Menu

Na de tabak, verbreden of verdwijnen

Terug naar Onderwerp

In dit onderwerp kan je lezen over heel diverse initiatieven rond stadslandbouw in Amerika. Maar ook op het platteland rondom de grote steden staan land- en tuinbouwers voor grote uitdagingen. Steeds meer van hen zoeken extra inkomen en erkenning via verkoop in de korte keten. Voor sommige bedrijven in de staat Maryland, nabij de hoofdstad Washington DC, was het zelfs kiezen tussen verbreden of verdwijnen.

Tobacco Buyout

In 2000 keurde de Amerikaanse staat Maryland een programma goed dat tabaktelers moest helpen om een nieuwe weg in te slaan met hun bedrijf. Meerdere factoren bedreigden toen de bedrijven die voornamelijk tabak in monocultuur kweekten. Om gezondheidsredenen was het gebruik van tabaksproducten sterk geslonken en tegelijk creëerden projectontwikkelaars extra druk op landbouwgrond. De overheid maakte daarom geld vrij om aan bedrijven die wilden overschakelen van tabak naar een andere landbouwactiviteit tien jaar lang een vergoeding te geven (de Tobacco Buyout). Twee andere sporen waren een soort landinrichtingsproject waar het behoud van landbouwgrond centraal stond en infrastructuurwerken.

Forrest Hall Farm

We brachten een bezoek aan de hoevewinkel van Forrest Hall Farm, een voormalig tabaksbedrijf dat nu heel wat activiteiten ontplooit. We werden er verwelkomd door Mary Wood. Samen met haar man Joe baat ze een bedrijf uit dat typisch is voor de regio en dateert uit de jaren 1600. Aanvankelijk was tabak er de enige teelt. Mary vertelt dat ze er veel jaren een behoorlijk inkomen mee verdienden. Ze hadden genoeg geld om hun drie kinderen te laten studeren en af en toe konden ze zich een vakantie permitteren. Bovendien was arbeid in die tijd ook niet echt een probleem. Tieners keken zelfs uit naar een vakantiejob op de boerderij. Dat begon te veranderen toen de studenten in de zomer liever in een supermarkt werkten en ook de perceptie zich tegen tabak keerde. Mary herinnert zich hoe mensen vroeger lovend spraken over hoe mooi een veld tabak kon zijn, terwijl ze midden jaren 90 abrupt van onderwerp veranderden wanneer bleek dat tabak teelden. “De mensen begonnen ons met de schadelijke effecten van sigaretten te identificeren.” En zo gebeurde dat de Woods – na 85 jaar in de tabakteelt – in 2000 besloten om nieuwe wegen te zoeken voor hun bedrijf met de Tobacco Buyout die de overheid subsidieerde.

De familie zag dat deze regio heel wat kansen bood voor agrotoerisme en ze begonnen hun bedrijf te richten op jonge gezinnen met kinderen. Ze legden een picknickplaats aan, er kwam een maisdoolhof waar je tegen betaling in mag dwalen en boerderijdieren. Intussen ontvangt het bedrijf zo’n achtduizend bezoekers per jaar. Enkele jaren na de ommezwaai kwam de hoevewinkel er, voor de verkoop van hun verse groenten en fruit, vlees en bloemen. Ze verkopen er ook producten van collega’s uit de streek en ondersteunen elkaar op die manier. Het najaar is zeker de drukste periode, met heel wat bezoeken van scholen. Dan geven ze uitleg over de soorten graan die ze telen en waarvoor die dienen, geven de kinderen ritjes op de hooikar en gaan ze kijken naar de groenten en natuurlijk de pompoenen die in de VS dan overal in beeld zijn.

Naast de groenten en het fruit, heeft het bedrijf nu ook bijna drie hectare druiven. Toen ze met de tabak stopten, leek dit een goed alternatief omdat druiven eenzelfde mooie opbrengst hebben en ze qua werkpieken passen binnen de andere activiteiten. Maar aangezien ze pioniers waren, kostte het wel wat jaren onderzoek, in samenwerking met de universiteit van Maryland, om soorten te vinden die geschikt zijn voor deze regio. Het idee werd aanvankelijk soms weggelachen, maar ze hebben intussen een coöperatieve wijnmakerij met dertien leden. De wijnmakerij, met bijbehorende proefruimte, levert niet alleen tewerkstelling maar is een toeristische meerwaarde voor de streek.

Verder hebben ze ook nog wat dierlijke productie: runderen (Black Angus) en geiten. Tot slot kweken ze in een serre van 2000 m² perkplanten op contract voor Bell Nursery, een groot sierteeltbedrijf dat planten levert aan de tuinafdeling van de Amerikaanse doe-het-zelfketen Home Depot.

Kennis en passie

Mary kan zich niet meer voorstellen dat ze zo lang afhankelijk zijn geweest van één teelt. Toch vraagt ze zich af wat haar schoonvader, die alleen de tabak kende, nu van het bedrijf zou denken. Maar ze besluit dat hij vast trots zou zijn dat het bedrijf nog actief is en landbouw bij de mensen brengt. “We voorzien de regio niet alleen van verse landbouwproducten. We brengen ook de kennis en de passie voor de landbouw bij de mensen.”

  • Mary Wood: “We voorzien de regio niet alleen van verse landbouwproducten. We brengen ook de kennis en de passie voor de landbouw bij de mensen.”

  • Mary Wood en haar zoon, die het maisdoolhof aan het inrichten is.

  • Samen met de universiteit van Maryland zochten ze geschikte druivenrassen om te telen.

  • Samen met de universiteit van Maryland zochten ze geschikte druivenrassen om te telen.

  • In de hoevewinkel verkopen ze naast hun eigen producten ook die van collega’s. Zo vergroten ze het aanbod en ondersteunen ze elkaar.

  • In de hoevewinkel verkopen ze naast hun eigen producten ook die van collega’s. Zo vergroten ze het aanbod en ondersteunen ze elkaar.