Menu

Teeltvrije strook langs waterlopen ook in IPM

Terug naar Onderwerp

Sinds dit jaar controleert de VLM/Mestbank niet alleen de bemestingsvrije zone langs waterlopen van 1ste, 2de en 3de categorie maar ook de aanwezigheid van een teeltvrije strook van 1 m langs waterlopen die aangeduid zijn op het e-loket. Op percelen waar de hoofdteelt voor 2019 ingezaaid is, wordt deze teeltvrije zone vanaf nu ook gecontroleerd in IPM. De teeltvrije strook wordt dus als verplichte maatregel opgenomen in de Vegaplanstandaard en tijdens een controle wordt nagegaan of hij aanwezig is.

 

Wijziging van bufferzone naar teeltvrije strook

De aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater is nog altijd een probleem, want de normen voor acute én chronische toxiciteit worden op heel wat meetplaatsen overschreden. Daarom moeten telers bij bespuitingen met een veldspuit ten aanzien van oppervlaktewater een bufferzone van 1 m respecteren en een bufferzone van 3 m bij gebruik van boomgaardspuiten. In deze bufferzones mogen ze geen gewasbeschermingsmiddelen toedienen. Het decreet Integraal Waterbeleid bepaalt dat er in de zone van 1 m langs de oever geen grondbewerkingen en geen spuitwerkzaamheden uitgevoerd mogen worden. Bovendien mag in een strook van 5 m niet bemest worden. Als je al deze maatregelen moet toepassen, betekent dit dat je op die strook van 1 m eigenlijk geen gewas meer kunt telen.

Om de diverse wetgevingen op elkaar af te stemmen, heeft de Vlaamse overheid beslist dat de controles in IPM op de aanwezigheid van een teeltvrije strook alleen uitgevoerd zullen worden langs de waterlopen die aangeduid zijn op het e-loket. Deze controles starten in de loop van het najaar, op percelen waar de hoofdteelt voor 2019 ingezaaid wordt, bijvoorbeeld wintergranen. Let wel, de spuitvrije strook van 1 m die al langer in de IPM-checklist staat, blijft behouden langs alle waterlopen en oppervlaktewaterlichamen. Ook de verplichting om driftreducerende technieken toe te passen of doppen te gebruiken die drift met minimaal 50% reduceren, blijft behouden in IPM.

Op de teeltvrije strook gelden in IPM dezelfde maatregelen die de VLM ook oplegt. De strook mag braak blijven liggen, maar dat vergroot natuurlijk het risico op veronkruiding. Het best kan je deze strook inzaaien met een traag groeiende grassoort, zodat het onderhoud tot een minimum beperkt blijft. Indien bij een controle voor de Vegaplanstandaard blijkt dat je in die strook van 1 m toch hetzelfde gewas ingezaaid hebt als op het perceel, dan moet je het gewas in die strook vernietigen. Doe je dat niet binnen de maand na de controle, dan verlies je je Vegaplancertificaat.

Welke waterlopen?

Op het e-loket van het departement Landbouw en Visserij vind je de waterlopen waarlangs je zo’n teeltvrije strook van 1 m moet aanleggen. Sinds kort werd het e-loket ook uitgebreid met een extra ‘tool’, namelijk het Geoloket Landbouw. Iedereen die ingelogd is met zijn elektronische identiteitskaart kan op dit Geoloket de aangeduide waterlopen consulteren. Zo kunnen bijvoorbeeld ook loonwerkers nu controleren langs welke waterlopen de bemestings-, teelt- en spuitvrije zones gelden.

Voor meer info kan je terecht op de website van het departement Landbouw en Visserij.

Strengere controle voor knolcyperus

De voorbije jaren stelden we vast dat het aantal percelen die besmet zijn met knolcyperus fors uitbreidt zowat overal in Vlaanderen. Knolcyperus is een zeer moeilijk te bestrijden onkruid, dat zeer snel kan vermeerderen. Om verdere uitbreidingen en problemen te voorkomen, moet je een aantal maatregelen nemen op die percelen. Omdat heel wat gronden verhuurd worden in het kader van seizoenpachten en telers niet altijd weten dat er knolcyperus is op het perceel, wordt ook verantwoordelijkheid gelegd bij de verhuurders. Zij moeten een verklaring ondertekenen dat het perceel vrij is van knolcyperus, zodat de pachter weet wanneer hij op het perceel de correcte maatregelen moet nemen.

Om verspreiding van knolcyperus te voorkomen, moet je besmette percelen als laatste bewerken en je moet de machines reinigen bij het verlaten van het perceel. Het is verboden om grond af te voeren van besmette percelen. Je mag er ook geen wortel-, bol- of knolgewassen op telen, omdat met deze gewassen ook altijd een gedeelte grond afgevoerd wordt. Knolletjes kunnen zeer snel meegaan met de geoogste gewassen en dan ver verspreid worden. Om knolcyperus zo goed mogelijk te bestrijden, teel je op deze percelen het best maïs of een zwaar dekkend gewas zoals wintergraan of gras. Je bent verplicht om de knolcyperus chemisch of mechanisch te bestrijden, maar de mogelijkheden voor bestrijding zijn relatief beperkt. Momenteel kan het alleen in deze gewassen.