Menu

De complexe mestwetgeving in een notendop

Terug naar Onderwerp
  • Europa. Een goede waterkwaliteit is van vitaal belang voor de gezondheid en het welzijn van de mens en het functioneren van de natuurlijke ecosystemen. Te veel nutriënten zoals stikstof en fosfor in onze watersystemen leidt tot eutrofiëring. Aangezien water niet stopt bij de landsgrenzen is een Europese aanpak cruciaal om iets te doen aan waterverontreinigingen. De Nitraatrichtlijn van 1991 is een van de eerste stukken Europese wetgeving gericht op de verbetering van de waterkwaliteit en de beperking van de waterverontreiniging. Deze Nitraatrichtlijn huldigt enkele grote principes waaraan Europese lidstaten of regio’s zich moeten houden. Zo moet elke regio de waterkwaliteit monitoren en actieplannen uitwerken die de kwaliteit proberen te verbeteren. Om de 4 jaar moeten ze rapporteren over deze actieplannen. De regio's moeten gebieden afbakenen die gevoelig zijn voor nitraatverontreiniging. In deze zogenaamde kwetsbare gebieden geldt er een plafond van maximaal 170 kg dierlijke stikstof per ha. Bij de aanvang had Vlaanderen enkele regio’s aangeduid als kwetsbaar gebied, maar sinds 2007 is Vlaanderen in zijn geheel als kwetsbaar gebied afgebakend. Vlaanderen heeft inmiddels meerdere malen actieplannen opgemaakt en daarover gerapporteerd. Momenteel zitten we aan MAP 6. In het Mestdecreet wordt dit actieplan omgezet in Vlaamse regelgeving.
  • Wetgeving. Het Mestdecreet geeft gedetailleerd en artikelsgewijs het volledige wetgevende kader waaraan land- en tuinbouwers zich moeten houden. De Mestbank zorgt voor de omkadering bij de benodigde administratie en is verantwoordelijk voor de controle op en handhaving bij de naleving van deze mestwetgeving.
  • Bedrijf. Iedere land- en tuinbouwer heeft allicht dieren en/of grond – eventueel een beperkte oppervlakte, bijvoorbeeld met serres – en doet hiervan aangifte via de Mestbankaangifte en de verzamelaanvraag. Een landbouwer die vee houdt, heeft nutriëntenemissierechten (NER's) nodig. De opvolging van deze NER’s – bij een uitbreiding, overname … – vraagt op zich al een hele regelgeving.
  • Mest. Dieren die op stal staan, produceren stalmest of drijfmest, die nadien bij het uitrijden op landbouwpercelen terechtkomt. Hoeveel dierlijke mest geproduceerd wordt op een landbouwbedrijf wordt berekend op basis van uitscheidingscijfers.
  • Toediening. Het gebruik van dierlijke mest, maar ook van de andere meststoffen, is strikt gereglementeerd in de mestwetgeving via een uitrijregeling en bemestingsnormen. Een deel van de mest komt via beweiding rechtstreeks op de percelen terecht. De derogatie laat regio’s en lidstaten toe om onder strikte voorwaarden af te wijken van de Europese bemestingslimiet van 170 kg dierlijke stikstof per hectare.
  • Verwerking. Anderzijds hebben we in Vlaanderen een goed uitgebouwde mestverwerking. Behalve een kleine fractie in de vorm van effluenten, komen de nutriënten vanuit de mestverwerking niet op Vlaamse bodems terecht. Ze worden verwerkt en geëxporteerd.
  • Benutting. In een ideale wereld nemen de aanwezige planten alle toegediende meststoffen op en hebben we optimale opbrengsten, zonder verlies van nutriënten en zonder negatieve impact op de bodem- en waterkwaliteit. Jammer genoeg leven we niet in een ideale wereld. Onze land- en tuinbouw is ook geen pure wiskunde, waar 1+1 =2, want we leven als land- en tuinbouwers bij de gratie van de grillen van de natuur. Dat maakt het boerenleven net ook zo boeiend en afwisselend.
  • Niet-benutte stikstof kan in het oppervlaktewater terechtkomen of kan doorspoelen naar het dieper gelegen grondwater.
  • Nitraatresidu. Om een beeld te krijgen van de bemestingspraktijk van individuele landbouwers worden in Vlaanderen nitraatresidu's gemeten. Deze metingen, tussen 1 oktober en 15 november, geven het nitraatgehalte weer in de bodem na het groeiseizoen. Te hoge waarden kunnen een negatief effectief hebben op het oppervlakte- en grondwater.
  • Waterkwaliteit. Naast nitraat hebben ook erosie, afspoeling of het rechtstreeks mee bemesten van de waterlopen een negatieve impact op onze waterkwaliteit. Tot slot moeten we absoluut vermijden dat rechtstreekse lozingen of verliezen van nutriënten op bedrijven het water bezoedelen. Ze stellen onze land- en tuinbouw in het verkeerde daglicht en hypothekeren de toekomst voor onze land- en tuinbouwers. Voor dergelijke praktijken is er geen enkel pardon.
  • Aanpak. Finaal is het de waterkwaliteit die telt. Het resultaat van ons watermonitoringnetwerk dient als basis om gebiedsgericht te werken. Extra maatregelen worden opgelegd in regio’s waar nog een tandje bij geschakeld moet worden.
  • Resultaat. Anderzijds moeten we over onze waterkwaliteit ook rapporteren aan Europa. Bij onvoldoende beterschap worden bijkomende inspanningen gevraagd, die we dan via een mestactieplan aan Europa moeten voorleggen. Zo zij we terug bij het begin en is de cirkel rond.

Afkortingen en definities

  • MAP (Mestactieplan). Dit plan of programma moet Vlaanderen opmaken en voorleggen aan de Europese Commissie. Het plan bevat maatregelen die Vlaanderen wil nemen om ervoor te zorgen dat we de Europese kwaliteitsdoelstellingen voor het oppervlakte- en grondwater zullen halen. Nadien wordt dit Mestactieplan omgezet in Vlaamse mestwetgeving: het Mestdecreet. Vaak worden de termen MAP en Mestdecreet door elkaar gebruikt en spreken we over MAP 6 als we het Vlaamse Mestdecreet bedoelen.
  • Eutrofiëring. Verrijking van het water door stikstof- of fosforverbindingen doet algen en hogere plantaardige levensvormen sneller groeien. Dat verstoort het evenwicht tussen de organismen die in het water aanwezig zijn en doet de waterkwaliteit dalen.
  • Grondwater. Grondwater is water dat zich onder het bodemoppervlak in een verzadigde zone bevindt en dat in direct contact staat  met de bodem of de ondergrond.
  • NER-d's. Nutriëntenemissierechten – dieren. Emissierechten voor nutriënten van dierlijke oorsprong.

 

Meer informatie

Thema: