Menu

Hoe nieuw wordt het nieuwe GLB?

Terug naar Onderwerp

Vorige maand geraakten de Europese politieke instellingen akkoord over een nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Naar verluidt is het de meest historische GLB-vernieuwing sinds de jaren 90 van de vorige eeuw. Met voormalig Europees commissaris voor Landbouw MacSharry kantelde het GLB destijds van markt- en prijsbeleid of onrechtstreekse inkomenssteun naar rechtstreekse inkomenssteun. Die hervorming gebeurde onder interne en externe Europese druk, met name de EU-uitbreiding en de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Wat is er nu zo nieuw aan het nieuwe Europese landbouwbeleid? We vroegen het aan Giel Boey, adviseur Internationaal beleid bij Boerenbond.

Wie is Giel Boey?

Giel Boey (29) is bachelor in de agro-biotechnologie en sinds 2019 adviseur Internationaal beleid bij Boerenbond. Hij coördineert de werkzaamheden van het Brussels bureau van Boerenbond (Copa-Cogeca/Europese instellingen) en is bestuurder bij Vleva, het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap. Hij is verantwoordelijk voor het onderhoud en de uitbreiding van het internationale netwerk. “Je laat de landbouwstem horen, wetende dat het Europees en internationaal beleid van grote woorden uiteindelijk in kleine lettertjes wordt omgezet waardoor het realiteit wordt op het land- en tuinbouwbedrijf.”

Er is een politiek akkoord over het ‘GLB na 2020’, dat – gelet op de omstandigheden – pas op 1 januari 2023 ingaat. Er is immers nog voorbereidend werk aan de winkel. Het akkoord over het nieuw Europees landbouwbeleid wordt door Europees landbouwcommissaris Janusz Wojciechowski bij herhaling ‘eerlijker, groener en flexibeler’ genoemd. Er is ook sprake van een evenwichtig of gebalanceerd akkoord, want uiteindelijk moest op basis van voorstellen van de Europese Commissie een compromis worden gevonden tussen het standpunt van de Raad van Ministers en dat van het Europees Parlement. Beide standpunten lagen op welbepaalde vlakken ver uiteen en waren op zich al compromissen, enerzijds tussen de belangen van de verschillende lidstaten en anderzijds tussen die van de politieke fracties in het Europees Parlement. Maar wat is er nu eerlijker, groener en flexibeler aan het bereikte akkoord? Wojciechowski verwijst bij ‘eerlijker’ naar de invoering van sociale randvoorwaarden, naar verdere herverdeling van inkomenssteun zowel tussen lidstaten als binnenin elke lidstaat, en naar verhoogde steun voor jongeren. Voor het ‘groener’ worden van het GLB wordt verwezen naar de samenhang met de Europese Green Deal, naar de uitbreiding van groene randvoorwaarden, naar de zogenaamde ecoregelingen of -schema’s die klimaat- en milieuvriendelijke praktijken moeten verlonen, en naar het feit dat minstens 35% van de uitgaven inzake plattelandsontwikkeling aan agromilieuverbintenissen moeten worden toegewezen. Meer ‘flexibiliteit’ in het beleid wordt, volgens Wojciechowski, verkregen door het feit dat lidstaten zelf in hun nationale strategische plannen kunnen uitmaken hoe ze de GLB-doelstellingen willen bereiken. Ze zullen weliswaar de prestaties te velde moeten controleren, evalueren en desnoods bijsturen aan de hand van een reeks gemeenschappelijke Europese indicatoren. We leggen een en ander voor aan Giel Boey, want sommige beweringen lijken te gemakkelijk gezegd en te mooi om waar te zijn. Waar zitten de addertjes onder het gras?

Wat zijn de belangrijkste nieuwigheden van het nieuwe beleid, waardoor het als historisch mag worden beschouwd?

