerbouwers.

In de eerste 8 maanden van 2017 werd zo’n 4% minder veevoeder (in kg) dan in dezelfde maanden van 2016, vooral door de terugloop van de varkensvleesproductie. Zo dalen de totale voederkosten met 3,6%.

Zaaizaad, pootgoed en meststoffen. Zaai- en pootgoed vertegenwoordigen 10,5% van de totale directe kosten. Door het gestegen areaal voor industriegroenten en aardappelen stegen de aangekochte hoeveelheden (in kg) zaaizaad en pootgoed met zo’n 4% tegenover 2016, waardoor aan zaai- en pootgoed 6% meer uitgegeven werd dan in 2016.

Aangekochte meststoffen maken 3% uit van de totale directe kosten. We noteren hier gemiddeld een beperkte daling, door een terugval van de prijzen en doordat er minder samengestelde meststoffen gebruikt werden.

Lonen. De lonen betaald aan werknemers vertegenwoordigen ruim 9% van de directe kosten in de land- en tuinbouw. Aangezien de voornaamste tewerkstelling pas nu plaatsvindt, in het derde kwartaal van het jaar, kunnen we de personeelskosten voor 2017 alleen ramen. We gaan uit van een stijging met 2% (inflatie).

Het gewicht van de betaalde loonkosten verschilt weliswaar enorm tussen de deelsectoren. Zo doet vooral de tuinbouw een beroep op externe, betaalde arbeid. In functie van de teelt kunnen de loonkosten hier tot 30% van de totale kosten innemen. Betaalde arbeid komt minder voor in de veehouderij. Daar wegen vooral de veevoederkosten door.

Energie. De energieprijzen, goed voor bijna 9% van de totale directe kosten, stegen in de eerste 8 maanden van 2017 met 13% tegenover dezelfde periode van 2016. Het opvallendst was de prijsstijging voor stookolie (+21%), maar ook de prijzen van diesel (+13,8%) en gas (+6,1%) stegen. Opmerkelijk is eveneens de verdere prijsstijging voor elektriciteit (+18,3%), omdat de diverse heffingen en de nettarieven verder stegen. Belangrijk daarbij is dat land- en tuinbouwers blijven inzetten op eigen (groene) energiewinning via wkk’s, zonnepanelen, (pocket)vergisters enzovoort. Doordat het gebruik daalde en de prijzen stegen, stegen de totale energiekosten met 8%.

Gewasbescherming. De gebruikte hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen daalde in 2017 met 7%. Door de droge weersomstandigheden was de ziektedruk laag. Zo waren er nauwelijks schimmelziektes bij de granen of de aardappelen. In 2017 stegen de prijzen van gewasbeschermingsmiddelen globaal wel met 2%. Gewasbeschermingsmiddelen maken 3,6% uit van de totale directe kosten.

Figuur 7. Raming aandeel van de kosten in 2007