Menu

Bemesten volgens het 4J-principe

Terug naar Onderwerp

Bij de voorbereiding van MAP 6 werd te pas en te onpas gezwaaid met de slogan ‘Bemesten volgens het 4J-principe’. Velen vinden dat dé sleutel om het probleem van de waterkwaliteit op te lossen. Toch is dat op zich niks nieuws.

Het 4J-principe staat voor bemesten met de juiste dosis van de juiste mestsoort op het juiste moment volgens de juiste bemestingstechniek – soms ook in het Engels 4R (right) Precisielandbouw in de bemesting dus. Voor landbouwers – die meststoffen beschouwen als een belangrijke productiefactor en een aanzienlijk kostenplaatje voor een optimale gewasopbrengst – is dit niet nieuw. Zij hebben er immers alle belang bij om hun tijd en energie maximaal te laten renderen. Jammer genoeg hebben ze geen glazen bol om te voorspellen hoe de weersomstandigheden zich zullen ontwikkelen in de loop van het groeiseizoen, waardoor een juiste beslissing op het juiste moment toch een andere afloop krijgt. Dat is dan driemaal juist en toch pech of het 3J+P-principe. Anderzijds twijfelt onze overheid er ook aan of alle land- en tuinbouwers wel in staat zijn om het 4J-principe toe te passen. Bovendien hebben sommige land- en tuinbouwers een andere visie op het gebruik van meststoffen. Daarom heeft ze in MAP 6 enkele bijsturingen doorgevoerd zodat het 4J-principe beter opgevolgd kan, zal en moet worden.

De juiste dosis van de juiste mestsoort

Op zich zijn de bemestingsnormen niet noemenswaardig gewijzigd, maar er zijn hier en daar aanpassingen die wel impact kunnen hebben.

Zowel het stikstof- als de fosforgebruik wordt ook in MAP 6 verder op bedrijfsniveau bekeken. Je mag de bemestingsnorm voor een teelt op een bepaald perceel dus overschrijden indien je dat echt nodig acht (maximaal de dubbele dosis), maar je moet dat dan wel compenseren op een ander perceel. Besef bovendien dat er altijd en overal nitraatresidumetingen uitgevoerd kunnen worden.

Hoeveel bemesten?

Voor intensief grasland dat uitsluitend gemaaid wordt (dus met de bijkomende bestemming MAA in de verzamelaanvraag) is de norm voor werkzame stikstof met 75 kg verhoogd. Daardoor bedraagt die nu dus 375 kg werkzame stikstof/ha voor percelen in zand en 385 kg voor percelen in niet-zand.

Nieuw in MAP 6
De norm van werkzame stikstof voor gras-maaien wordt verhoogd met 75 kg.

In MAP 5 werd de fosfor van stalmest gebruikt op percelen met P-klasse I en II slechts voor 50% aangerekend. Dat principe wordt behouden, maar in MAP 6 geldt dat ook voor percelen met P-klasse III en IV indien je een biologisch landbouwbedrijf uitbaat of indien je een ‘circulair bedrijf’ bent.

De term ‘circulair bedrijf’ is nieuw in MAP 6. Je bedrijf komt hiervoor in aanmerking indien

  • stalmest minstens 90% uitmaakt van de mestproductie op je bedrijf is (op basis van P2O5),
  • je minstens 90% van de geproduceerde stalmest op eigen gronden gebruikt.

Ook twee bedrijven die samenwerken kunnen hiervoor in aanmerking komen, maar dan moeten ze dat tijdig meedelen aan de Mestbank (in de toekomst voor 15 februari).

Een voorbeeld. Een bedrijf met 50 runderen en 100 ha landbouwgrond. Er wordt alleen stalmest geproduceerd en alle stalmest wordt op eigen grond gebruikt. De fosfor voor deze stalmest wordt slechts voor 50% aangerekend.

Nieuw in MAP 6
Voor biobedrijven en ‘circulaire stalmestbedrijven’ wordt de werkingscoëfficiënt voor fosfor uit stalmest verrekend tegen 50% op percelen met P-klasse III en IV.

