Menu

Bioveiligheidsmaatregelen

Terug naar Onderwerp

In dit onderwerp

Vogelgriep: wat moet je weten?
Minder uit dit onderwerp

Maatregelen die van toepassing zijn op het hele grondgebied

 

  1. Het voederen en het drenken van pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels moet binnen gebeuren of op een zodanige wijze dat contact met wilde vogels onmogelijk is.
  2. Het is verboden om pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels te drenken met water dat afkomstig is van oppervlaktewatervoorraden of regenwater waartoe wilde vogels toegang hebben, tenzij dat water werd behandeld om eventueel aanwezige virussen te inactiveren.
  3. Verzamelingen van pluimvee en/of van andere in gevangenschap levende vogels zijn slechts toegestaan onder de volgende voorwaarden:
    de organisator van de verzameling registreert zich bij het Voedselagentschap ten minste 48 uur voor aanvang van de verzameling
    - de organisator van de verzameling houdt een lijst bij met de namen en adressen van de houders die met hun dieren deelnemen aan de verzameling. Die lijst moet gedurende ten minste 2 maanden ter beschikking van het Voedselagentschap gehouden worden.
    - de verzameling staat onder officieel toezicht van een erkende dierenarts die aangesteld is door de organisator van de verzameling. De organisator deelt de naam van de aangestelde erkende dierenarts mee aan de betrokken PCE voor aanvang van de verzameling.
  4. Bovenop de in het voorgaande punt weergegeven maatregelen, is het verboden, op markten van pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels, pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels te koop aan te bieden die niet opgesloten of beschermd zijn geweest om contact met wilde vogels onmogelijk te maken gedurende de 10 dagen voorafgaand aan de markt.
  5. Buiten de risicogebieden is de toegang tot alle plaatsen waar pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels worden gehouden, verboden voor elk voertuig, elke persoon en alle materiaal die in de 4 voorafgaande dagen:
    - ofwel in contact is geweest met pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, gehouden in een risicogebied gelegen op het nationale grondgebied of in het buitenland,
    -  ofwel op een plaats is geweest in zo’n risicogebied waar pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels worden gehouden.
    Dat verbod is niet van toepassing op het personeel van het Voedselagentschap en van andere bevoegde autoriteiten, noch op de personen die in hun opdracht werken, op voorwaarde dat zij de door het Voedselagentschap vastgelegde hygiënevoorschriften naleven.
  6. Elk vervoermiddel en materiaal dat dient voor het vervoer van pluimvee, andere in gevangenschap levende vogels, broedeieren of consumptie-eieren, moet reinig- en ontsmetbaar zijn of voor eenmalig gebruik dienen. Het moet worden gereinigd en ontsmet met een toegelaten biocide na elk vervoer en elke ophaling.
  7. Elk vervoermiddel en materiaal dat dient voor het vervoer van pluimvee, andere in gevangenschap levende vogels, broedeieren en consumptie-eieren in een derde land of in een risicogebied gelegen buiten België moet reinig- en ontsmetbaar zijn of voor eenmalig gebruik dienen.
    De reiniging en ontsmetting moeten onmiddellijk plaatsvinden met een toegelaten biocide en uiterlijk binnen de 3 werkdagen na terugkeer op het Belgische grondgebied of voordat er een plaats wordt aangedaan waar pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels worden gehouden, onder toezicht van een erkend dierenarts die is aangesteld door de betrokken PCE.
    De reiniging en ontsmetting worden uitgevoerd volgens de aanwijzingen van de PCE (cf. procedure 1243484 – reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen afkomstig uit risicogebieden).
  8. Iedere ziekte of abnormale sterfte bij het pluimvee moet onmiddellijk door de bedrijfsdierenarts of een erkende dierenarts worden onderzocht. Indien de bedrijfsdierenarts of de erkende dierenarts bij zijn onderzoek aviaire influenza niet kan uitsluiten, moet hij dat onmiddellijk melden aan de officiële dierenarts.
  9. In de volgende gevallen is het verboden om bij het pluimvee een therapeutische behandeling te starten indien vooraf geen monsters voor een laboratoriumonderzoek aan een vereniging werden toegezonden:
    - een daling van de normale voeder- en waterconsumptie van meer dan 20 %
    - een sterfte van meer dan 3 % per week
    - een daling van de leg met meer dan 5 % die langer dan twee dagen duurt
    - klinische tekenen of letsels bij post-mortem onderzoek die wijzen op aviaire influenza.

Maatregelen die van toepassing zijn op het niveau van de pluimveehouderijen


In alle geregistreerde pluimveebedrijven en alle broeierijen gelden de volgende maatregelen:

1.    Pluimvee van geregistreerde pluimveebedrijven moet worden opgehokt of op zodanige wijze worden afgeschermd dat contact met wilde vogels vermeden wordt. Deze maatregel geldt niet voor houderijen met loopvogels.

2.    Aan de ingangen en uitgangen van elke pluimveestal en het bedrijf moet een ontsmettingsvoetbad met een toegelaten biocide worden geplaatst.

3.    De toegang tot een pluimveestal of een broeierij is verboden aan alle personen die niet tot het bedrijf behoren. De verantwoordelijke treft met het oog daarop alle noodzakelijke schikkingen. Dat verbod geldt niet voor:
-  het personeel dat nodig is voor de bedrijfsvoering
-  de bedrijfsdierenarts
-  het personeel van het Voedselagentschap en de personen die in opdracht ervan werken
-  het personeel van andere bevoegde overheden en de personen die in opdracht ervan werken

Deze personen moeten bedrijfseigen laarzen en kledij of overkledij aantrekken voordat zij de pluimveestal of de broeierij betreden en moeten alle nodige voorzorgen nemen om verspreiding van het aviaire influenzavirus te vermijden.

4.    Elke verantwoordelijke moet een register van bezoeken bijhouden met vermelding van de datum en het uur van het bezoek, naam en adres van de bezoeker, de nummerplaat van de wagen, de reden van het bezoek alsook het al of niet betreden hebben van de stallen. In het register worden in chronologische volgorde alle personen ingeschreven die de pluimveestal of de broeierij betreden.

De bedrijfsdierenarts moet dit register bij elk bezoek dateren en ondertekenen.


Bijkomende maatregelen geldend in gevoelige natuurgebieden

1.    Eenden en ganzen moeten van het andere pluimvee gescheiden worden.

2.    Het Voedselagentschap kan bijkomende klinische, pathologische, serologische of virologische onderzoeken voorschrijven.

Vaccinatie

Vaccinatie is verboden.

Test de bioveiligheid van je bedrijf

Met de Biochektest van de Universiteit Gent kan je zelf de bioveiligheid op jouw bedrijf meten. De test is gratis en online beschikbaar. Aan de hand van deze test kom je ook te weten hoe je de bioveiligheid op jouw bedrijf kan verbeteren.