Menu

De verplichting tot geïntegreerde teelt is het gevolg van de Europese richtlijn voor het duurzaam gebruik van pesticiden. Daaronder vallen zowel gewasbeschermingsmiddelen als biociden (bijvoorbeeld rattenvergif). De bedoeling is dat elke Europese burger daar op een verantwoorde manier mee omgaat en dat hij weet waar hij mee bezig is. Men wil de risico’s verbonden aan het gebruik van pesticiden minimaliseren, door te streven naar een optimaal gebruik ervan. Geïntegreerde productie is slechts een klein deeltje van die richtlijn. Ook de fytolicentie, de keuring van spuittoestellen, de reglementering voor spuitlokalen, de ophaling van lege verpakkingen en de bescherming van het oppervlaktewater maken er deel van uit. Bij ons zijn heel wat van die aspecten al in orde, enkel de fytolicentie en IPM zijn nieuw.

Elke lidstaat moet actieplan hebben

De Europese richtlijn voor het duurzaam gebruik van pesticiden voorziet dat elke lidstaat over een actieplan moet beschikken. Voor België zijn dat er vier: een federaal, een Vlaams, een Waals en een Brussels actieplan. Het Vlaams actieplan legt het accent op de niet-land- en tuinbouwactiviteiten, zoals bij openbare besturen en op publiek toegankelijke terreinen. Land- en tuinbouwactiviteiten werden eruit gehaald omdat er met de verplichtingen van de fytolicentie, IPM, de keuring van de spuittoestellen, de ophaling van verpakkingen en dergelijke al heel wat van de richtlijn gerealiseerd is. Nieuw is dat ook de niet-landbouwkundige gebruikers nu verplicht worden om met een minimale inzet van gewasbeschermingsmiddelen te werken en daar een planning voor op te maken. Het grote voordeel is dat de land- en tuinbouwsector maar met één wetgeving geconfronteerd wordt en niet met een aantal elkaar overlappende wetgevingen die soms ook tegenstrijdigheden inhouden.