Menu

Fruitteelt was trendsetter

Terug naar Onderwerp

"IPM begon al aan het einde van de jaren 80 ingang te vinden in de pitfruitteel." Dat zegt Hilde Morren van het Departement Landbouw en Visserij in een interview in Management&Techniek 1 van 10 januari 2014, dat een uitgebreid dossier aan IPM besteedde.

“De echte doorbraak was vooral het gevolg van de problematiek met spint- en roestmijten. Men kreeg die niet meer aangepakt met acariciden. Men heeft toen een oplossing gevonden in de introductie van roofmijten. Mijn voorgangster Annie Demeyere en mijn (intussen voormalige, nvdr) medewerker Francis Flusu hebben die techniek, samen met de mensen van pcfruit, geïntroduceerd in de fruitteelt. De fruittelers hebben kunnen ervaren dat het werken met roofmijten heel effectief kan zijn. In het pitfruit wordt die techniek nu zo goed als algemeen toegepast. Wanneer zich toch nog problemen stellen, dan liggen die meestal toch aan het spuitschema. Men zoekt dan gericht naar oplossingen.

Ook de perenbladvlo was in de jaren 80 niet meer te bestrijden, ondanks een twintigtal erkende insecticiden. Zowel in Zwitserland als bij ons zagen we dat er zich in particuliere tuinen geen problemen voordeden. De nuttige roofwantsen (Anthocorus) ruimden de vlooien op. Bij peer was dit de aanleiding om op een geïntegreerde manier te gaan werken.

IPM maakt dat je als teler bewuster handelt.

Hilde Morren, ADLO

Ook de verwarringstechniek (zie foto) is een goede stap vooruit in de geïntegreerde pitfruitteelt. Deze techniek geeft de mogelijkheid om het aantal insecticidebehandelingen te verminderen, waardoor de populatie van nuttigen minder verstoord wordt. De pitfruittelers kunnen gewoon verder werken zoals ze nu bezig zijn. De belangrijkste actiepunten van IPM waren in 213 al vervat in de IKKB-lijsten.”

Kleinfruit en aardbeien

Voor de telers van kleinfruit ligt het iets moeilijker. Het zoeken naar nieuwe evenwichten in de populaties van schadelijke organismen en hun predatoren lukt gemakkelijker in een permanente teelt, zoals bij pitfruit. Houtig kleinfruit is deels ook een permanente teelt, maar het is deels ook een beschermde teelt. Omdat de roofmijten en roofwantsen niet altijd kunnen overleven in een serre of een plastic kap, moeten ze jaarlijks opnieuw geïntroduceerd worden. Daarvoor moeten de telers dan een beroep doen op gespecialiseerde leveranciers zoals Biobest en Koppert. “Bij aardbeien en eenjarige teelten ligt het nog iets moeilijker, omdat je van nul moet beginnen”, vervolgt Hilde. “Er is overlegd om te komen tot een consensus. Het toepassen van teeltrotatie is een van de belangrijkste elementen in de strategie. Er loopt een IWT-project rond tripsen, waarin men op zoek gaat naar natuurlijke predatoren.

Naast preventie moet men in de kleinfruitteelt ook waarnemingen uitvoeren of bepaalde schadedrempels bereikt worden en ingrijpen, indien nodig. Daarbij moet men eerst teruggrijpen naar biologische en fysische maatregelen. Dat kan ook al preventief bij de keuze van de teeltmethode of het type van aanplanten. Doordat die teelt een economisch gegeven is, doen de telers nu al heel veel.

Voor de meeste fruittelers zal dit geen grote omwenteling zijn. De voorbije jaren hebben we al tijdens heel veel voorlichtingsmomenten aandacht geschonken aan IPM. We hebben dan uitgelegd wat IPM is, hoe de fruittelers dat moeten interpreteren en dat ze daar eigenlijk geen schrik voor moeten hebben.”

Verantwoord spuiten

“Een belangrijk punt is dat telers bij een bestrijding moeten weten waarom ze dat doen”, stelt Hilde. “Baseren ze zich op een waarneming door hun adviseur of een eigen waarneming, eventueel naar aanleiding van een waarschuwing die ze ontvingen? Bij schimmelziekten moet je preventief werken, want curatief behandelen is niet altijd mogelijk. Bij plagen zoals de fruitmot wordt er behandeld zodra een drempel bereikt wordt, bijvoorbeeld wanneer er 5 beestjes in de val zitten. Je moet dan je geschiedenis goed kennen. Dan kan eventueel een behandeling overwogen worden, ofwel beslis je om de evolutie van het probleem goed in de gaten te houden. Met dit soort uitleg zullen de mensen meer moeten rekening houden, maar daar wordt niemand dommer van. Het maakt dat je als teler bewuster handelt en zelfs minder afhankelijk wordt van externe en soms commercieel gekleurde adviezen.

Voor informatie kunnen de telers terecht op de website van pcfruit. Vanuit het Departement Landbouw en Visserij ondersteunen we mee het waarschuwingssysteem. Pcfruit verstuurt waarschuwingen, enerzijds voor pitfruit, maar anderzijds ook voor houtig kleinfruit en aardbeien. Pcfruit richt ook al jaren cursussen in voor geïntegreerde productie.”