Menu

Plantaardige afvalstoffen

Terug naar Onderwerp

In dit onderwerp

Wat moet ik weten over de afvalstoffen op mijn land- of tuinbouwbedrijf?
Minder uit dit onderwerp

Oogstresten die het landbouwbedrijf waar ze vrijkomen, niet verlaten, worden niet beschouwd als afvalstoffen en kunnen ondergeploegd worden op eigen gronden als dat op een landbouwkundige en milieuhygiƫnisch verantwoorde wijze gebeurt.


 

Als je plantaardig afval hebt, zijn er volgende mogelijkheden:

  • Het meest voor de hand liggende is het plantaardig afval aan te leveren bij een composteringsinstallatie of laten afhalen door een geregistreerd inzamelaar.
  • Op bepaalde containerparken mag je mits betaling het plantaardig afval brengen.
  • Je kan ook zelf plantaardig afval composteren. Hiervoor heb je in bepaalde gevallen een milieuvergunning nodig waarbij de klasse van milieuvergunning bepaald wordt door de capaciteit van de installatie en de herkomst en de afzet van het materiaal. Er is geen milieuvergunning nodig als je werkt met uitsluitend bedrijfseigen uitgangsmateriaal en de compost uitsluitend bestemd is voor de eigen percelen. In de meeste gevallen moet er een bouwvergunning aangevraagd worden.
  • Het gebruik van kwaliteitsvolle compost heeft een grote meerwaarde voor de bodem. De garantie hiervoor wordt geleverd door een keuringsattest van een onafhankelijke keuringsinstelling. Door dit keuringsattest wordt de compost niet langer als afvalstof, maar als grondstof aanzien en mag die worden uitgereden op het land. De producent van de compost is verplicht dit aan te vragen, tenzij er gewerkt wordt met uitsluitend bedrijfseigen uitgangsmateriaal en de compost uitsluitend bestemd is voor de eigen percelen. Als je de compost in de handel wilt brengen, maar ook bij het gratis weggeven van deze compost, moet je een ontheffing aanvragen bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van Voedselketen en Leefmilieu.
  • Als je jouw plantaardig afval wilt afvoeren voor verwerking, mag je dat tijdelijk opslaan op jouw eigen terrein zonder vergunning. Dat mag echter geen hinder teweeg brengen en er moet een regelmatige afvoer voorzien zijn. Als richtlijn voor regelmatige afvoer geeft OVAM-naar analogie met tuinafval- mee dat de opslagtermijn voor fijn materiaal maximum 1 week bedraagt in de periode april – oktober en 1 maand in de periode november – maart. Voor het houtig materiaal, zoals snoeihout is de termijn beperkt tot 2 maanden.
  • Je mag het het houtig materiaal van groenafval dat ontstaat bij het uitvoeren van jouw activiteiten verhakselen met het oog op de productie van mulchmateriaal. Als je voor het verhakselen een vaste installatie gebruikt, moet je wel beschikken over een milieuvergunning, tenzij het enkel eigen materiaal betreft en voor eigen gebruik bestemd is. Het mulchmateriaal voldoet best aan de omzendbrief rond kwaliteit van houtsnippers. Het mulchmateriaal moet vrij zijn van geur en verontreinigingen, bladeren, coniferen, gras, ... De grofheid moet zich voor 90% bevinden tussen 10 en 50 mm en de opslag is beperkt tot maximaal 2 maanden.
  • Het verbranden van tuin- en ander afval is verboden. Voor sommige, zeer specifieke gevallen, wordt er een uitzondering gemaakt. Deze uitzonderingen staan beschreven in de indelingslijst van VLAREM I, onder de rubriek 2.3.4.
  • Je kan zonder vergunning plantaardige afvalstoffen afkomstig van eigen bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden verbranden in open lucht, als afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is of als verbranding noodzakelijk is vanuit fytosanitair oogpunt.

Opgelet: De bepalingen uit het bosdecreet, het veldwetboek en het politie reglement blijvenvan kracht!