Opvolging van de bemesting

Om er een beter zicht op te krijgen of de juiste meststof ook effectief op de juiste plaats terechtkomt – zeker voor gebieden met een ontoereikende waterkwaliteit – wordt de burenregeling beter opgevolgd.

Alle burenregelingen zijn beperkt tot drie maanden. Dat strookt ook met de geldigheidsduur van mestanalyses. Indien een burenregeling voor transport van vloeibare dierlijke mest gesloten wordt met een bedrijf dat percelen heeft in gebiedstypes 2 en 3 (ook als dat bedrijf een vrijstelling heeft), moet het trekkende voertuig uitgerust zijn met agr-gps. Hoe deze agr-gps exact gebruikt moet worden en welke data aan de Mestbank bezorgd moeten worden, is nog voer voor discussie.

Nieuw in MAP 6
• De geldigheidsduur van de burenregeling wordt beperkt tot 3 maanden.
• Voor een burenregeling naar een bedrijf met percelen in gebiedstype 2 & 3 moet het trekkende voertuig uitgerust zijn met agr-gps.

De overheid ijvert al jaren voor een betere opvolging van het kunstmestgebruik. In diverse rapporten, zoals het Mestrapport of het Landbouwrapport, is sprake van een groot verschil tussen de hoeveelheid kunstmest die aangegeven wordt en de hoeveelheid die de land- en tuinbouwers daadwerkelijk gebruiken. Om dat ‘gat’ dicht te rijden, wordt in MAP 6 sterk gefocust op een betere registratie van kunstmest bij land- en tuinbouwers zowel als handelaars en producenten. Voor landbouwers betekent dit dat ze een register en bewijsdocumenten van alle leveringen moeten hebben en dat ze een gebruiksregister moeten bijhouden. Tegen juli van volgend jaar zullen deze gegevens automatisch overgemaakt moeten worden aan de Mestbank. Ook hier is de concrete uitwerking nog voer voor discussie.

Verder moet iedereen die meer dan 10.000 kg stikstof produceert, verdeelt, importeert of exporteert aangifte doen en registers bijhouden. Ook die zullen tegen juli 2020 automatisch aan de Mestbank overgemaakt moeten worden.

Nieuw in MAP 6
Tegen juli 2020 zal het kunstmestgebruik strikter geregistreerd en opgevolgd worden met automatische data-overdracht.

Op het juiste moment met de juiste techniek

Via de uitrijregeling probeert de overheid het juiste moment voor het toedienen van mest enigszins te sturen. De meeste modaliteiten bij de uitrijregeling zijn gebleven. Ook de uitzonderingen voor zware klei en de polders zijn overeind gebleven. We vermelden hieronder de voornaamste wijzigingen aan de uitrijregeling, maar de regeling zelf nemen we hier niet in detail onder de loep. Wil je alle details kennen? Surf dan naar de website van VLM-Mestbank. Je kunt er ook de uitrijtool raadplegen.

De uitrijregeling stopt op 1 november voor alle mestsoorten. Dat is 15 dagen vroeger dan in MAP 5, waar dat nog 15 november was.

Meststoffen van type 1

Stalmest

Na 1 november mag je ook geen stalmest of andere meststoffen van type 1 meer spreiden op het veld. Anderzijds laat MAP 6 nu wel toe dat stalmest tijdens de winter in een afgedekte mesthoop op de akker opgeslagen ligt.

Voorbeeld. Je hebt je vleesveestal uitgemest op 10 oktober en je hebt de mest naar je veld gevoerd. Dan mag je die stalmest nog tot 31 oktober openspreiden op het veld. Als je er door slechte weersomstandigheden of door tijdsgebrek niet in geslaagd bent om die stalmest tijdig te spreiden, dan mag deze hoop stalmest op veld blijven liggen tot na de winter mits je hem afdekt. Hou wel steeds voldoende afstand (minstens 10 m) van waterlopen en openbare wegen. Sapverlies van mesthopen dat in een waterloop terechtkomt, wordt sowieso beschouwd als een lozing en zwaar gesanctioneerd.

