Menu

Aanpassingen in 2017

Terug naar Onderwerp

Na ruim anderhalf jaar IPM-controles, heeft de overheid haar aanpak geëvalueerd. Die evaluatie leidde tot enkele bijsturingen en aanvullingen op de bestaande controlepunten. De wijzigingen in de leidraad gaan in op 1 april.

Sinds 2014 moeten alle land- en tuinbouwers gewasbescherming toepassen volgens de regels van de geïntegreerde gewasbescherming (IPM – integrated pest management). Hiervoor werden per sector leidraden uitgewerkt, die opgenomen zijn in de Vegaplanstandaard en die gecontroleerd worden sinds juni 2014. Wie niet aangesloten is bij Vegaplan, moet zich door een onafhankelijke controle-instelling (OCI) apart laten certificeren voor IPM.

Na ruim anderhalf jaar controles in de praktijk heeft de Vlaamse overheid het systeem geëvalueerd. De regels van IPM worden over het algemeen zeer goed opgevolgd door de Vlaamse land- en tuinbouwers. Ook de controlepunten van klasse 2 (70% moet in orde zijn) of klasse 3 (aanbevelingen) zijn op heel wat bedrijven in orde. Toch zijn er enkele aandachtspunten waarvan de Vlaamse overheid stelt dat ze beter gecontroleerd moeten worden.

Bufferzones en driftreducerende maatregelen

Het is nog altijd een probleem dat er gewasbeschermingsmiddelen aanwezig zijn in oppervlaktewater. Zowel de normen voor acute toxiciteit als de normen voor chronische toxiciteit worden op heel wat meetplaatsen overschreden. Daarom moet er bij bespuitingen met een veldspuit een bufferzone van 1 meter tot het oppervlaktewater gerespecteerd en een bufferzone van 3 meter bij boomgaardspuiten. In deze bufferzones mag je geen gewasbeschermingsmiddelen toedienen. Omdat deze bufferzones ook opgenomen zijn in de randvoorwaarden, zal bij vaststelling van overtredingen ook een sanctie volgen door midddel van een korting op je premies.

Naast de verplichte bufferzone, legt de Vlaamse overheid ook op dat spuitmachines uitgerust moeten worden doppen die drift met minstens 50% reduceren of met een andere driftreducerende techniek. Omdat driftreducerende doppen een klasse 1-controlepunt zijn, moeten telers die op het ogenblik van de controle er nog niet over beschikken binnen de maand een plan van aanpak hebben. Dat kan door binnen de maand driftreducerende doppen aan te schaffen en het bewijs van die aankoop op te sturen naar de OCI.

Er zijn echter nog heel wat bedrijfsleiders die onvoldoende informatie hebben over het gebruik van driftreducerende doppen en over welke doppen het best geschikt zijn voor hun spuittoestel en voor de spuitwerkzaamheden op hun bedrijf. Zij kunnen voldoen aan het opgelegde plan van aanpak door binnen de maand het engagement aan te gaan om zo snel mogelijk een opleiding te volgen over het gebruik van driftreducerende maatregelen. Hiervoor zal een specifieke opleiding gegeven worden, voor veld- zowel als boomgaardspuiten. Je zult binnenkort deze opleiding via AgroCampus kunnen volgen. Binnen de maand na het volgen van een opleiding moet je dan driftreducerende doppen aankopen. Deze optie is niet bedoeld als een mogelijkheid om alles te blijven uitstellen. In elk geval zal je spuittoestel vanaf 1 januari 2020 alleen nog uitgerust mogen zijn met driftreducerende doppen.

Je vindt de lijst met erkende driftreducerende doppen en maatregelen via deze link. Dankzij de medewerking van Inagro en pcfruit zijn deze lijsten bijgewerkt en beschikken we over een uitgebreide lijst van toegelaten driftreducerende doppen. Iedere teler vindt er nu de doppen die voor hem geschikt zijn.

Knolcyperus

De voorbije jaren is zowat overal in Vlaanderen het aantal met knolcyperus besmette percelen fors aan het uitbreiden. Je kunt dit onkruid zeer moeilijk bestrijden en het kan zeer snel vermeerderen. Om verdere uitbreidingen en problemen te voorkomen, moet je op die percelen een aantal maatregelen nemen. Omdat heel wat gronden verhuurd worden in het kader van seizoenpachten en telers niet altijd op de hoogte zijn van de aanwezigheid van knolcyperus, wordt ook een verantwoordelijkheid gelegd bij de verhuurders. Daarom moet de verhuurder een verklaring ondertekenen dat het perceel vrij is van knolcyperus. Is dat niet zo, dan moeten op het perceel de correcte maatregelen toegepast worden.

Om verspreiding van knolcyperus te voorkomen moet je besmette percelen als laatste bewerken en moet je de machines reinigen bij het verlaten van het perceel. Het is verboden om grond af te voeren van besmette percelen en je mag er ook geen wortel-, bol- of knolgewassen telen. Met deze gewassen wordt immers ook altijd een gedeelte grond mee afgevoerd en knolletjes kunnen zo zeer snel meegaan en ver verspreid worden.

Je bent verplicht om knolcyperus chemisch of mechanisch te bestrijden, maar de mogelijkheden voor bestrijding zijn relatief beperkt. Omdat bestrijding alleen mogelijk is in maïs of een zwaar dekkend gewas zoals een wintergraan of gras, mag je op besmette percelen alleen deze gewassen telen.

Aandacht voor teeltrotatie

In het kader van IPM moet je ook een voldoende ruime vruchtafwisseling toepassen. Bij de controles zal er extra aandacht zijn voor de verplichte teeltrotatie bij aardappelen en pootgoed. Voor pootgoed (ook voor hoevepootgoed) is er een verplichte teeltrotatie van maximaal één jaar op vier. Consumptieaardappelen mag je maximaal eenmaal om de drie jaar telen, uitgezonderd primeuraardappelen die je rooit vóór 20 juni.

Op het e-loket van het departement Landbouw en Visserij of op www.geopunt.be vind je informatie over de gewassen die je de voorgaande jaren geteeld hebt.

Waar vind ik informatie over mijn spuitdoppen?

Heel wat spuitmachines zijn al uitgerust met driftreducerende doppen. Informatie over de doppen vind je op de doppen zelf. Ze vermelden het type en het merk, maar ook de tophoek, de dopgrootte en het materiaal waaruit de dop is gemaakt. Deze informatie kan je dan vergelijken met de informatie in de lijst met toegelaten driftreducerende doppen.

Nieuw is dat er voor veldspuiten ook driftreducerende kantdoppen erkend werden, met nog een extra mogelijkheid om te voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen in het water terechtkomen.

Voor meer informatie kan je terecht op de website van het departement Landbouw & Visserij.