Menu

PWA wordt wijk-werken op 1 januari 2018

Terug naar Onderwerp

Een aantal land- en tuinbouwers werken met werklozen die via PWA’s ter beschikking worden gesteld. In het kader van de zesde staatshervorming werd het PWA-stelsel overgedragen aan de gewesten. In Vlaanderen is beslist om het PWA-stelsel om te vormen naar ‘wijk-werken’ . In Wallonië blijft de PWA-werking behouden. De ‘Agences Locales pour l’ Emploi’ blijven daar bestaan. In Vlaanderen gaat het wijk-werken vanaf 1 januari van start.

Wij zullen de opstart van de wijk-werking in Vlaanderen van dichtbij volgen. Wanneer er in de komende periode nog een aantal zaken meer precies zullen vastgelegd zijn en beter omkaderd, zullen wij daarop terug komen in Boer&Tuinder. Het is belangrijk in deze fase dat de land- en tuinbouwers nu reeds weten dat vanaf 1 januari 2018 er geen beroep meer kan gedaan worden op de PWA in Vlaanderen. Wij lichten hier een de belangrijkste aspecten van het wijkwerken toe.

Mogelijke activiteiten

In artikel 27 van het decreet wijk-werken wordt bepaald dat de activiteiten die in het kader van wijk-werken mogen gebeuren, vastgesteld worden door de raad van bestuur van de VDAB.  Boerenbond-AVBS heeft hierover ook een advies uitgebracht. Zo hebben wij onder meer een aantal activiteiten die te veel op het terrein van onze tuinaannemers zouden kunnen komen beter geformuleerd om problemen en mogelijke verdringing op het terrein te voorkomen.

 

 

Het essentiële punt is dat de werkzaamheden die in het kader van wijk-werken kunnen gebeuren, geen verdringing van de reguliere arbeid als gevolg hebben, noch in het normale economische circuit noch in de sociale economie.

De lijst van activiteiten die aanvaard wordt door de raad van bestuur van de VDAB kan jaarlijks worden aangepast of beperkt. De gemeenten kunnen voor hun grondgebied de lijst van activiteiten verder uitbreiden of beperken, zonder dat dit aanleiding mag geven tot een verdringing van de reguliere arbeid zowel in het normale circuit als in de sociale economie. De gemeenten kunnen dit zelf doen of hiervoor een samenwerkingsakkoord sluiten met andere gemeenten (zie ook verder). Voor zover een gebruiker een activiteit zou willen laten verrichten die niet op de activiteitenlijst staat, maar waarvan de gebruiker van oordeel is dat die toch past in het wijk-werken, kan hij een afwijking van de activiteitenlijst vragen aan de gemeente.

In overleg met het Vlaams Kabinet Werk, VDAB en de sociale partners werd een akkoord bereikt over de volgende lijst van gebruikers en activiteiten:

  • Privé personen. Activiteiten die door hun aard, hun occasioneel karakter of kleinschalige aard niet uitgevoerd worden in het gewone arbeidscircuit

  • Onderwijsinstellingen. Activiteiten die door hun aard, hun occasioneel karakter of kleinschalige aard , vaak verricht worden door vrijwilligers

  • Lokale overheden. Activiteiten die beantwoorden aan noden waaraan niet tegemoetgekomen wordt door de reguliere arbeidsmarkt, en het gevolg zijn van exceptionele of occasionele omstandigheden of van kleinschalige aard zijn

  • Niet-commerciële organisaties. Activiteiten die door hun aard, hun omvang, hun occasioneel karakter of kleinschaligheid, gewoonlijk worden verricht door vrijwilligers
  • Land- en tuinbouw. Hier worden de activiteiten die aanvaard waren binnen de PWA over genomen. Dit houdt dat  alle ondernemingen in de land-  en tuinbouw die ook reeds gebruik konden maken van de PWA-werking in hun gemeente, ook in de toekomst gebruik zullen kunnen maken van de wijk-werking. Er is alleen een voorbehoud gemaakt voor een mogelijke uitbreiding naar de champignonteelt omdat deze deelsector niet op de lijst van sectoren voorkwam in de PWA-regeling. Maar  de volgende deelsectoren  zullen vanaf 1 januari 2018 wel gebruik kunnen maken van de wijk-werking: bloemisterij, boomkwekerij, fruitteelt, groenteteelt, glastuinbouw, witloofteelt alsook de klassiek landbouw.

Omkaderende bepalingen

De activiteiten die aanvaard kunnen worden, moeten altijd van occasionele aard zijn. Bovendien moet het zo zijn dat de activiteiten een eerder uitzonderlijk karakter moeten hebben. Er is een zekere dringendheid en het normale economische circuit kan niet onmiddellijk inspelen op de vraag naar tijdelijke inzet van een persoon. Zoals reeds hoger gesteld, dient er altijd over gewaakt te worden dat de activiteiten niet of moeilijk kunnen worden uitgevoerd door werknemers uit het gewone economische circuit en er mag dus geen verdringing zijn van de reguliere arbeid. Het kan dus nooit gaan over werkzaamheden die uitgevoerd worden ter vervanging van werknemers die werken met een gewone arbeidsovereenkomst.