“Geheel nieuw zijn de nieuwe ‘groene architectuur’ van de betalingsrechten en het nieuwe uitvoeringsmodel met zijn nationale strategische plannen. Het nieuwe GLB zal een verdere vergroening doorvoeren, deels door strengere randvoorwaarden en deels door nieuwe stimulerende en vrijwillige maatregelen, zowel in de eerste pijler (inkomenssteunbeleid) als in de tweede pijler (plattelandsontwikkelingsbeleid) van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Daarnaast zal elke lidstaat, in ons geval is dat Vlaanderen, beschikbare instrumenten moeten uitdokteren en in één plan gieten dat vooraf aan de Europese Commissie ter goedkeuring moet worden voorgelegd. Tijdens de opmaak van dit plan moet de Vlaamse overheid de inbreng van alle betrokken stakeholdersorganisaties uit verschillende hoeken opvragen. Dus niet enkel de inbreng van landbouworganisaties, ook van anderen!”

Over het principe van het nieuwe uitvoeringsmodel met zijn strategische plannen was men het snel eens. Lidstaten, ook Vlaanderen, zijn al begonnen met de voorbereiding en de opmaak nog vooraleer het akkoord over het nieuwe GLB was bereikt. Hoe komt dat?

“Het is goed dat er van de Europese Commissie een eigen Vlaams strategisch plan mag worden opgemaakt. Dit geeft de mogelijkheid tot meer Vlaams maatwerk van het beleid, in tegenstelling tot een Belgisch plan of een complete Europese eenheidsworst, zoals tot nog toe het geval is. Het is ook goed dat Vlaanderen vroeg begonnen is met de werkzaamheden voor de opstelling van het plan, gezien de tijd die na het politieke akkoord van juni nog rest kort is. Het plan moet begin 2022 zijn ingediend.”

Wat is nu het voordeel van dergelijke strategische plannen? Gaat elke lidstaat zomaar zijn eigen beleid uitstippelen? Wat blijft nog gemeenschappelijk van het gemeenschappelijk beleid?

“Nationale strategische plannen bieden het voordeel dat zij maatwerk kunnen leveren. Het nadeel is dat er een ongelijke aanpak kan ontstaan tussen lidstaten. Dit wordt deels opgevangen door de beoordeling van de Europese Commissie en door vooraf opgestelde indicatoren en doelstellingen waaraan iedereen moet voldoen. Een voorbeeld van mogelijk ongelijk speelveld is de wens om de gekoppelde steun af te schaffen in Vlaanderen, terwijl die in Wallonië en in zo goed als alle andere lidstaten wél wordt voortgezet. Een ander voorbeeld is de specifieke context waarin we binnen Vlaanderen moeten werken, met uitdeinende steden, kleine percelen en hoge grondprijzen. We moeten hier zelf een antwoord op kunnen vinden.”

We moeten dus ook over het muurtje kijken en nagaan wat anderen met dat nieuwe GLB gaan doen. Wie zal de verschillende plannen van de lidstaten tegen het licht houden? En vooral, tegen ‘welk’ licht?

“De verschillende diensten van de Europese Commissie zullen hun goedkeuring geven en desnoods bijkomende aanbevelingen doen. Er wordt verwacht dat niet enkel de landbouw-, maar ook milieudiensten en andere hun zeg zullen hebben. De plannen zullen daarbij ook enigszins gealigneerd moeten zijn met de Europese Green Deal en de Farm to fork-strategie. De belofte is om de plannen er niet op af te keuren, maar ze zullen ongetwijfeld meespelen bij de beoordeling. De verplichte doelstellingen en indicatoren op lidstaatniveau zijn trouwens opgesteld met de Green Deal voor ogen. De Europese Commissie zal de plannen tegen het licht houden van de aanbevelingen die ze eind vorig jaar per lidstaat heeft uitgebracht. Om een voorbeeld te geven voor Vlaanderen: de Europese Commissie raadde specifiek aan om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen met stimulerende maatregelen (lees: ecoregelingen).”

Wat weet je al over de inhoud van het Vlaams strategisch plan? Kan je al enkele voorbeelden geven van mogelijke ecoregelingen of -schema’s?

“In Vlaanderen zijn er diverse thema’s in de running om opgenomen te worden in het strategisch plan. Het is voor ons belangrijk dat er bovendien verschillende mogelijkheden zijn, zodat er aan diverse uitdagingen en doelstellingen kan worden tegemoetgekomen. Zo zal er onder andere worden gekeken naar koolstofopslag door behoud van grasland en in akkerland, naar het ondersteunen van eiwitteelten, naar een voortzetting van mechanische onkruidbestrijding en ook naar precisielandbouw. In 2022 zal met een aantal maatregelen, zoals koolstofopslag en precisielandbouw, worden gestart. Dus nog vooraleer het nieuwe beleid ingaat (zie ook artikel op pagina 9).”

Herverdeling van inkomenssteun, zowel tussen lidstaten (extern) als binnenin elke lidstaat (intern) is en blijft voor ons een moeilijk punt.

“In het Europees politiek akkoord van vorige maand staat dat er op verschillende manieren middelen herverdeeld moeten worden. Dit is in Vlaanderen echter minder relevant dan op Europees niveau, vermits er hier al een veel betere verdeling bestaat. Toch zal de interne convergentie, het mechanisme dat de lage en hoge waardes van betalingsrechten naar elkaar toe laat groeien, een impact hebben. Zo zullen de laagste waardes minstens 85% van de gemiddelde waarde in 2026 moeten bedragen en zal er een maximumwaarde per betalingsrecht én een afbouw van de hoge waarden worden vastgelegd om daar te geraken. Het is positief dat het systeem van betalingsrechten met deze historische verdeling van waarde blijft bestaan. Het is alleen opletten dat de herverdeling niet disruptief voor de individuele boer werkt en dat een eenheidswaarde niet de finaliteit is.”

Verhoging van steun voor jongeren ligt jou, als gewezen voorzitter van Groene Kring, wellicht nauw aan het hart. Jongeren krijgen meer. Dit gaat ten koste van de anderen. Is dat een bewuste keuze van solidariteit?

“De steun voor jongeren uit de eerste pijler wordt versterkt. Nu geldt dat maximum 2% van de middelen naar jongeren kan gaan. In het nieuwe GLB zal dat minimum 3% moeten zijn. Ook in de tweede pijler koos Vlaanderen al voor extra investeringssteun voor jongeren. Het is belangrijk dat de jonge generatie van boeren gesteund wordt! Maar het is ook belangrijk om, naast het voorzien van de nodige middelen, ook de beschikbare instrumenten zo goed mogelijk op de noden van jonge boeren af te stemmen.”

Terloops, is er nu Europese duidelijkheid over wie inkomenssteun kan/mag ontvangen?

“De definitie van ‘actieve boer’ is en blijft belangrijk! Die bepaalt wie steun uit het GLB kan krijgen en wie niet. Ze is de hoeksteen van een betere focus van middelen en draagt bij aan een betere toegang tot grond voor actieve boeren. Het politiek akkoord voorziet in een verplichte definitie voor de lidstaat, maar ook in een aantal kapstokken om tot een definitie te komen en ermee aan de slag te gaan. In die zin zijn de eerste signalen hoopgevend. Het is nu aan Vlaanderen om met die kapstokken een doelgerichte definitie op te stellen. Ons standpunt is bekend!”

Moeten we nu bang zijn van het nieuwe GLB?

“De verdere vergroening valt niet te onderschatten. De strengere randvoorwaarden en het hoger ecologisch ambitieniveau zal, in vergelijking met het huidige beleid, gevolgen hebben voor de economische positie van de boer. Die positie kan worden versterkt door de ondersteuning van samenwerkingsverbanden. Het nieuwe beleid voorziet mogelijkheden om risicobeheer, zoals de inzet van fondsen en verzekeringen, te ondersteunen. Er gelden ook nieuwe bepalingen rond afspraken die boeren met elkaar of met andere schakels in de keten mogen maken met betrekking tot verduurzaming. De definitieve teksten, die deze zomer verwacht worden, zullen ons daar meer inzicht in geven. Er moet duidelijk worden afgewogen welke optie wordt benut om in te spelen op de specifieke noden van de Vlaamse boer en tuinder. De economische pijler in het GLB blijft van cruciaal belang! Boeren die in het rood staan, kunnen niet verder vergroenen …”

Meer informatie

Thema: