Menu

Na de tabak, verbreden of verdwijnen (2)

Terug naar Onderwerp

In dit laatste artikel van de reeks over stadslandbouw en verbreding in de VS gaan we nog op bezoek bij twee bedrijven in de staat Maryland, nabij Washington DC, die de stap maakten naar verbreding. Deze voormalige tabakbedrijven maakten gebruik van de Tobacco Buyout, een programma dat tien jaar lang een vergoeding gaf aan wie geen tabak meer teelde en in de landbouw nieuwe wegen insloeg.

Tabakdepot wordt hoevewinkel

We ontmoeten Brian Russell, die samen met zijn drie broers tot voor 2002 bijna uitsluitend tabak teelde. Via de Tobacco Buyout sloegen ze een andere weg in als gevolg van steeds onstabielere prijzen en een moeilijke arbeidsmarkt. Van het tabakdepot maakten ze een hoevewinkel, waar ze sindsdien vlees van hun runderen, varkens en kippen verkopen. Op zaterdagochtend is de winkel open. Ze houden hun klanten op de hoogte via de Facebookpagina, waar ze promoties of wedstrijden aankondigen met zelfgemaakte filmpjes. Als landbouwer moet je alles kunnen, maar Brian geeft toe dat het niet vanzelf komt: “We moeten steeds voldoende promotie maken. Sommige weekends is het heel druk in de winkel, maar soms is het ook akelig rustig.”

De broers bewerken ook 600 hectare akkerland met soja, tarwe, sorghum en gerst, maar vooral maïs, die verkocht of aan de varkens vervoederd wordt. Een deel van het vlees verkopen ze in hun winkel, waar de klanten af en toe vragen of de varkens ggo-vrij graan krijgen. Hij mag ggo-maïs kweken, maar de Amerikaanse consument die rechtstreeks aankoopt is er blijkbaar toch gevoelig voor. Brian heeft ook runderen, maar dat zijn slechts negen koeien: “Ik ben beschaamd dat het er maar zo weinig zijn, maar ik kweek er niet meer dan ik kan verkopen in de winkel omdat de prijzen niet denderend zijn.”

In zes koepelserres telen ze planten op contract voor een sierteeltbedrijf, maar de relatie met zo’n groot bedrijf is niet altijd optimaal. Zonder veel op de details in te gaan zegt hij hierover: “Zolang het goed gaat, is het goed. Maar als het slecht gaat, is het ook echt slecht.” Het komt erop neer dat de schakels in de keten elkaar respecteren, zeker als het gaat om één groot bedrijf tegenover vele kleintjes.

Het bedrijf zoekt ook steeds nieuwe kansen. Zo begon Brian onlangs in zijn schuur te experimenteren met het kweken van champignons. Hij was aangenaam verrast over de prijs die ze halen op de boerenmarkten. Afwachten wat dat wordt. Ze zijn wel zeker van de extra inkomsten uit hun intussen welbekende kerstveiling, die ze sinds 2010 samen met een lokaal veilinghuis organiseren in de serres waar ze in het voorjaar tuinplanten opkweken. Iedereen kan er bieden op items die gelinkt zijn aan landbouw – zoals landbouwmachines en gereedschap – maar ook ambachtelijke meubels, vers vlees, antiquiteiten, kerstkransen en andere kerstmateriaal. In 2016 kwamen hiervoor duizend bezoekers naar de boerderij en dat leverde de broers een aardige commissie op. Maar Brian ziet er ook een andere meerwaarde: “Zo’n veiling brengt heel wat mensen op de been. We tonen dat ons bedrijf meer is dan een boerderij met dieren en machines, maar ook een plek om elkaar te ontmoeten in een gezellige kerstsfeer.”

Paarden met Belgisch bloed

De familie Mast van de Suttler Post Farm besloot om met de Tobacco Buyout over te schakelen naar een paardenmennerij met trekpaarden. De passie voor paarden begon toen vader Mast met zijn dochter een bezoek bracht aan Pennsylvania en het ras leerde kennen. Ze keerden naar huis met Doc, hun eerste Clydesdale. Intussen heeft het bedrijf veertien Clydesdales, een ras afkomstig uit Schotland, waar ze rond 1750 Schotse merries en Belgische hengsten begonnen te kruisen. Clydesdales zijn roodbruin en hebben lange witte haren op de onderbenen. Ze werden eind jaren 1800 in de VS geïmporteerd en zijn er nu bij de bekendste trekpaarden.

Vanaf 2005 begon het bedrijf deel te nemen aan wedstrijden. De oudere paarden worden ingespannen voor praalkoetsen tijdens parades, shows en huwelijken. Ook de optocht tijdens de nationale feestdag in Washington DC (Fourth of July) staat op het programma. Met evenementen op dertig tot veertig weekends per jaar is dit eigenlijk een fulltimebezigheid, die vooral groeide uit mond-tot-mondreclame. Toch is Danny ook zaakvoerder van een printbedrijf, dat banners en reclameborden maakt. Danny: “Uit de paarden haal je niet de grote winst. Het moet je passie zijn om dit te blijven doen.”

Op de gronden rond de schuur kweken zijn oom en tante groenten, bloemen, aardbeien, aardappelen en zoete maïs. Daarnaast houden ze duizend legkippen. De eieren verkopen ze, samen met de andere producten, op de erg populaire boerenmarkten in de verstedelijkte omgeving rond Washington DC. Het kapitaalkrachtige publiek is duidelijk bereid om een prijs te betalen die hoger is dan wat zij via de keten kunnen verdienen.

 

  • Brian kweekt varkens op contract, maar verkoopt ook vlees in de eigen hoevewinkel.

  • In het voormalige tabakdepot verkopen ze nu vlees van eigen kweek.

  • In het voormalige tabakdepot verkopen ze nu vlees van eigen kweek.

  • Brian onderzoekt of champignons kweken in de schuur een meerwaarde kan zijn.

  • Danny Mast showt één van zijn Clydesdales, een ras met Belgisch bloed.

  • Brian met de praalkoets, tijdens de optocht op de nationale feestdag in Washington.

  • De productie op het perceel naast de paardenschuur verkopen ze via boerenmarkten.