Menu

Voorwaarden bij een opzegging voor eigen gebruik

Terug naar Onderwerp

Persoonlijke exploitatie. Op het moment van de opzegging moet jij zelf al een landbouwer zijn. Als aanstaande exploitant van het nieuwe goed, moet jij het zelf gaan exploiteren, zonder plaatsvervanging. Jij beheert het landbouwbedrijf en moet het dus persoonlijk runnen en leiden. Je handelt als een bedrijfsleider, neemt de dagelijkse en rechtstreekse leiding op en draagt het bedrijfsrisico.

Werkelijke exploitatie. Je moet het goed moet aanwenden voor een landbouwbedrijf en je moet de landbouwactiviteit bedrijfsmatig uitvoeren, met het doel om winst te maken.

Voortgezette exploitatie van negen jaar. Wie opzegt voor eigen gebruik, moet het goed gedurende ten minste negen jaar ononderbroken persoonlijk en werkelijk exploiteren – of laten exploiteren door het familielid dat in de opzegging wordt aangewezen als toekomstige exploitant. Je mag in deze periode de exploitatie aan niemand overdragen, zelfs niet aan een (ander) bevoorrecht familielid.

Beroepsbekwaamheid. Om de zittende pachter te beschermen, eist de Pachtwet dat de toekomstige exploitant aan bepaalde bekwaamheids- of ervaringsvereisten voldoet. Je kunt bewijzen dat je aan de vereisten voldoet met een getuigschrift of diploma, of door praktijkervaring. Deze praktijkervaring mag gaan over een periode dat je zelf een landbouwbedrijf exploiteerde of dat je deelnam aan de exploitatie van een landbouwbedrijf.

Leeftijdsvereiste. Bij verstrijken van de opzeggingstermijn mag jij als toekomstige exploitant geen 65 jaar zijn. Wanneer je niet ten minste 3 jaar landbouwexploitant bent geweest, mag je zelfs geen 60 jaar zijn.

Hoofdberoep of bijberoep. Wanneer de pachter die jij opzegging wilt geven zijn landbouwactiviteit in hoofdberoep uitoefent, zal de rechter jouw opzegging voor persoonlijke exploitatie slechts geldig verklaren wanneer jij bewijst dat jouw voorgenomen landbouwactiviteit eveneens het overwegende deel van je beroepsactiviteit zal uitmaken. Volgens de rechtspraak bedoelt men met ‘overwegend deel’ niet dat jouw inkomen voornamelijk uit de landbouwactiviteit komt, maar wel dat jij als exploitant meer tijd aan deze activiteit zult besteden dan aan andere beroepsbezigheden.

Wanneer de pachter zijn landbouwactiviteit niet als hoofdberoep uitoefent, maar bijvoorbeeld in bijberoep of als gepensioneerde, dan hoef jij jouw landbouwactiviteit evenmin als hoofdberoep uit te oefenen.