Menu

Jonge boeren

Terug naar Onderwerp

Jonge boeren hebben een streepje voor in het nieuwe GLB. Jonge boeren krijgen niet alleen de basisbetaling en de vergroeningspremie, maar kunnen ook rekenen op een bijkomende betaling, die zowel de eerste vestiging als de daaropvolgende structurele aanpassing van hun bedrijf vergemakkelijkt.

Wie is een ‘jonge boer’?

Om in aanmerking te komen voor de jongeboerenpremie moetje aan enkele voorwaarden voldoen. In eerste instantie moet je betalingsrechten activeren. Daarnaast moet je op het einde van het jaar jonger zijn dan 41 jaar. Je hebt bovendien voor het eerst als bedrijfshoofd een landbouwbedrijf opgericht in de voorbije 5 jaar, steeds te rekenen vanaf 22 april. Dat is het geval wanneer je als natuurlijke persoon voor de eerste keer een landbouwbedrijf uitbaat in eigen naam. Ook als je voor de eerste keer bestuurder, beherende vennoot of zaakvoerder van een rechtspersoon bent of lid van een groepering bent, voldoe je aan deze voorwaarde. In de beide laatste gevallen moet minstens 1 van de bedrijfshoofden van het landbouwbedrijf aan alle voorwaarden voldoen. Deze persoon moet daadwerkelijke, langdurige zeggenschap hebben binnen de rechtspersoon of groepering. Dit betekent dat deze persoon beslissingen neemt over het beheer, de voordelen en de financiële risico’s, alleen of samen met andere bedrijfshoofden. Dat zal je minstens moeten kunnen aantonen met facturen, investeringen in roerende of onroerende goederen of (eigendoms)contracten op naam van de jonge boer. Als meerdere bedrijfshoofden hieraan voldoen, wordt het moment van de eerste vestiging in rekening gebracht van wie zich het langst geleden voor het eerst gevestigd heeft. Om een lang verhaal kort te maken: er stelt zich geen principieel probleem voor samenuitbatingen tussen een oude boer en een jonge boer die voor het eerst instapt in het bedrijf.
Ten slotte moet je ook je vakbekwaamheid aantonen. Dat kan op basis van een diploma of getuigschrift van een basisopleiding in de land- en tuinbouw of aanverwant, op het niveau van hoger secundair, hoger niet-universitair of universitair onderwijs. Ook een installatieattest van een startersopleiding voor de land- en tuinbouw, de B-cursus, geldt als bewijs. Zelfs diploma’s of getuigschriften die als gelijkwaardig erkend worden, kunnen als bewijs gelden als je ze voldoende motiveert en documenteert.


De jongeboerenpremie

Per geactiveerd betalingsrecht, maar maximaal 90, ontvangt de jonge boer een extra betaling. De waarde van de extra betaling is nog niet bekend. Die bedraagt in principe 25% van de gemiddelde waarde van een betalingsrecht in 2019 en blijft dezelfde in de periode 2015-2019. In totaal kan niet meer dan 2% van de beschikbare middelen als jongeboerenpremie uitbetaald worden. Is dit budget ontoereikend, dan wordt op de jongeboerenpremie een lineaire korting toegepast.
Als rechthebbende kan je de premie ten hoogste gedurende vijf jaar toegekend krijgen. Deze periode wordt verminderd met het aantal jaren dat verstreken is tussen de eerste vestiging en de eerste aanvraag voor de jongeboerenpremie. Kortom, ben je gestart na 21 april 2010, dan kan je nog eenmaal de premie aanvragen in 2015. Ben je gestart na 21 april 2011, kan je nog tweemaal de premie aanvragen (in 2015 en 2016) enzovoort.
Niet alleen worden de toeslagrechten van jonge landbouwers opgehoogd, ze kunnen ook nog in aanmerking komen voor extra toeslagrechten uit de Vlaamse reserve. Hier gaan we volgende week uitgebreid op in.

Aanvragen

Als je aan de voorwaarden voldoet, kan je uiterlijk op 21 april 2015 via de verzamelaanvraag betaling van de jongeboerenpremie aanvragen. Voor zover het Agentschap voor Landbouw en Visserij hier nog niet over beschikt, moet je voor ieder bedrijfshoofd dat aan de voorwaarden voldoet de nodige bewijsstukken van vakbekwaamheid toevoegen aan de aanvraag. In het geval van een groepering of rechtspersoon, moet de jonge boer ook een verklaring afleggen dat hij daadwerkelijke, langdurige zeggenschap heeft over de rechtspersoon of groepering.