Menu

Verbranding in de openlucht

Terug naar Onderwerp

In dit onderwerp

Vlaremtrein 2015 gepubliceerd
Minder uit dit onderwerp

In 2014 werd in Vlarem een algemeen verbrandingsverbod in de openlucht ingevoerd, maar voor land- en tuinbouwers werden er enkele uitzonderingen ingeschreven. Zo is verbranding in de openlucht van plantaardige afvalstoffen toegelaten wanneer die afkomstig zijn van de eigen bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden, en afvoer of verwerking ter plaatse van het biomassa-afval niet mogelijk is. Deze uitzondering wordt behouden. In de discussies vooraf werd geopperd dat deze toelating voorafgegaan moet worden door een schriftelijke toestemming van de gemeente, maar dat voorstel werd gelukkig niet aangenomen.

Het verslag aan de Vlaamse regering bevat een aantal voorbeelden ter verduidelijking. Men gaat ervan uit dat afvoer van plantaardig afval niet mogelijk is wanneer het veld bijvoorbeeld te nat is om er met de tractor of oplegger over te rijden. Ook door een hindernis, zoals een haag of een beek, kan het niet mogelijk zijn om de plaats te bereiken waar het biomassa-afval ligt. Verwerking ter plaatse is soms niet mogelijk indien er geen ruimte is om het plantaardig afval ter plaatse op te slaan of indien een hakselaar niet ter plaatse kan komen.

Een tweede uitzondering houdt in dat plantaardige afvalstoffen in de openlucht verbrand mogen worden wanneer dat vanuit fytosanitair oogpunt noodzakelijk is. Ook hier worden geen extra voorwaarden aan gekoppeld.

Er wordt nog een derde uitzondering toegevoegd. Verbranding in de openlucht van plantaardige afvalstoffen die afkomstig zijn van het onderhoud van landschapselementen – bijvoorbeeld knotwilgenrijen of meidoornhagen – wordt toegelaten indien afvoer of verwerking ter plaatse niet mogelijk is.