Een van de belangrijkste aandachtspunten is dat de uitgeoefende activiteit moet kaderen in de gewenste versterking van de competenties van de personen die via de wijk-werking een activiteit uitoefenen: de wijk-werking moet altijd kaderen in een traject naar de verruiming van de mogelijkheden of een verbetering van de kansen op de arbeidsmarkt van de betrokken persoon. 

Er moet ook altijd rekening gehouden worden met de nodige beschermingsregels zoals het respect voor de arbeidsduurreglementering, principieel verbod op nachtarbeid … Het eventueel nodige materiaal en gereedschap moeten ter beschikking gesteld worden door de gebruiker. Er dient ook rekening gehouden te worden met alle regels inzake de veiligheid en de gezondheid op het werk.

Wat met de PWA-kantoren en -besturen?

Er komen vanaf 1 januari 2018 nieuwe structuren. De bestaande PWA-vzw’s zullen ophouden te bestaan. De gemeenten kunnen zelf, alleen of in samenwerking met meerdere gemeenten, wijk-werkorganisaties oprichten. In bepaalde regio ‘s krijgen deze nieuwe structuren reeds stilaan vorm. In de provincie West Vlaanderen zij er bijvoorbeeld al vijf clusters bekendgemaakt.Gemeenten kunnen ook beslissen om niet aan een dergelijk samenwerkingsverband deel te nemen en de wijk- werking overlaten aan de VDAB.

Het is ook belangrijk op te merken dat er in de nieuwe structuren geen gegarandeerde vertegenwoordiging meer zal moeten worden opgenomen van de sociale partners. In heel wat PWA-vzw’s zijn bestuursleden actief die werden voorgedragen door Boerenbond. Dit zal dus in de toekomst niet verlengd worden.

Wie kan wijk-werken?

Doelgroep van wijk-werken

De doelgroep van diegenen die kunnen werken via de wijk-werking is ruimer dan de vroegere doelgroep van de PWA. Daar waar het in de PWA zo was dat het voornamelijk ging om werklozen die, met behoud van hun uitkering werkloosheid, een beperkte activiteit konden verrichten en daar ook een inkomen konden voor ontvangen dat bovendien onbelastbaar was, wordt nu de focus verlegd. De wijk-werking wordt een systeem dat vooral gebruikt zal worden om werklozen en werkzoekenden op weg te helpen naar werk. Het gaat dus over een traject dat per definitie een tijdelijk karakter heeft en waarvan het einddoel is een persoon op weg te helpen naar een vast job.

Kunnen mijn PWA’ers blijven als wijk-werker?

De personen die tot op vandaag via de PWA kunnen werken in de land- en tuinbouw gaan ook mee over naar de wijkwerking. Boerenbond heeft gevraagd om zo veel mogelijk voor continuïteit te zorgen en deze personen ook de mogelijkheid te geven actief te blijven in de wijk-werking. Zoals hoger gesteld is de doelstelling van de wijkwerking nu wel anders. Het gaat over een tijdelijk traject om mensen naar een meer vaste tewerkstelling te begeleiden, en het activeringsaspect is zeer belangrijk. In de PWA-regeling was dat veel minder aanwezig. Een aantal PWA-werklozen zal zeker ook aangespoord worden nieuwe uitdagingen aan te gaan waardoor zij uit de groep van beschikbare krachten zullen verdwijnen. De groep van personen die kunnen werken via de wijk-werking zal dan ook vaak wisselen omdat het in principe gaat over een doorstroming  naar een meer stabiele en vaste tewerkstelling.

Aantal werkuren 

In de PWA-regeling was voorzien dat de PWA-werklozen in principe 45 uur per maand konden werken met behoud van hun uitkering. In de land- en tuinbouw is het seizoen vaak sterk geconcentreerd op een korte periode. Om deze reden was afgesproken dat de PWA-werknemers 150 uur per maand konden werken met een maximum van 630 uur per jaar. Dit was bijvoorbeeld zeer interessant voor bedrijven in de tuinbouw die vaak heel wat werknemers nodig hebben in het seizoen. Boerenbond heeft aangedrongen om voor de doelgroep die reeds kon werken in de PWA- regeling ook deze uitzondering wat het aantal te werken uren betreft te behouden. Dit is evenwel niet aanvaard. Hierdoor zullen de personen die in het kader van de wijkwerking kunnen worden ingezet in de land- en tuinbouw ook maar een beperkt aantal uren per maand kunnen ingezet worden: 60 uur per maand. Hierdoor zal deze doelgroep voor de land- en tuinbouw minder interessant zijn.