Menu

Luzerne wordt populairder

Terug naar Onderwerp

In dit onderwerp

Nieuwe kansen voor vlinderbloemigen
Minder uit dit onderwerp
In de zoektocht naar een efficiënte invulling van het ecologisch aandachtsgebied (EAG) wint luzerne aan populariteit.

Met zijn diepe beworteling is het gewas droogtetolerant, terwijl de smakelijkheid en pensprikkelende werking het rantsoen verbeteren. De relatief slechte bodembedekking na maaien kan je opvangen door luzerne te mengen met Engels raaigras of witte klaver. Dit tweede gewas compenseert ook de slechtere groei van luzerne onder natte omstandigheden, op de kopakker, in rijsporen of op een door zware machines verdichte bodem.

Luzerne is niet geschikt voor natte percelen. Verder vraagt het gewas een voldoende diep bodemprofiel (geen harde of verdichte lagen), een hoge pH (> 6) en een genoeg kalium. Op percelen waar lange tijd geen luzerne gestaan heeft, is het absoluut noodzakelijk om de zaden te enten met bacteriën die stikstof fixeren. Dat levert in het jaar van de zaai gemakkelijk een dubbele opbrengst (zie foto, links niet-geënte luzerne, rechts geënte).

In tegenstelling tot gras verdraagt luzerne slecht een intensieve uitbating. Door niet te diep (5-7 cm) en niet te frequent (4 sneden per jaar) te maaien, blijft de plant persistent en blijft de teelt langer productief. De eerste en tweede snede maai je het best in het bloemknopstadium, als compromis tussen voederwaarde en drogestofopbrengst. De derde en vierde snede maai jet het best iets later, in het bloemstadium. Zo krijgt de plant de kans om reserves op te slaan in de wortels en kan hij beter overwinteren. Agrobeheerovereenkomsten leggen soms een uitgestelde maaidatum op, waardoor je in de praktijk slechts 3 sneden/jaar haalt. Legering van de eerste snede leidt dan vaak tot een opbrengst die zo’n 15% lager is. Ook de voederwaarde van het verse gewas ligt lager bij 3 sneden. Na het inkuilen zakt de voederwaarde bij 4 sneden wel tot een vergelijkbaar niveau.

Meer informatie