Menu

Vruchtgebruiker die opzegt voor eigen gebruik

Terug naar Onderwerp

In dit onderwerp

Opzegging pacht voor eigen gebruik
Minder uit dit onderwerp

De Pachtwet bepaalt dat de titularis van een vruchtgebruik, gevestigd onder de levenden door de wil van de mens, geen opzegging voor persoonlijke exploitatie kan aanvoeren. Met deze bepaling wil de wetgever een veel voorkomende vorm van misbruik uitsluiten, namelijk dat de eigenaar vruchtgebruik gaf aan een landbouwer op een goed dat al verpacht was aan een derde. De landbouwer kon dan als vruchtgebruiker opzegging geven aan de zittende pachter. Na afloop van het vruchtgebruik zou de eigenaar opnieuw kunnen beschikken over de gronden, vrij van pacht.

Het is dus voor een vruchtgebruiker onmogelijk om op te zeggen voor eigen gebruik wanneer aan twee voorwaarden voldaan is. Allereerst moet het vruchtgebruik gevestigd zijn onder de levenden. Een vestiging van vruchtgebruik bij testament valt dus niet binnen deze beperking. Ten tweede moet het vruchtgebruik gevestigd worden door de wil van de mens. Een vruchtgebruik gevestigd door de wet vormt dus evenmin een probleem bij opzegging voor eigen gebruik. Zo kan de langstlevende echtgenote die het vruchtgebruik verkrijgt bij het overlijden van haar echtgenoot toch opzeggen voor eigen gebruik door haarzelf of haar bevoorrechte familieleden.

In een arrest van 2009 heeft het Hof van Cassatie de regels over opzegging door de titularis van een vruchtgebruik bovendien genuanceerd. Het hof verduidelijkte dat het betrokken artikel van de Pachtwet niet van toepassing is op een opzegging door een blote eigenaar tesamen met de vruchtgebruiker van het goed, nadat zij samen het goed verkregen hebben. Beiden samen kunnen in dat geval dus wel opzeggen voor eigen gebruik.