Menu

Wat kan je doen?

Terug naar Onderwerp

In dit onderwerp

Wat is de toekomst van niet-natuurlijke koelmiddelen?
Minder uit dit onderwerp

Bestaande installatie behouden. Voor alle koelinstallaties kan, op basis van het GWP van het koelmiddel, overwogen worden de installatie om te bouwen om te werken met een alternatief koudemiddel. Het ombouwen van een installatie kan met beperkte kosten. Toch zal de efficiëntie van de installatie meestal afnemen.

Het nieuwe koelmiddel kan een alternatief HFK zijn (met lager GWP), een HFO of een natuurlijk koelmiddel als propaan, ammoniak of CO2.

Een alternatief HFK heeft best een zo laag mogelijk GWP. Hoe hoger het GWP van het koelmiddel, hoe duurder dit koelmiddel op termijn kan worden door schaarste op de markt. Vooral het bijvullen van de installatie – wegens lekverliezen – zal duur worden. Bij koelmiddelen met een hoger GWP kan de bedrijfsgarantie in het gedrang komen.

Ombouwen van de installatie naar een natuurlijk koelmiddel kan ook, afhankelijk van het type installatie en is een investering op lange termijn. De meest gebruikte natuurlijke koelmiddelen zijn propaan, CO2 en ammoniak. Natuurlijke koudemiddelen hebben geen invloed op de ozonlaag, dragen niet (of zeer beperkt) bij aan het broeikaseffect, en hebben dus geen negatief effect op het milieu.

Het grote nadeel van natuurlijke koelmiddelen zijn de veiligheidsaspecten waarmee rekening moet gehouden worden bij het ontwerp van de installatie. Ammoniak is toxisch, erg brandbaar en irriterend. CO2 is in voorkomende concentraties niet toxisch of brandbaar, wel is CO2 zuurstofverdringend en moet de installatie onder heel hoge druk werken. Propaan heeft een hoog brand- en explosiegevaar. In tabel 2 zijn giftigheidsklasse en brandbaarheidsklasse van propaan, ammoniak en CO2 samengevat.

Natuurlijke koelmiddelen vragen voldoende aandacht voor veiligheidsaspecten bij het ontwerp van de installatie.

Tabel 2 Giftigheidsklasse en brandbaarheidsklasse van propaan, ammoniak en CO2 (A = niet giftig, B= giftig; 1 = niet brandbaar, 3 = zeer brandbaar)

  R290 (propaan) R717 (ammoniak) R744 (CO2)
Giftigheidsklasse A B A
Brandbaarheidsklasse 3 2 1

 

Nieuwe installatie plaatsen. Op lange termijn zullen alle synthetische koelmiddelen worden verboden of erg duur worden. Bij plaatsing van nieuwe installaties is toepassing van natuurlijke koelmiddelen daarom aangewezen.

De meerkosten van een koelsysteem op basis van natuurlijke koudemiddelen zijn beperkt. Door lagere exploitatiekosten – waaronder ook een lager energieverbruik – is de installatie snel terugverdiend. Een koel- en vriesinstallatie die gebruik maakt van natuurlijke koudemiddelen verbruikt 10 tot 30% minder energie. Ook zal er bespaard worden op de inkoop van koudemiddelen, zowel bij aankoop als onderhoud van de installatie.

Zoals eerder vermeld, vragen natuurlijke koelmiddelen wel extra aandacht (kosten) voor veiligheidsaspecten bij het ontwerp van de installatie.

Indirecte systemen overwegen. Om bij toepassing van natuurlijke koelmiddelen de veiligheidsrisico’s te beperken, zullen de natuurlijke koelmiddelen meestal beperkt blijven tot de technische ruimte. Door gebruik te maken van een koudedrager zoals glycol kan de koude naar bezette ruimtes getransporteerd worden. Als er een aparte koudedrager is, spreken we van indirecte koeling. Het toepassen van een aparte koudedrager voor transport komt niet enkel de veiligheid ten goede, maar ook de koudemiddelinhoud zal kleiner zijn. Ook bij toepassing van de dure HFK’s kunnen de kosten van het koelmiddel zo beperkt blijven. Indirecte systemen zullen in de toekomst dus aan populariteit winnen.

De aanwezigheid van een aparte koudedrager biedt een bijkomend voordeel. In combinatie met hernieuwbare energie kan de koudedrager in een indirect koelsysteem worden ingezet als thermische energiebuffer. Hoe werkt dit? Als er bijvoorbeeld zonnepanelen geïnstalleerd zijn, kan deze installatie tijdens zonnige uren energie leveren aan het net. De prijs die je krijgt voor levering van elektriciteit aan het net is tot vele malen lager (tot 6 keer) dan de prijs voor elektriciteit die je van het net afneemt. De geproduceerde energie/elektriciteit zelf aanwenden, is dus het meest optimaal. In plaats van een overschot aan energie van bijvoorbeeld zonnepanelen aan heel lage prijzen te injecteren in het net, kan deze energie worden ingezet om de temperatuur van de koudedrager te verlagen. De koudedrager kan zo dienen als energiebuffer. De temperatuurregeling bij de eindgebruiker zal ervoor zorgen dat er geen invloed is op comfort of productkwaliteit.