Menu

Barometers voor akkerbouw, melkvee, vleesvee en varkenshouderij

Terug naar Onderwerp

In dit onderwerp

Rentabiliteit blijft zorgen baren
Minder uit dit onderwerp

Akkerbouw: dalende rentabiliteit

Voor de akkerbouw wordt uitgegaan van een gemiddeld Vlaams akkerbouwbedrijf met de volgende verdeling van het areaal (analoog de verzamelaanvraag 2016) : 45% graangewassen, 25% aardappelen (waarbij 60% op contract en 40% vrije), 20% korrelmais en 10% suikerbieten. We komen hier tot een saldo van slechts 60% van het 5-jaarlijks gemiddelde. 

De rentabiliteitsbarometer wordt gekenmerkt door grote schommelingen. Zo was het jaar 2012 duidelijk het beste jaar uit de analyse (goede aardappelprijzen), terwijl het aanzienlijk minder goed ging in 2014 als gevolg van bijzonder slechte aardappelprijzen. In 2016 spelen de zeer natte weersomstandigheden de sector parten. Alle akkerbouwteelten zijn hierdoor getroffen, wat veeleer uitzonderlijk is. Boerenbond stelt de voorbije jaren vast dat het belang van de suikerbietteelt in het inkomen van de akkerbouwsector voortdurend gedaald is.

Melkvee: rentabiliteit naar dieptepunt

De melkveebarometer geeft aan dat de rentabiliteit op een gemiddeld melkveebedrijf in het derde kwartaal van 2016 verder gedaald is tot de helft van de gemiddelde rentabiliteit van de laatste 5 jaar. Dit is het laagste niveau in meer dan 10 jaar, als gevolg van de huidige lage melkprijzen en de kosten die stegen over deze periode. Ook duurde de crisis langer dan in 2009 en 2012. 
Boerenbond stelt dat de melkprijs op zijn dieptepunt voor minder dan 10% van de melkveehouders de kritische opbrengstprijs dekt. Die kritische prijs is de melkprijs die ze moeten ontvangen om al hun werkelijke uitgaven te kunnen betalen.


Deze lage melkprijzen hebben stilaan een effect op de melkleveringen. Zo bleven de melkleveringen in België afgelopen juni en juli nagenoeg stabiel tegenover dezelfde maanden van 2015, na maanden van productiestijging. Ook op Europees vlak is er een stabilisatie of productiedaling op te merken, die versterkt zal worden door de Europese steun voor productiebeperking. Dit zal zeker zichtbaar zijn in heel wat lidstaten. Ook 738 Vlaamse melkveehouders tekenden in voor een productiedaling van 15,1 miljoen liter. 
Van de zuivelmarkten komt er positief nieuws. Sinds mei zijn de boterprijzen sterk gestegen. Ze evolueren weer naar het niveau van begin 2014. Ook de kaasprijzen stijgen de laatste 2 maanden. Bovendien komen ook de prijzen van melkpoeder de laatste weken los van het interventieniveau, wat belangrijk is voor het herstel van de melkprijzen. 
Een kanttekening die dit jaar gemaakt moet worden, is de sterke daling van de productie van ruwvoeder (maïs). Waar een melkveehouder normaal voorziet in eigen ruwvoederproductie, zal hij door de extreem slechte maïsoogst voeders moeten aankopen.

Vleesvee: rentabiliteit gestabiliseerd maar ondermaats

De vleesveebarometer geeft de evolutie weer van een typebedrijf met 100 zoogkoeien, waarbij finaal stieren en zoogkoeien afgemest worden. De technische gegevens zijn afkomstig van de Boerenbondboekhoudingen. De kenmerken van het bedrijf en de technische kengetallen blijven voor de gehele periode gelijk.
Boerenbond stelt vast dat de index sinds midden 2014 blijft dalen. In het derde kwartaal van 2016 stond de barometer op 95 punten. Dit is 5 punten lager dan de gemiddelde rentabiliteit van de laatste 5 jaar. Enerzijds is er een lichte daling van de prijzen van de veevoedergrondstoffen, zoals granen. De vleesveeprijzen, daarentegen, blijven onder druk staan. Dit wordt bevestigd door de studie van de FOD Economie rond opbrengsten, kosten en marges in de rundvleeskolom. Hieruit blijkt dat er een groeiende kloof is tussen consumenten- en producentenprijzen. Boerenbond blijft hameren op de noodzaak van meer transparantie in de rundvleesketen.
Daarnaast zullen ook de vleesveehouders geconfronteerd worden met een slechte eigen maïsoogst, wat hen zal verplichten om elders voeders aan te kopen.

Varkenshouderij: verbeterde rentabiliteit

Voor de varkenshouderij wordt de rentabiliteit berekend voor de zeugenhouderij, voor gesloten varkensbedrijven en voor de gespecialiseerde vleesvarkenshouderij. De varkenshouderij staat al enkele jaren sterk onder druk. De varkenshouder werkt in een zeer volatiele markt en dat is ook duidelijk te merken in de rentabiliteitsbarometers. 



Na een zeer turbulente periode, kwam de sector afgelopen mei in enigszins beter vaarwater terecht. Het Europees varkensaanbod daalde en de export naar landen buiten de Europese Unie trok aan. Door de lagere Europese varkensprijzen verbeterde onze concurrentiepositie op de wereldmarkt. Tegelijk bood de Chinese markt meer perspectieven voor de afzet van Europees varkensvlees. Zo verdubbelde de Europese varkensvleesexport naar China in de eerste 6 maanden van 2016 tegenover dezelfde periode van 2015. De verbeterde marktsituatie in Europa is voor een groot deel toe te schrijven aan de export van varkensvlees. 
Toch moet opgemerkt worden dat de gemiddelde varkensprijzen dit jaar niet veel beter zijn dan die in 2015. Dat komt door de zeer lage prijzen in het eerste kwartaal van dit jaar. De varkensbarometer geeft aan dat het voortschrijdend gemiddelde van het saldo voor een gesloten bedrijf nog steeds ver onder het vijfjarig gemiddelde ligt. De gestegen inkomsten door de betere varkensprijzen worden dus grotendeels ingezet om de opgelopen achterstallen en/of de weggesmolten financiële buffers te herstellen. Voor een duurzamer herstel is een langere periode van betere prijzen nodig. 

Voor de zeugenhouderij en de gesloten bedrijven tonen de barometers een gelijkaardig beeld. Ook daar wordt gescoord onder het gemiddelde van de voorbije vijf jaar. De barometer van de vleesvarkenshouderij doet het wel beter, aangezien zij hebben kunnen profiteren van de lage biggenprijzen en de verbeterde vleesvarkensprijzen.