Menu

In dit onderwerp

Vlaremtrein 2015 gepubliceerd
Minder uit dit onderwerp

Het huidige Vlarem (hoofdstuk 5.9) bevat een aantal verregaande voorwaarden waaraan kuilplaten moeten voldoen. Zo moet je silosappen opvangen en uitrijden op het land. Omdat heel wat bestaande kuilplaten vandaag niet over een vloeistofdichte ondergrond en de bijbehorende afvoer en opvang beschikken, vroeg Boerenbond om deze voorwaarde aan te passen. Een vloeistofdichte vloer en opvangsysteem aanleggen is in veel gevallen immers economisch niet haalbaar, wat ook bevestigd wordt in de BBT-studie voor veeteelt. Met deze Vlaremtrein wordt de voorwaarde rond het opvangen en uitrijden van silosappen alleen van toepassing op nieuwe kuilplaten, namelijk kuilplaten die vergund worden na 1 juli 2016.

Let op, je moet wel altijd afdoende maatregelen nemen om uitspoeling van silosappen te voorkomen. Silosappen bevatten immers vaak hoge concentraties van nutriënten, waardoor lozing in het oppervlaktewater niet toegestaan is.

Omdat kuilplaten zich vaak in de buurt van een waterloop of gracht bevinden en dat het risico op verontreiniging van het oppervlaktewater vergroot, wordt een nieuwe voorwaarde rond de inplanting van kuilplaten ingeschreven. Je moet een kuilplaat zodanig inplanten dat de afvloeirichting en de helling van de vloer niet in de richting van een oppervlaktewater georiënteerd zijn. Op vraag van Boerenbond is ook deze nieuwe voorwaarde alleen van toepassing op kuilplaten die na 1 juli 2016 vergund worden. Je kunt ook een afwijking vragen in de milieuvergunningsaanvraag, bijvoorbeeld indien de bestaande kuilplaten op je bedrijf al anders georiënteerd zijn en indien je kunt aantonen dat je doeltreffende maatregelen zult nemen om afspoeling en lozing van silosappen te voorkomen.

Deze aanpassingen gelden zowel voor kuilplaten horende bij een veehouderij (hoofdstuk 5.9), als voor opslagplaatsen voor granen en groenvoeders die horen bij een mest(co)vergistingsinstallatie (hoofdstuk 5.45).