MAP 6 laat ook toe om de fruitbomen in de winter tegen vorst te beschermen door stalmest (of een andere mestsoort van type1) rond de stam aan te brengen.

Meststoffen type 2

Drijfmest

Na 15 augustus mag je niet langer drijfmest of andere meststoffen van type 2 uitrijden op je grasland. Bemesten met drijfmest op bouwland na de oogst van de hoofdteelt – wat in de volksmond bemesting op de stoppel genoemd wordt – blijft grosso modo zoals voorheen. Is de teelt tijdig geoogst en kan je voor 31 juli nog een nateelt inzaaien? Dan mag je hier nog 170 kg dierlijke stikstof aanbrengen. Is het perceel vrij in augustus en kan je voor 15 september een vanggewas inzaaien? Dan mag je op dit perceel in augustus nog 36 kg werkzame stikstof uit drijfmest aanbrengen (dus 60 kg dierlijke stikstof uit drijfmest met een werkingscoëfficiënt van 60%). Is de hoofdteelt een nitraatgevoelige teelt, bijvoorbeeld vroege aardappelen? Dan mag je niet meer bemesten na de oogst. De uitzonderingen voor de zware klei blijven zoals voorheen verder van toepassing.

Voor alle duidelijkheid alles op een rijtje.

  • De bemestingsnormen worden op bedrijfsniveau bekeken, maar de bovenvermelde toegestane dosissen kaderen binnen de uitrijregeling en zijn duidelijk geplafonneerd. Je mag dus niet meer dan die 60 kg dierlijke stikstof uit drijfmest toedienen op de stoppel in augustus.
  • Bemesting op de stoppel op percelen in gebiedstype 2 en 3 moet gebeuren door een erkende vervoerder, tenzij je op jouw bedrijf een vrijstelling gekregen hebt.

Meststoffen type 3

Kunstmest

De wijzigingen bij de uitrijregeling voor kunstmest en andere meststoffen van type 3 zijn ook hier beperkt tot het vervroegen van einddatum van 15 naar 1 november en het verbod op bemesten op de stoppel indien de hoofdteelt een nitraatgevoelige teelt is (bv. vroege aardappelen). Bemesting met kunstmest bij groenten in het najaar blijft dus verder mogelijk (weliswaar tot 31 oktober) mits je een bemestingsadvies kan voorleggen. Ook andere meststoffen van type 3 zoals effluent mag je vanaf 1 november niet meer spreiden op hete veld.

Afstandsregels respecteren

Hou bij het toedienen van meststoffen ook steeds voldoende afstand tot de waterlopen. De afstandsregels werden in MAP 6 niet aangepast. Tijdens de voorbereidende discussies heeft een kleine versoepeling van de afstandsregels in gebiedstype 0 bij het gebruik van precisietechnieken wel op tafel gelegen, maar finaal is hiervan niets overgebleven. De bemestingsvrije strook van 5 meter langs bevaarbare waterlopen en de niet-bevaarbare waterlopen van 1ste, 2de en 3de categorie is dus nog steeds in alle gebiedstypes van toepassing. Ook de regelgeving rond de teeltvrije strook van 1 meter bleef onveranderd in MAP 6.

Voornaamste wijziging in MAP 6
Na 31 oktober mag je geen enkele vorm van mest meer toedienen.

Afkortingen en definities

Meststoftypes.

Type 1. Stalmest, champost of traagwerkende meststof

Type 2. Alle andere meststoffen dan die van type 1 of type 3

Type 3. Kunstmest, spuistroom, effluenten

Spuistroom.

Drainwater dat niet hergebruikt wordt als voedingswater.

Effluenten.

De meststoffen die ontstaan zijn uit de biologische behandeling door middel van nitrificatie en denitrificatie van dierlijke mest of andere meststoffen, met uitzondering van het ontstane slib van de biologische verwerking.

Meer informatie

Thema: