Menu

In dit onderwerp

Kleine marge in bonen- en erwtenteelt
Minder uit dit onderwerp

Het merendeel van de bonen worden geteeld in eerste vrucht. De opbrengsten van bonen kunnen gedurende één seizoen sterk variëren naargelang het weer, en dus naargelang de zaaidatum. Dit wordt grotendeels weerspiegeld in het arbeidsinkomen. Toch wordt vastgesteld dat het arbeidsinkomen (de vergoeding voor de geleverde arbeid van de bedrijfsleider(s)) het afgelopen decennium dichtbij het break-evenpunt komt. Bovendien stellen we vast dat het arbeidsinkomen de afgelopen tien teeltseizoenen meestal onder het niveau van 2008 uitkwam. Dat was een gemiddeld goed jaar (zie figuur 1).

Kosten bonen stijgen

De totale kosten (= variabele + vaste kosten) om bonen te telen stijgt. Sinds 2008 is de totale kostprijs gemiddeld met 13,6% gestegen. De variabele kosten dragen voor 63% bij aan de totale kosten. De kosten van zaaigoed en loonwerk hebben het grootste aandeel in de variabele kosten, gevolgd door gewasbescherming. Deze kosten fluctueren in functie van externe factoren zoals het weer. In natte omstandigheden is er een hogere ziektedruk, in droge omstandigheden is het moeilijker om de onkruiden te bestrijden. Toch kennen de gewasbeschermingskosten een stijgende trend. Daarnaast is het beschikbare pakket aan gewasbeschermingsmiddelen beperkter geworden. Kosten waarmee we afgelopen 2 jaar meer mee geconfronteerd werden in de bonenteelt, die bovendien moeilijker per teelt te definiëren zijn, is beregening. Zeker wanneer een op het bedrijf aanwezige beregeningshaspel ingezet wordt voor meerdere teelten. Enerzijds kost het onderhoud (= brandstof of elektriciteit + kleine aankopen en herstellingen) geld, anderzijds zijn er de investeringskosten (= afschrijving, vaste kosten). Daarnaast is er ook nog de beschikbaarheid van water. In sommige gevallen moet het water aangevoerd worden, met aanzienlijke loonwerkkosten tot gevolg. De vaste kosten worden bijna voor de helft ingevuld door de (fictieve) pacht van het perceel. De afschrijvingskosten bestaan voornamelijk uit machines en materiaal die ingezet worden voor grondbewerking en het onderhoud van de teelt. Het zaaien en oogsten valt bij akkerbouwmatige groenten onder loonwerk.